Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
real property) verplicht schriftelijk worden aangegaan. [7] Dat het
volgens de wetop de BES-eilanden zo (nog) niet is, betekent niet dat de verkeersopvattingen aldaar niet worden beïnvloed door wat elders geldt (ook afgezien van de werking van het concordantiebeginsel, waarover hierna 3.75 e.v.). Dat een zodanige beïnvloeding serieus is te nemen, geldt mijns inziens juist ook op de Caraïben, als toeristische trekpleisters met veel internationaal rechtsverkeer. Als het Hof ervan uit is gegaan, dat inderdaad de verkeersopvatting op Bonaire in deze zin luidt, althans dat [gegadigde] er redelijkerwijs rekening mee moest houden dat [eigenaar] er zo in zou zitten – ten minste dat laatste ligt in het vonnis van het Hof besloten – dan is dat mijns inziens onjuist noch onbegrijpelijk. Vervolgens is het dan uiteraard nog de vraag of voor zover [makelaar] iets suggereerde, dat aan [eigenaar] kan tegenwerpen. Over die vraag nu.
Makelaardij Sneekuit 2009: [12]
Makelaardij Sneekuit moeten gaan. [14] Niet alleen is het arrest betrekkelijk recent gewezen, ook schieten we met een kwalificatie van de makelaar als ‘verklaringsgevolmachtigde’ weinig op. De maatschappelijke positie van de makelaar en zijn verhouding tot de achterman is en blijft verschillen van het normaaltype van volmacht en vertegenwoordiging. Intussen kan aan de eerder bedoelde kritische schrijvers worden toegegeven dat de makelaar in zijn verhouding tot de achterman ook verschilt van het normaaltype van een bode. Een bode pleegt men te zien als een instrument van de achterman, in de zin dat de bode de boodschap niet zelfstandig formuleert. [15] Een makelaar formuleert juist wel zelfstandig zijn boodschappen. Dat past ook bij zijn expertise (expertise die bij zijn achterman in de regel ontbreekt).
nietde bode van [eigenaar] was. [eigenaar] had niet aan [makelaar] gevraagd om een dergelijke inschatting aan [gegadigde] over te brengen, en er is ook geen reden om te denken dat [gegadigde] het zo kan hebben begrepen. [gegadigde] had zelf om die inschatting gevraagd, en kreeg die niet van [makelaar] als instrument van [eigenaar] , maar van [makelaar] als deskundig makelaar. [makelaar] was wél een bode van [eigenaar] voor zover deze aan hem overgelaten had om aan [gegadigde] over te brengen hoe hij tegenover de voorwaarden van het aanbod van [gegadigde] stond. Dit laatste intussen met de hiervoor bedoelde nuances (behalve bode van [eigenaar] , ook ‘verkenner’ van [gegadigde] ; eigen belang van [makelaar] ).
onderdeel 4klaagt [gegadigde] dat het Hof, met zijn achter (g), (h) en (i) genoemde oordelen het bepaalde in art. 3:37 lid 4 BW Pro heeft miskend, althans dat die oordelen in het licht van die bepaling en de stellingen van [gegadigde] zonder nadere motivering onbegrijpelijk zijn. De letters g, h en i verwijzen naar de inleiding van de procesinleiding in cassatie, waar de steller van het middel het vonnis samenvat.
in dit gevalvoor toerekening van de schijn aan [eigenaar] geen grond bestaat. Dit oordeel wordt gedragen door wat het Hof in rechtsoverwegingen 3.12 en 3.13 heeft overwogen, in het bijzonder: [eigenaar] (en ook [gegadigde] ) zijn consumenten; [eigenaar] had aangegeven niet gebonden te willen zijn voordat hij zou tekenen; [makelaar] was niet alleen de bode van [eigenaar] maar ook verkenner in het belang van [gegadigde] ; [makelaar] handelde deels geheel op eigen houtje (wat betreft zijn inschatting dat er een afdwingbare koopovereenkomst was) en voor het overige te voortvarend; en [makelaar] had een zelfstandig belang bij totstandkoming. Deze omstandigheden waren in ieder geval deels voor [gegadigde] kenbaar. Wat betreft het ontbreken van overeenstemming over de netto koopsom in verband met de kosten van de dakreparatie, geldt dit niet. In zoverre impliceert het oordeel van het Hof dus een onderzoeksplicht van [gegadigde] . Zo’n onderzoeksplicht is binnen de maatstaf van art. 3:35 BW Pro-BES een gangbaar verschijnsel (vergelijk ook art. 3:11 BW Pro-BES). Verder wist [gegadigde] van [makelaar] dat [eigenaar] de tekst van de schriftelijke koopovereenkomst wilde beoordelen en daarbij juridisch advies wilde inwinnen (e-mails van 14 en 18 februari 2019). Daar komt dan nog de verkeersopvatting bij (hiervoor 3.5 e.v.). Minst genomen moest hij rekening houden met de
mogelijkheiddat [eigenaar] bij een zo belangrijke transactie als de verkoop van zijn vakantiewoning niet gebonden zou willen zijn dan met zijn akkoord op een schriftelijke koopovereenkomst.
nietonjuist of onbegrijpelijk is.