2.4Het proces-verbaal van de terechtzitting op 18 december 2018 houdt – voor zover voor de beoordeling van de middelen van belang – het volgende in:
“Het hof onderbreekt het onderzoek voor korte duur. Hierna wordt het onderzoek hervat.
De verdachte
[betrokkene 5]legt op vragen van het hof een verklaring af, inhoudende:
Ik ken [verdachte] . Ik denk dat ik hem ‘Tata’ noemde, wat ‘vader’ betekent. Ik heb hem via zijn zoon [betrokkene 9] leren kennen, die ik ‘Gordo’ noemde. Ik weet niet meer wanneer ik [verdachte] heb leren kennen. Het is al lang geleden.
Ik had contact met [verdachte] over de onderhoudslijsten voor vliegtuigen op Schiphol. Hoe dit onderwerp ter sprake is gekomen, weet ik niet meer precies, maar ik kwam [betrokkene 9] vaker tegen in de kapsalon in Den Haag. Ik kende [betrokkene 9] via [betrokkene 10] en zo raakten wij in gesprek. We gingen samen uit en spraken over muziek. Ik ben namelijk DJ.
Op den duur was ik erachter gekomen dat er interesse bestond in onderhoudslijsten. Omdat ik financiële problemen had, had ik het plan opgevat om mensen te ‘flashen’, dus voor de gek te houden. Mijn plan was om geld af te nemen door valse beloftes te maken. Ik zei dat ik misschien iemand kende die drugs op vliegtuigen wilde plaatsen. Wat niemand echter wist, is dat ik niemand kende.
Ik ging bij de mensen langs om mijn plan te financieren. Ik zei hen dat ik iets wilde beginnen en vroeg hen om € 2.000,- te investeren. Zij zouden dan € 5.000,- terug krijgen. Ik ben hierdoor in de problemen geraakt. Niet iedereen wilde mijn verhaal namelijk geloven. Ik heb twee mensen kunnen flashen maar daar heb ik alleen maar ellende van gehad. Er was geen plan en ik heb ook geen geld gekregen. Van beide kanten waren valse beloften gemaakt. Door mijn financiële problemen heb ik domme dingen gedaan. Ik heb de mensen gebruikt om geld te krijgen, zodat ik mijn kinderen eten kon geven en de huur kon betalen.
Ik heb vier maanden lang fopverhalen verteld. Ik deed alsof ik een plan had, ik kreeg de onderhoudslijsten met instructies en ik deed hen geloven dat ik misschien drugs kon laten invoeren, terwijl ik in werkelijkheid niemand kende. Zo heb ik hen aan het lijntje gehouden. Als de politie goed onderzoek had verricht, hadden ze geweten dat deze sukkel niks had.
Ik heb niet voor de onderhoudslijsten betaald. Ik geef toe dat ik gesprekken heb gevoerd over de onderhoudslijsten. De eerste lijst zat in een enveloppe met een briefje waarop uitleg stond over hoe wij over de vliegtuigregistraties moesten spreken, namelijk door middel van vrouwennamen. Voordat ik dit briefje zag, wist ik niet hoe wij over de vliegtuigregistraties moesten spreken. In de enveloppe bevond zich ook een geheugenkaart met daarop twee foto’s van verbergplaatsen. Met dit verhaal ging ik door met flashen; ik beloofde iets wat ik niet kon nakomen. Ik ken [betrokkene 11] niet. Voor zover ik weet, heb ik hem nooit gezien of gesproken. Ik had contact met [betrokkene 9] , die ik ‘Biga’ noemde, en af en toe met zijn vader [verdachte] , om hen aan het lijntje te houden.
Ik herinner mij niet dat ik mijn telefoon aan [verdachte] heb uitgeleend. Ik leen mijn telefoon namelijk niet uit. Ze mogen wel bellen met mijn telefoon, maar ze mogen hem niet meenemen. Ik noem mijzelf alleen ‘Jacho’. Ik weet niet of ik door anderen ‘Kabes’ werd genoemd; het zou kunnen.
Ik kan mij niet herinneren dat ik mijzelf ‘Rinconeiro’, ‘On A Mission’, ‘El Lobo Loco’, ‘Relampago’, ‘El Luchador’ of ‘Ghetto Fabulous’ heb genoemd. Het kan zijn dat ik mijzelf zo heb genoemd, maar ik weet het niet meer. Ik heb veel fopverhalen verteld.
Het is mogelijk dat de tapgesprekken en ping-gesprekken onder die namen terecht aan mij zijn toegeschreven. Op de vraag of er gesprekken ten onrechte aan mij zijn toegeschreven, antwoord ik dat ik wil weten wie ‘de man’ is, die gekoppeld wordt aan ‘Kabes’.
Ik weet niet wie ‘Hermano3 ’, ‘M@P’, ‘Lady Brenda’ en ‘Lady Linda’ zijn. Die namen zeggen mij niets. ‘Hermano3’ en ‘M@P’ waren in ieder geval geen cruciale personen in mijn flashplan. ‘M@P’ komt niet reeds vanaf het begin in het dossier voor. Ik had niet regelmatig contact met ‘M@P’, maar pas op het laatst. Ik weet niet hoe ik aan hun contactgegevens ben gekomen. Als in de tapgesprekken en ping-gesprekken over seksuele zaken werd gesproken, dan werd daarmee meestal het (zogenaamd) plaatsen van cocaïne op vliegtuigen bedoeld. Soms ging het daadwerkelijk over seks.
Ik heb ping-contact gehad met iemand die de drugs in de vliegtuigen zou plaatsen, maar tijdens dat contact wist ik niet dat diegene zich op Curaçao, althans in het buitenland, bevond. Ik ben zelf niet naar het buitenland gegaan.
Ik had meerdere telefoonnummers, omdat ik naast mijn eigen vrouw nog twee scharrels had en omdat ik bezig was met mijn flashplan.
Voordat ik op de [a-straat 1] kwam te wonen, heb ik op verschillende adressen in [plaats] gewoond: de [b-straat] , de [c-straat] en de [d-straat 1] bij mijn vrouw. Mijn vriendin is [betrokkene 12] . Zij wordt Helin genoemd.
De ‘man uit [plaats] ’ zegt mij niets. Ik ken niemand uit [plaats] .
Ik weet niet wie ‘Mandingo’ is. De voorzitter houdt mij voor dat Mandingo volgens de politie de verdachte [betrokkene 7] is. Daarop verklaar ik dat ik [betrokkene 7] van het uitgaan ken, Ik ken [betrokkene 7] als ‘Dilo’ en had met hem contact. ‘Dilo’ werd gekoppeld aan ‘Mandingo’, maar ‘Mandingo’ wist niets van de operatie.
Ik kan mij niet herinneren dat ik met [betrokkene 7] over de onderhoudslijsten heb gesproken. [betrokkene 7] heeft niets te maken met mijn flashverhaal, behalve dat ik hem ook heb geflasht. Ik heb bijna € 1,500,- van hem afgenomen onder de belofte dat ik hem terug zou betalen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik heb het geld ook nog steeds niet. Onze vriendschap is daarna niet meer hetzelfde geweest.
De voorzitter houdt mij de inhoud voor van ping-berichten van 31 maart 2014 om 00:11 uur tussen mij en Mandingo, met de tekst: “Zeg tegen [betrokkene 1] om op zijn ding te letten. Dinsdag is de hoer bij hem. Woensdag eten we haar kut”. Daarop verklaar ik dat ik niet weet met wie ik deze ping-conversatie heb gevoerd.
De voorzitter houdt mij de inhoud voor van een tapgesprek van 3 april 2014 om 21:05 uur tussen mij, [betrokkene 7] en [betrokkene 8] , waarin [betrokkene 7] zou hebben gezegd: “Ik sta hier met Dokter. Kijk, er mogen niet meer van deze fouten zijn broeder. Daar waar ze de kinderen naar de dokter sturen, daar moeten de kinderen naar de dokter gaan, en niet op een andere plaats. Dan gebeuren deze fouten niet meer. Anders verliezen we de zak met krabben en alles”. Daarop verklaar ik dat ik niet weet wie met ‘Dokter’ werd bedoeld. Het gesprek moest ervoor zorgen dat het erop zou lijken alsof ik bezig was het transport te realiseren.
[betrokkene 1] is een kennis van mij die ik had ingeschakeld om aan te tonen dat ik bezig was om het transport te realiseren. In werkelijkheid was er echter niemand die ik kende om dat te doen. Onze afspraak was om iedereen aan het lijntje te houden, opdat ik kon aantonen dat het transport nog niet mogelijk was maar dat wij wel bezig waren.
Naast [betrokkene 1] was er nog een kennis met wie ik in dit verband contact onderhield, maar deze derde persoon is twee of drie maanden geleden vermoord op Curaçao. Deze persoon was [betrokkene 8] . Ik heb [betrokkene 8] eveneens geflasht. Ik heb ongeveer € 5.000,- in delen van hem afgenomen en kon het niet terugbetalen.
De voornaam van [betrokkene 1] is [betrokkene 1] . Zijn achternaam ken ik niet. Hij woont tussen [plaats] en [plaats] op Curaçao. [betrokkene 1] is de enige persoon die mijn verhaal kan ondersteunen. Ik heb met hem over mijn flashplan gesproken en hij was de enige die mij hielp en ervan af wist.
De voorzitter houdt mij voor dat ik pas in hoger beroep met deze verklaring kom en dat mijn verklaring aan kracht zou winnen als ik de persoon van [betrokkene 1] in een eerder stadium had geïntroduceerd, zodat hij als getuige kon worden gehoord. Daarop verklaar ik dat ik dit in overleg met mijn raadsman heb gedaan. Ik zal zo snel mogelijk contact met [betrokkene 1] opnemen om helderheid te verschaffen.
Ik heb ook van een ander persoon geld afgenomen. Dat was een bedrag van € 3.500,-. Deze persoon bevindt zich in Nederland, maar komt niet in het dossier voor. Uit angst voor hem wil ik niet meer over hem verklaren. Ik ben nu nog steeds bang, maar ik moet open kaart spelen. De grootste angst die ik had, was voor [betrokkene 8] , maar die is nu vermoord. Ik ben verder gegaan.
Het hof onderbreekt het onderzoek voor korte duur. Hierna wordt het onderzoek hervat.
De voorzitter deelt mee dat thans zal worden overgegaan tot het verhoor als getuige van [betrokkene 5] , die is opgeroepen als getuige in de strafzaken van de verdachten [betrokkene 7] , [verdachte] , [betrokkene 3] en [betrokkene 6] . Als advocaat van de getuige is aanwezig mr. M.M.J. Nuijten, advocaat te Haarlem.
De getuige doet vervolgens op vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboorteplaats, geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en, het adres van zijn feitelijke verblijfplaats, beroep, voor zover hieronder is vermeld, en verklaart geen bloed- of aanverwant van de verdachten te zijn. De getuige legt vervolgens de belofte af de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen.
De voorzitter wijst de getuige op zijn recht zich te verschonen van het beantwoorden van hem gestelde vragen, indien hij daardoor zichzelf aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling zou blootstellen.
De getuige
[betrokkene 5], geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , wonende aan de [a-straat 1] te [plaats] , van beroep medewerker in de funderingstechniek, verklaart:
Op vragen van de voorzitter:
De verklaring die ik eerder vandaag ter terechtzitting als verdachte heb afgelegd, handhaaf ik ook in mijn hoedanigheid van getuige in de zaken van de medeverdachten. Ik handhaaf dan ook de onderstaande verklaring:
Op vragen van mr. Veldman, raadsvrouw van de verdachte [verdachte]:
Ik ken [betrokkene 1] via een goede vriendin van mij, die op Curaçao woont. Zij woonde vlakbij [betrokkene 1] en zo kwamen wij met elkaar in contact. Ik zal mij inspannen om contact te krijgen met deze vriendin, teneinde [betrokkene 1] te traceren.
Ik heb nooit aan [verdachte] verteld dat ik iedereen aan het oplichten was. Dan had ik hem immers ook niet kunnen flashen.
Op vragen van mr. Kapinga, raadsman van de verdachte [betrokkene 6] :
Ik heb nooit aan [betrokkene 9] verteld dat ik iedereen aan het oplichten was. Dan had ik hem immers ook niet kunnen flashen.
Op vragen van mr. De Korte, raadsman van de verdachte [betrokkene 7] :
Ik heb nooit aan [betrokkene 7] verteld dat ik iedereen aan het oplichten was. Dan had ik hem immers ook niet kunnen flashen.
Op vragen van mr. Çimen, raadsvrouw van de verdachte [betrokkene 3] :
Voor zover ik weet heb ik [betrokkene 11] nooit gezien of gesproken. Het is mogelijk dat ik niet wist dat ik [betrokkene 11] aan de telefoon had. [verdachte] heeft mij nooit gezegd om in zijn afwezigheid met zijn broer [betrokkene 11] contact op te nemen. Wel heeft hij gezegd dat ik in dat geval contact op kon nemen met zijn zoon [betrokkene 9] . Ik begrijp niet dat ik volgens het dossier contact heb gehad met [betrokkene 11] . Dat is niet het geval geweest, althans niet voor zover ik dat wist.
Op de vraag hoe ik [betrokkene 11] noem, antwoord ik dat ik hem niet ken. Ik heb hem dus ook nooit ‘tio’ genoemd. ‘Tio’ betekent ‘oom’ in het Papiamento. Een oudere man wordt uit respect ook ‘tio' genoemd; daarvoor hoeft hij geen familie te zijn. [verdachte] heb ik ook niet ‘tio’ genoemd. Ik noemde hem soms wel opa. [betrokkene 9] noemde ik ‘Gordo’.
De persoon die op de hoogte was van mijn flashplan, is jonger dan ik. Ik zou hem geen ‘tio’ noemen.
Ik heb niemand verteld om welke hoeveelheid drugs het zou gaan. Er was immers geen sprake van drugs; er was niets.
Mr. Çimen houdt mij de inhoud voor van een ping-conversatie van 10 maart 2014 tussen 11:26 uur en 22:34 uur tussen ‘El Lobo Loco’ en ‘Mandingo’. Daarop verklaar ik dat dit gesprek mij niets zegt. Het is mogelijk dat ik dit gesprek heb gevoerd, maar ik was dan niet met [betrokkene 11] in gesprek.
Mr. Çimen houdt mij de inhoud voor van een tapgesprek van 25 november 2013 om 20:14 uur, waarin ik tegen [betrokkene 11] zou hebben gezegd: “Bovendien is de zee even vol”. Daarop verklaar ik dat het mogelijk is dat ik dit gesprek heb gevoerd, maar ik weet niet met wie ik dit gesprek heb gevoerd. Ik was aan het pingen. Mr. Çimen zegt mij dat het een telefoongesprek is. In dat geval moet ik met [verdachte] hebben gesproken.
Mr. Çimen houdt mij de inhoud voor van een tapgesprek van 20 december 2013 om 16:04 uur, waarin ik tegen [betrokkene 11] zou hebben gezegd: “De zee is nog ruw. Man, een heleboel kustwachters. De mannen kunnen zelfs niet bij de rots komen om een lijn te gooien”. Daarop verklaar ik dat dit een fopverhaal was. Ik kan mij ook niet herinneren dat ik dit gesprek met [betrokkene 11] heb gevoerd, maar wel met [verdachte] .
Mr. Çimen houdt mij de inhoud voor van een ping-gesprek van 14 februari 2014 om 21:07 uur, tussen ‘Relampago’ en ‘Nowers’. Daarop verklaar ik dat ik mij dit ping-gesprek niet herinner. Ik weet ook niet wie ‘Nowers’ is. De in het gesprek genoemde ‘tio’ is gewoon een persoon die ‘oom’ wordt genoemd; dat betrof niet [betrokkene 11] . Ik ben die avond niet bij [betrokkene 11] geweest. Ik ben überhaupt nooit bij [betrokkene 11] geweest; wel bij [verdachte] . Het verhaal over het geldbedrag van € 5.650,- waarvan 13% werd afgetrokken, had betrekking op mijn flashplan. Ik probeerde immers geld van mensen af te pakken en om die reden had ik een regeling bedacht. Het kwam erop neer dat ik een geldbedrag noemde en dat ik degene die mij geld had gegeven, rustig moest houden door hem voor te spiegelen dat hij zijn geld binnenkort zou krijgen. Die 13% had ik verzonnen.
Ik heb [verdachte] nooit geld gegeven om de beschikking te krijgen over de onderhoudslijsten. Ik heb hem hooguit een keer benzinegeld betaald. Dat was ongeveer € 50,-; niet meer dan dat. Ik heb hem geen € 150,- gegeven; ik had immers juist geld nodig.
Op vragen van de jongste raadsheer:
Ik heb mijn telefoon wel eens aan [betrokkene 7] uitgeleend, als wij bij elkaar waren. Hij had niets bijzonders met [betrokkene 1] te maken. Ik was degene die met [betrokkene 1] , dus [betrokkene 1] , te maken had. De goede vriendin van mij, via wie ik [betrokkene 1] heb leren kennen, heet [betrokkene 13] . Ik ken haar achternaam niet. Bijna niemand kent elkaars achternaam op Curaçao. Zij woont op Curaçao nabij [plaats] , [plaats] en [plaats] . Ik heb haar acht of negen jaren geleden leren kennen en ik heb [betrokkene 1] ongeveer twee jaren daarna leren kennen, dus tussen 2011 en 2012. Ik heb [betrokkene 1] op een feest ontmoet, waar ik als DJ aan het werk was en waar hij als gast aanwezig was. Volgens mij was [betrokkene 1] toen nog schoolgaand, maar daarover hebben wij niet gesproken. Ik schatte hem destijds rond de 20 jaar oud. Inmiddels zou hij dus 27 of 28 jaar oud zijn. Ik beschikte indertijd over zijn telefoonnummer.
Ik heb [betrokkene 1] over mijn flashplan geïnformeerd en hem gevraagd om hierover met mij te praten. Via de ping heb ik hem verteld hoe mijn flashplan ongeveer moest worden gerealiseerd. Als ik in die tijd werd getapt, dan zou onze ping-conversatie moeten zijn geregistreerd. Ik heb [betrokkene 1] overgehaald om mijn financiële problemen te stabiliseren, maar ik heb hem in ruil daarvoor geen geld of iets anders beloofd. Toen ik gedetineerd raakte, ben ik het contact met hem verloren.
De verdachte [verdachte] reageert als volgt:
Ik vraag mij af waarom men nooit op bewijs heeft gewacht. Ik was weliswaar bezig met verkeerde zaken, maar er is nooit iets gevonden.
De voorzitter heeft, nadat hij de getuige heeft ondervraagd, aan de raadsheren en de advocaat-generaal de gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen aan de getuige, en aan de verdachten en hun raadslieden de gelegenheid gegeven de getuige te ondervragen en naar aanleiding daarvan tegen die verklaring in te brengen wat tot verdediging kan dienen.
Met toestemming van de advocaat-generaal, de verdachten en hun raadslieden vergunt het hof de getuige zich te verwijderen uit de zittingszaal. In zijn hoedanigheid van verdachte blijft [betrokkene 5] in de zittingszaal aanwezig.
Mr. Veldman, raadsvrouw van de verdachte [verdachte] , vraagt daarop het woord. Zij deelt mee:
Ik verzoek [betrokkene 1] als getuige te horen. Ik begrijp dat [betrokkene 5] [betrokkene 1] kan traceren. Zijn verhoor als getuige is noodzakelijk ter verificatie van de verklaring van [betrokkene 5] . Zijn verklaring plaatst de zaak in een geheel ander daglicht; het heeft gevolgen voor de beoordeling en mogelijk ook voor de kwalificatie van de zaak. Mijn cliënt is door de verklaring van [betrokkene 5] overvallen.
Mr. Nuijten, raadsman van de verdachte [betrokkene 5] , mr. De Korte, raadsman van verdachte [betrokkene 7] en mr. Kapinga, raadsman van verdachte [betrokkene 6] , sluiten zich bij het verzoek aan.
De advocaat-generaal geeft aan dat hij zijn standpunt in een later stadium van de behandeling wenst mee te delen.
De getuige
[betrokkene 7], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats], wonende aan de [e-straat 1] te [plaats], zonder beroep, verklaart:
Op vragen van mr. Nuijten, raadsman van de verdachte- [betrokkene 5] :
Ik beroep mij op mijn verschoningsrecht op de vraag of ik de verdachte [betrokkene 5] bedoel wanneer ik zeg dat ik ‘Jacho’ ken. Ik beroep mij op mijn verschoningsrecht op de vraag of de verdachte [betrokkene 5] van mij een geldbedrag van ongeveer € 1.500,- heeft geleend. Ik beroep mij op mijn verschoningsrecht op de vraag wie ‘ [betrokkene 1] ’ is.
Op vragen van mr. Veldman, raadsvrouw van de verdachte [betrokkene 5] :
Ik beroep mij op alle te stellen vragen op mijn verschoningsrecht.
Op vragen van mr. Çimen, raadsvrouw van de verdachte [betrokkene 3] :
Ik beroep mij op mijn verschoningsrecht op de vraag of ik pas in beeld was gekomen nadat ‘ [betrokkene 1] ’ en ‘ [betrokkene 8] ’ eerst contact hadden gehad en dit mis was gegaan. Ik beroep mij op mijn verschoningsrecht op de vraag of [verdachte] de ‘eigenaar van de cocaïne’ was.
De voorzitter deelt mee dat thans zal worden overgegaan tot de behandeling van het verzoek tot het horen als getuige van [betrokkene 1] .
Op vragen van de advocaat-generaal verklaart de verdachte
[betrokkene 5]:
In overleg met mijn raadsman heb ik ervoor gekozen om nu toch over [betrokkene 1] te verklaren. Ik heb niet eerder over hem verklaard, omdat ik met twee personen problemen had en één van hen onlangs is vermoord. De andere persoon leeft nog en bevindt zich in Nederland. Ik onderga liever detentie, dan dat ik doodga.
Mr. Çimen, raadsvrouw van verdachte [betrokkene 3] , deelt mee dat zij zich niet aansluit bij het verzoek tot het horen als getuige van [betrokkene 1] , nu het verzoek afhankelijk is van de informatie die de verdachte [betrokkene 5] kan verstrekken en het derhalve prematuur vindt.
De advocaat-generaal brengt in reactie naar voren:
Ik verzet mij tegen het verzoek tot het horen als getuige van [betrokkene 1] , nu het verzoek naar mijn mening onvoldoende is onderbouwd. Bovendien is onbekend op welk adres [betrokkene 1] zich bevindt.
Mr. Veldman, raadsvrouw van de verdachte [verdachte] , deelt mee:
Ik persisteer bij het verzoek om [betrokkene 1] als getuige te horen. Het feit dat de verdachte [betrokkene 5] pas ter terechtzitting in hoger beroep over zijn flashplan en [betrokkene 1] heeft verklaard, kan niet ten nadele van mijn cliënt wegen. Het is voor mijn cliënt een emmer koud water.
Mr. Kapinga, raadsman van verdachte [betrokkene 6] , deelt mee:
Ik persisteer eveneens bij het verzoek en sluit mij aan bij hetgeen mr. Veldman ter onderbouwing naar voren heeft gebracht.
Mr. Nuijten, raadsman van de verdachte [betrokkene 5] , deelt mee:
Ik persisteer ook bij het verzoek. De verklaring van mijn cliënt zou aan kracht winnen wanneer [betrokkene 1] als getuige wordt gehoord.
Het hof onderbreekt het onderzoek voor beraad. Hierna wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissingen en overwegingen van het hof het volgende mee:
In zijn algemeenheid ziet het hof de belangen die gediend zouden kunnen zijn bij het verhoor als getuige van de door [betrokkene 5] genoemde [betrokkene 1] . De (contact)gegevens van deze [betrokkene 1] zijn echter vooralsnog onbekend. Het hof stelt mr. Nuijten en de verdachte [betrokkene 5] daarom in de gelegenheid
uiterlijk op 7 januari 2019contactgegevens van deze [betrokkene 1] te verstrekken en zal het onderzoek in alle zaken schorsen tot de terechtzitting van 11 januari 2019 te 13:45 uur, teneinde dan een beslissing te geven op het getuigenverzoek. De verdachten en de raadslieden worden aangezegd om alsdan te verschijnen. Desgevraagd door de voorzitter deelt mr. De Korte, raadsman van de verdachte [betrokkene 7] , mee dat de aanzegging van zijn cliënt via hem kan worden doorgegeven.
De voorzitter deelt vervolgens mee dat het onderzoek ter terechtzitting in alle zaken wordt onderbroken tot de terechtzitting van
11 januari 2019 te 13:45 uur, teneinde een beslissing te geven op het verzoek tot het horen als getuige van [betrokkene 1] . De verdachten en hun raadslieden zijn aangezegd om alsdan te verschijnen.”