ECLI:NL:PHR:2024:275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie in witwaszaak over onvoldoende concrete en verifieerbare verklaring herkomst geld
De verdachte werd op 8 mei 2019 aangehouden op Eindhoven Airport met een contant geldbedrag van €9.690, voornamelijk in coupures van €500. Hij verklaarde het geld te hebben ontvangen van klanten zonder facturen te kunnen tonen en dat het bedoeld was voor de import van marmer uit Turkije. Ook een reisgezel droeg een groot bedrag bij zich.
Het hof bevestigde de veroordeling wegens witwassen en oordeelde dat het vermoeden gerechtvaardigd was dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De verklaring van de verdachte werd niet als concreet, verifieerbaar en niet onwaarschijnlijk beoordeeld, mede omdat hij bij aanhouding geen facturen kon tonen en deze pas later in hoger beroep overhandigde, wat het hof onvoldoende vond.
De advocaat-generaal en de verdediging voerden uiteenlopende standpunten aan over de bewijsvoering en de verklaring van de verdachte. De Hoge Raad concludeerde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom de verklaring tekortschiet en dat het cassatiemiddel faalt. Tevens werd een schending van het redelijke termijn vastgesteld, maar dit leidde niet tot strafvermindering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling wegens witwassen blijft in stand.