ECLI:NL:HR:2001:AB3344
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing meerderjarigenstrafrecht bij tenuitvoerlegging jeugdige Duitse straf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Almelo die toestemming gaf tot tenuitvoerlegging in Nederland van een Duitse jeugdgevangenisstraf van drie jaar opgelegd aan de veroordeelde. De Duitse rechter had de straf opgelegd op grond van het Jugendgerichtsgesetz, waarbij de veroordeelde als jeugdige en heranwachsender werd beoordeeld.
De Nederlandse rechtbank besloot dat vanwege de ernst van de feiten en de volwassenheid van de dader het meerderjarigenstrafrecht op de veroordeelde toegepast moest worden, ondanks zijn minderjarige leeftijd ten tijde van de feiten. De straf werd vastgesteld op twee jaar gevangenisstraf, met aftrek van de in Duitsland doorgebrachte voorarresttijd.
De veroordeelde stelde in cassatie dat het jeugdrecht had moeten gelden, maar de Hoge Raad oordeelde dat de Nederlandse rechter niet gebonden is aan het oordeel van de buitenlandse rechter over de persoonlijkheid van de verdachte en dat het meerderjarigenstrafrecht toegepast mag worden. Het beroep werd verworpen en de tenuitvoerlegging bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toepassing van het meerderjarigenstrafrecht bij de tenuitvoerlegging van de Duitse jeugdgevangenisstraf.