Conclusie
Nummer22/02570
Inleiding
Het eerste middel
“Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De voorzitter deelt mee:
De raadsman van verdachte stemt hiermee in.
voorzitterdeelt mee dat het onderzoek wordt geschorst tot de terechtzitting van
11 juni 2021te
13.30 uur, waarop het onderzoek zal worden gesloten. Op deze wijze heeft de zittingscombinatie meer tijd dan de gebruikelijke 14 dagen beraad.
geschorst voor bepaalde tijdtot de terechtzitting van
11 juni 2021 te 13.30 uur. Op 25 juni 2021 om 13:30 uur zal uitspraak worden gedaan.”
Het tweede middel
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever inclusief bijlagen d.d. 10 juli 2018 (pagina 1792 e.v. map 5). voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2]:
(het hof begrijpt: [verdachte])ofzo. Ik wil ook aangifte doen tegen [betrokkene 1].
(het hof begrijpt: de Volkswagen Touareg, met kenteken: [kenteken 3]). (…) Ik ging niet weg bij de verdachten omdat ze mij moesten betalen en ik geloofde ze. (…) U vraagt mij of ik mij met betrekking tot het op naam stellen van auto’s mij gedwongen voelde dat te doen. Ja, best wel. (…) Ik kwam in 2018 erachter dat ik niet betaald kreeg. Tegen die tijd had ik al 4 auto’s gehad. (…) De verdachten betaalden de auto’s en deze kwamen op mijn naam. Ze hebben verzekeringen afgesloten achter mijn rug om. (…) Ze hebben ook verkeersovertredingen gemaakt en die kwamen allemaal op mijn naam te staan. U vraagt mij of ik mijn rijbewijs en paspoort moest afstaan. Ja, in het begin wel. Ze hebben er toen kopieën van gemaakt. De documenten zijn we teruggegaan. Ze hebben gefraudeerd met mijn paspoort en rijbewijs. Op het moment dat ik mijn rijbewijs moest afgeven voelde ik nog geen dwang. Dat kwam later, op het moment toen ik de druk steeds meer voelde. (…) Mijn vrijheid werd afgenomen. (…) De stemming van verdachten was heel hard. (…) Mijn angst is dat ze mij of mijn kinderen iets aan zouden doen. (…) Een keer heeft [verdachte] een ongeluk gehad en toen ben ik aansprakelijk gesteld, omdat die auto op mijn naam stond. U vraagt mij of ik vrijwillig in zee ben gegaan met de verdachten. Er zit een haai naast je en die kan elk moment bijten. Zo voelde ik mij. Dit heb ik vanaf het begin af aan ervaren. (…) De verdachten werkten samen. (…) [verdachte] was de hoofdgebruiker van de Seat. Ik reed daar zelf niet in. [verdachte] heeft een keer een kettingbotsing gehad en hij schoof dat toen op mij af, omdat de auto op mijn naam stond. (…) De Polo is overgeschreven bij het postkantoor en daar was ik bij. [betrokkene 1] had mij onder druk gezet dat de auto op mijn naam moest. Bij de meeste auto’s werd ik onder druk gezet. Ik was bang voor de verdachten. Alleen bij de eerste auto wist ik niet beter, toen had ik nog goed vertrouwen in ze. (…) [betrokkene 1] heeft het langst gereden in de Passat. Hij heeft daar ook de meeste boetes mee gereden. (…) Na een aantal maanden werd ik geslagen door [betrokkene 1]. Dit was in het eindstadium. (…) Dat hij mij sloeg had ook wel te maken met de auto’s. Ik zie het niet als mishandeling, maar ik voelde mij erg onder druk gezet. (…) Het klopt dat ik bij twee van de auto’s erbij ben geweest toen ze op mijn naam kwamen te staan. Dat ging om de Passat en de Polo. (…) [verdachte] heeft mij bedreigd. Als ik niet naar hem zou luisteren zouden er gevolgen zijn. (…) Op het moment dat ik een weerwoord had begon hij mij te bedreigen. (…) [verdachte] wist van het slaan, want hij zei tegen mij “Je weet wat [betrokkene 1] met je doet, als je dit en dat niet doet”. (…) In het totale plaatje had het slaan met de onderdrukking te maken.”