Conclusie
Nummer23/01403
Inleiding
De zaak
Opzet
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens doodslag op zijn drie maanden oude dochter. Bewezen is dat de verdachte zodanig geweld heeft uitgeoefend op het hoofd en/of lichaam van het slachtoffer dat er forse hersenkrachten zijn ontstaan, waaraan de baby is overleden. Het hof kon niet vaststellen welke specifieke handelingen het geweld veroorzaakten, maar stelde vast dat zowel hevig schudden als stompen bij het letsel pasten.
De verdachte ontkende geweld te hebben gebruikt, maar erkende aanwezig te zijn geweest toen de baby onwel werd. In cassatie werd het oordeel van het hof over het voorwaardelijk opzet betwist, met name of het bewijs voldoende was om aan te nemen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op overlijden heeft aanvaard.
De Hoge Raad overwoog dat het niet nodig is om te kiezen tussen alternatieve doodsoorzaken en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat de verdachte in alle niet uitgesloten scenario’s opzet op de dood had. De kwetsbaarheid van een baby en de aard van het geweld maken het aannemelijk dat de verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op overlijden en deze heeft aanvaard.
Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en de opgelegde straf.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de zesjarige gevangenisstraf wegens doodslag met voorwaardelijk opzet.