ECLI:NL:HR:2005:AU3887
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Toepassing meerderjarigenstrafrecht bij moord door zwakbegaafde jeugdige met agressieproblematiek
De zaak betreft een 16-jarige verdachte die op school een docent heeft vermoord met een vuurwapen. Het hof heeft het meerderjarigenstrafrecht toegepast vanwege de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van de verdachte, waaronder zwakbegaafdheid, agressieproblematiek en een gestagneerde persoonlijkheidsontwikkeling.
Gedragsdeskundigen adviseerden een PIJ-maatregel (jeugdstrafrecht), maar het hof vond het jeugdstrafrecht niet toereikend vanwege de beperkte behandelduur en het risico op verharding in een volwassenensetting. Daarom werd een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd met een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De verdachte was enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd en niet gebonden was aan het advies van de gedragsdeskundigen. Ook is geoordeeld dat een kinder- en jeugdpsychiater een advies kan uitbrengen over TBS-maatregelen, ondanks dat deze voor volwassenen bedoeld zijn.
Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen. Het arrest bevestigt dat toepassing van het meerderjarigenstrafrecht op jeugdigen mogelijk is als het jeugdstrafrecht onvoldoende bescherming en behandeling biedt.
Uitkomst: De verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en dwangverpleging onder toepassing van het meerderjarigenstrafrecht.