23.26uur
Vriend, he, ik ga je zeggen, ik ga je kanker kapot maken. Kanker reclassering! Daarom zeg ik je, ik waarschuw he, ik ga jullie Nederlandse koppen er afsnijden.
9.
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019179078-6, inhoudende als verklaring van de getuige [slachtoffer 3] :
V = Vragen verbalisant
A = Antwoorden getuige
V: Hoe wist u dat het telefoonnummer, waarmee de bedreigingen waren verzonden, van [verdachte] was?
A: Hij had mij zijn telefoonnummer persoonlijk gegeven.
V: Hoe wist u dat die berichten van [verdachte] waren?
A: Ik herkende zijn telefoonnummer en ik herkende zijn stem. Ik heb hem later geconfronteerd met de bedreigingen en hij gaf toen toe dat hij dat gedaan had.
13.
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019332353-4, inhoudende als relaas van de verbalisant:
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam, was op 5 november 2019 samen met drie andere politieambtenaren ter plaatse in de voortuin van de [b-straat 1] te [plaats]. Hier stond een man ingeschreven die nog diverse openstaande boetes had. Dit betrof: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1983. Als hij deze zaken niet zou kunnen betalen dan moest hij in totaal 10 dagen worden vastgezet.
Ik legde [verdachte] uit wat de situatie was en vroeg of hij kon betalen. Ik hoorde [verdachte] verklaren dat hij op zijn salaris moest wachten en dat hij het geld niet had. Hierop heb ik [verdachte] medegedeeld dat hij was aangehouden omdat er een vervangende gevangenisstraf open stond voor 10 dagen.
Ik liep achter [verdachte] aan zijn slaapkamer in omdat hij nog iets moest pakken van kleding. Ik zag dat [verdachte] op het bed ging zitten. Ik zag dat zijn ogen helemaal groot waren en dat zijn gezicht verkrampt was van boosheid. Ik hoorde hem verklaren dat hij niet ging luisteren naar wat wij zeiden. Hierop heb ik samen met politieambtenaar [verbalisant 1] de verdachte vastgepakt en probeerde ik transportboeien aan te leggen. Ik pakte hierbij de arm vast van [verdachte] . Ik zag en voelde dat [verdachte] heel agressief werd en met kracht zich probeerde los te rukken. Ik voelde dat hij kracht gebruikte in zijn armen en benen om aan het boeien te ontkomen. Ik zag dat [verdachte] zich opeens uitstrekte en op snelheid met zijn hoofd op mij in kwam gelopen. Ik zag en voelde dat hij met zijn hoofd en lichaam mij een harde duw ter hoogte van mijn middel gaf. Tijdens de aanhouding was [verdachte] constant in verzet.
14.
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019332353-8, inhoudende als relaas van de verbalisant:
Op 5 november 2019 bevond ik, verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam, mij, samen met drie andere politieagenten in de voortuin van de [b-straat 1] te [plaats]. Wij waren hier vanwege [verdachte] , geboren op [geboortedatum]-1983. [verdachte] had nog boetes openstaan. Ik hoorde dat hoofdagent [verbalisant 2] hem aansprak en mededeelde dat hij de keuze had om te betalen en anders met ons mee moest komen naar het bureau. Ik hoorde dat [verdachte] zijn eerste reactie was: “Ik ga niet mee, doe maar wat je wilt”.
Wij liepen achter [verdachte] aan de trap op. Wij besloten hem direct te boeien nu [verdachte] op bed zat. Dit omdat [verdachte] naar onze mening aan het opbouwen was in zijn emotie. Wij, [verbalisant 2] en ik, pakten [verdachte] bij beiden armen beet en wilden hem controleren terwijl hij op het bed zat. Dit gebeurde niet en [verdachte] stond op en wilde weglopen terwijl wij hem nog bij zijn armen vast hadden. Met behulp van hoofdagent [verbalisant 3] en aspirant [verbalisant 4] hebben wij [verdachte] met gepast geweld kunnen controleren. Tijdens het controleren van [verdachte] werkte hij geen moment mee bij het boeien. Dit deed hij met kracht van meer dan geringe betekenis. Hij was continu bezig zich te onttrekken aan zijn aanhouding. Ik zag dat [verdachte] zich met kracht afzette tegen hoofdagent [verbalisant 2] . Ik zag namelijk dat [verdachte] zijn lichaam tegen het lichaam van [verbalisant 2] plaatste en zich meerdere malen krachtig afzetten tegen [verbalisant 2] aan. Ik zag dat [verbalisant 2] uit balans raakte.”
7. De bijlage bij het arrest van het hof houdt voorts nog het volgende in:
“Het hof vult bewijsmiddel 5 als volgt aan (cursieve gedeelte):
Op 13 december 2018 belde [verdachte] naar het servicecenter
van het Paleis van Justitie gevestigd te ‘s-Gravenhageen sprak met een medewerkster.
In aanvulling op die bewijsmiddelen bezigt het hof voorts de hieronder weergegeven bewijsmiddelen voor het bewijs:
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juni 2019 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2019179078-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 9):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Naar aanleiding van het proces-verbaal van aangifte ter zake bedreiging, voorzien van proces-verbaal nummer PL1700-2019179078-1, heb ik een onderzoek ingesteld naar het door de aangeefster genoemde telefoonnummer. Het telefoonnummer van de verdachte zou zijn: +[telefoonnummer 2]. Ik ontving van het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) de volgende gegevens:
Voorletters : [verdachte]
Voorvoegsels : [verdachte]
Achternaam : [verdachte]
Dienst : Abonnement
Naar aanleiding van de adresgegevens, aangeleverd door het CIOT, bleek uit gegevens van de Basis Voorziening Informatie dat de geboortedatum en -plaats van [verdachte] [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats]betroffen.
De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 6 december 2021 verklaard – zakelijk weergegeven – :
Het kan zijn dat ik, toen ik op 13 december 2018 naar het Openbaar Ministerie belde, heb geroepen dat ik een bom zou plaatsen of iets dergelijks.
Het kan zijn dat ik op 10 juni 2019 iets als de tenlastegelegde bewoordingen richting [slachtoffer 3] van de reclassering heb geroepen.
Ik ben op 23 maart 2019 in een [A] winkel in Rotterdam geweest. Ik ben naar binnen gegaan om te zeggen dat ik een abonnement wilde afsluiten waarbij ik een nieuwe telefoon zou krijgen. Er werd tegen mij gezegd dat ik geen nieuwe telefoon kon krijgen en dat ik alleen een sim-only abonnement kon afsluiten.
Op 19 april 2020 bevond ik mij in een arrestantenverblijf in Rotterdam. Ik heb dat verblijf vies gemaakt door daarin te spugen.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 20 april 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020120567-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 3 e.v.):
als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [aangever 3]:
Feit : Vernieling overige objecten
Plaats delict : Zuidplein 111, Rotterdam
Pleegdatum : 19 april 2020
Ik wil namens de politie Eenheid Rotterdam aangifte doen van vernieling, gepleegd op 19 april 2020. Een verdachte heeft een voorlopig arrestantenverblijf vernield. De verdachte heeft het verblijf bespuugd waardoor het voorlopig niet meer in gebruik kan worden genomen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
De bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud in het bijzonder betrekking hebben.”