Conclusie
Nummer22/00944
Inleiding
De bewezenverklaring en bewijsvoering
Feiten
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroepvan 21 februari 2022. De verdachte heeft verklaard - zakelijk weergegeven -:
Een proces-verbaal van aangifted.d. 6 maart 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nummer PL1700-20.20072051-1 (inclusief fotobijlage). Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven - (blz. 4 - 10):
Een proces-verbaald.d. 6 maart 2020 van de buitengewoon opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 11):
Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Rotterdam van 6 oktober 2020. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als verklaring van
getuige [verbalisant 1]:
Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Rotterdam van 21 januari 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als verklaring van
getuige [verbalisant 2]:
Een proces-verbaald.d. 12 maart 2020 van de politie Eenheid Rotterdam. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2 - 3):
Het middel
in feitesprake is van eendaadse samenloop, zonder nadere onderbouwing, voldoet niet zonder meer aan deze eisen; dat het hof dit niet als een responsieplichtig verweer heeft aangemerkt is daarom niet onbegrijpelijk. In zoverre moet het middel - dus voor zover het is ingestoken als een klacht over het niet responderen op een gevoerd verweer - dan ook falen.