Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Strafmotivering
Oplegging van straf
3.Het middel
first-offenderis;
IV TOEPASSING JEUGDSTRAFRECHT ipv 77B
schrappen.
"dat de rechtbank wil voorkomen dat de verdachte door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een zodanig negatief effect ondervindt dat hij opnieuw het verkeerde pad op gaat, terwijl nu er nog mogelijkheden zijn om verdachte te helpen met zijn psychisch en sociale problematiek."
Verdachte was in staat een andere keuze te maken en wist waar hij mee bezig was. Daarnaast is bij verdachte sprake van controlerend gedrag. Hij laat niet het achterste van zijn tong zien en heeft volledig onder controle wat hij wel en niet zegt. Tevens wordt door de deskundigen geconcludeerd dat een pedagogische beïnvloeding geen effect meer zal hebben.
Concluding observations on the fourth periodic report of the Netherlands(p. 14): “In particular, the Committee urges the State party to: (a) Further amend the laws related to the juvenile justice system in order to ensure that all children below the age of 18 years are treated under the juvenile justice laws irrespective of the gravity of the charges pressed upon them.” Deze bezorgdheid is onlangs herhaald. [20] Met verwijzing naar
General Comment No. 24(2019) inzake kinderrechten in het jeugdstrafrechtsysteem, beveelt het Comité de staat op dit punt aan: “Overweeg een herziening van de wet zodat het jeugdstrafrechtsysteem van toepassing is op alle kinderen die jonger zijn dan 18 jaar”.
General Comment No. 24voorop dat kinderen en volwassenen fundamenteel van elkaar verschillen in hun fysieke en psychologische ontwikkeling, hetgeen meebrengt dat zij anders moeten worden behandeld als zij de wet overtreden. Verdragsstaten zijn verplicht te voorzien in een apart jeugdstrafrechtsysteem, “waarin de verminderde verwijtbaarheid van kinderen wordt erkend, een op het individuele kind toegesneden aanpak wordt gehanteerd en de rechten van het kind, zoals neergelegd in het IVRK, worden gerespecteerd”. [21] Het Comité onderkent dat de bescherming van de veiligheid in de samenleving een legitiem doel is van het jeugdstrafrecht, maar benadrukt dat het nastreven hiervan verdragsstaten “niet ontslaat van hun verplichting om de rechten van het kind te respecteren en te beschermen, ook als het gaat om kinderen die een (ernstig) strafbaar feit hebben gepleegd”. [22]
De strafmaat voor jeugdige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven in internationaal perspectief. [27] Zo zou in België de maximum jeugddetentie voor 16- en 17-jarigen zeven jaar zijn en in Duitsland tien jaar. Dekker denkt dat er voldoende aanleiding is om de discussie over die verhoging te voeren, specifiek voor ernstige misdrijven. Naast het vergeldend element overweegt de minister dat verhoging van de jeugdstraffen mee kan brengen dat rechters minder vaak dan nu hun toevlucht nemen tot het inzetten van het volwassenenstrafrecht. Overigens overweegt de huidige demissionaire Minister voor Rechtsbescherming Weerwind in een brief van 27 maart 2023 aan de Tweede Kamer dat hij naar aanleiding van een vervolg WODC-onderzoek
Strafmaat en strafdoelen in ernstige jeugd- en adolescentenstrafzaken. Opvattingen van magistraten over de sanctionering van 16- tot 23-jarige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven [28] geen aanleiding ziet om de strafmaat voor minderjarigen (de leeftijdsgroep tot 18 jaar) te wijzigen. [29] Hij verwijst daarbij wel naar de mogelijke oplegging van de PIJ-maatregel ter ondervanging van de lage jeugddetentiestraf, hetgeen zoals ook uit deze casus blijkt niet altijd een oplossing biedt. [30]