Conclusie
Nummer23/03754
Inleiding
"medeplegen van moord"veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
De zaak
De middelen
Het eerste middel
De bewezenverklaring en de bewijsvoering
Opzet
Voorbedachte raad
De toelichting op het eerste middel
dezewijze van uitvoeren deel uitmaakte van het tevoren gemaakte plan. De steller van het middel doet daarbij een beroep op de rechtspraak omtrent zogenoemde ‘vergismoorden’ en voert aan dat een dergelijke situatie zich onderscheidt van de voorliggende situatie nu niets in de bewijsvoering duidt op kalm beraad en rustig overleg ten aanzien van het doden van een eventueel aanwezige
anderepersoon, ofwel
tweepersonen, ofwel het latere slachtoffer [slachtoffer ] .
NJ2012/518 m.nt. Keulen, dat aan de bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ bepaaldelijk eisen moeten worden gesteld. ‘s Hofs overwegingen over voorbedachte raad zijn echter (te) algemeen van aard en spitsen zich niet in het bijzonder toe op [slachtoffer ] .
De bespreking van het eerste middel
“de inzittenden van de Mercedes”om het leven te brengen en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Daarmee heeft het hof toepassing gegeven aan het juiste beoordelingskader.
alle inzittenden” van de Mercedes neer te schieten, (iii) dat zij in de aanloop naar, tijdens en na afloop van de vuurwapenaanval gebruik hebben gemaakt van een gestolen en van valse kentekenplaten voorziene VW Caddy en BMW en (iv) dat de VW Caddy na de aanval in brand is gestoken, terwijl het gelet op het korte tijdsbestek, niet anders kan dan dat alle benodigdheden voor de te stichten brand reeds in de VW Caddy aanwezig waren.
inzittenden van de Mercedesom het leven te brengen. De aard van het misdrijf en de wijze waarop het is uitgevoerd, maken dat er volgens het hof sprake moet zijn geweest van een vooropgezet plan, terwijl van contra-indicaties die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden niet is gebleken. [2]
alle inzittenden van de Mercedes– waaronder dus óók het uiteindelijke (‘onbedoelde’) slachtoffer [slachtoffer ] – om het leven te brengen, terwijl daarnaast geen (contra-indicatieve) feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de gevolgtrekking rechtvaardigen dat de verdachte níet in overeenstemming met dat voorbedachte plan is blijven handelen.
Het tweede middel
Het verweer van de verdediging
“Adolescentenstrafrecht
Ernst en aard van het feit + proceshouding (zwijgen)
Conclusie m.b.t. adolescentenstrafrecht
Ik verzoek uw Hof wel het adolescentenstrafrecht toe te passen en, indien uw aan een bewezenverklaring toekomt, te straffen conform het jeugdstrafrecht.”
De strafmotivering
Ernst van de feiten
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. (…)
Persoon van de verdachte/volwassenenstrafrecht
Op grond van artikel 77c Sr kan het hof ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 23 jaren heeft bereikt recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg Sr (het jeugdstrafrecht), indien het hof daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De psychiater M.M. Sprock en de psycholoog S.A. Moonen hebben op respectievelijk 18 en 8 maart 2022 Pro Justitia-rapportages over de verdachte opgemaakt. Volgens de psychiater is bij de verdachte sprake van een psychische stoornis in de vorm van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken. Ook de psycholoog concludeert dat bij de verdachte sprake is van een bedreigde ontwikkeling met antisociale trekken, met vooral psychosociale problematiek en een beperkte maatschappelijke inbedding, maar de psycholoog kwalificeert deze niet als een psychische stoornis. Volgens de psychiater zijn er onvoldoende argumenten om het jeugdstrafrecht toe te passen. Voor toepassing van jeugdstrafrecht pleit enigszins dat bij de verdachte sprake is van een achterstand in zijn cognitieve ontwikkeling, dat hij moeite heeft om zijn gedrag te organiseren en dat hij jonger overkomt in contact. Een pedagogische aanpak is echter niet meer aan de orde. De verdachte neemt geen deel meer aan zijn gezin van herkomst en hij heeft geen groepsgericht leefklimaat nodig om zijn ontwikkeling positief te beïnvloeden. De justitiële voorgeschiedenis van de verdachte en de toename in ernst van de feiten zijn volgens de psychiater contra-indicaties voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. Een verblijf in de penitentiaire inrichting wordt door de psychiater als haalbaar ingeschat. Ook de psycholoog acht toepassing van het jeugdstrafrecht niet aan de orde. De mogelijkheden voor pedagogische beïnvloeding van de verdachte lijken gering en de insteek moet nu vooral praktisch zijn. Er is in het verleden al de nodige hulpverlening voor de verdachte georganiseerd, maar zonder het beoogde resultaat. Gezinsgerichte hulpverlening is een gepasseerd station. De verdachte heeft niet per se een groepsgericht leefklimaat nodig en hij kan goed op zichzelf zijn.
Conclusie
Al het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat een gevangenisstraf van dertig jaar passend en geboden is.”
De bespreking van het tweede middel
Het derde middel
Het procesverloop
De toelichting op het derde middel
“het strafvorderlijk belang”,op welke wijze dit is afgewogen tegen het belang van de verdachte en waarom die afweging in zijn nadeel uitvalt.
Een beschouwing: welke maatstaven zijn op het aanhoudingsverzoek van toepassing?
schorsing”) vordert, en zulks is in casu het geval als aan de rechter de
noodzakelijkheidvan het verzochte is gebleken. [4]
De bespreking van het derde middel
wellichtzal wijzigen, en dat het feit dat hij
mogelijkeen inhoudelijke verklaring zal afleggen kan resulteren in nieuwe onderzoekswensen aan de zijde van de verdediging. [7] Bovendien is van belang dat het hof de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] niet voor het bewijs heeft gebruikt. Gelet op het voorgaande heeft het derde middel geen kans van slagen.