Conclusie
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of een medische verklaring die ten grondslag lag aan een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) rechtsgeldig kon zijn wanneer het onderzoek van de onafhankelijke psychiater via beeldbellen plaatsvond in plaats van fysiek.
De burgemeester had op 29 augustus 2023 een crisismaatregel getroffen ten aanzien van betrokkene, gebaseerd op een medische verklaring van een psychiater die betrokkene via beeldbellen had beoordeeld. De rechtbank Amsterdam verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, waarbij werd overwogen dat een face-to-face onderzoek redelijkerwijs niet mogelijk was vanwege de spoedeisende situatie, het risico op agressie door drugsgebruik en de gevaarlijke thuissituatie.
Het cassatieberoep richtte zich tegen dit oordeel, stellende dat het onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene redelijkerwijs wel mogelijk was en dat de spoedeisendheid onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad bevestigde het uitgangspunt dat een medische verklaring gebaseerd moet zijn op een persoonlijk onderzoek, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd waarom het onderzoek via beeldbellen in dit specifieke geval gerechtvaardigd was en dat de medische verklaring voldeed aan de vereisten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de voortzetting van de crisismaatregel op basis van het beeldbelonderzoek van de psychiater, met inachtneming van de waarborgen uit art. 5 EVRM Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel blijft in stand.