Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.Het eerste middel
proces-verbaal van bevindingenvan de Politie Eenheid Den Haag d.d. 7 september 2017 van de politie. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in (blz. 136 tot en met 138, met bijlagen, politiedossier):
het hof begrijpt: [slachtoffer 2]) stond op de rijbaan net voor de ruimte tussen de twee aldaar geparkeerd staande bussen. Ik zag [verdachte] hard om de bocht aan komen rijden en zag dat hij vervolgens daar het stoepje op stuurde die tussen de rijbaan en het gras waarop ik stond ligt. Ik zag dat [verdachte] in mijn richting reed.
proces-verbaal vanaangifte van de Politie Eenheid Den Haag d.d. 28 augustus 2017 met nr. PL1500-2017246085-1. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in (blz. 16 t/m 21 politiedossier):
proces-verbaal van aangiftevan de Politie Eenheid Den Haag d.d. 29 augustus 2017 met nr. PL1500-2017244266-1. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in (blz. 24 tot en met 27 politiedossier):
proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2]bij de rechter-commissaris, d.d. 16 januari 2018. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in:
proces-verbaal van verhoorvan de verdachte van de Politie Eenheid Den Haag d.d. 30 augustus 2017. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in (blz. 66 tot en met 70 politiedossier):
verklaring van de verdachteafgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 28 oktober 2020. Deze verklaring houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in:
verklaring van de verdachteafgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 15 februari 2019. Deze verklaring houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in:
proces-verbaal van bevindingend.d. 27 augustus 2017 van de politie. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in (blz. 30 tot en met 33 politiedossier):
dat sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer 2] dat hij tussen de bussen stond en de verdachte op hem in wilde rijden" is een onjuiste aanname van de rechtbank, omdat dit nimmer uit de bewijsmiddelen kan blijken. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt dus, anders dan de rechtbank stelt, niet door objectief bewijs ondersteund; de verklaring van [slachtoffer 2] dat cliënt oogcontact met hem had is niet een dergelijk objectief bewijsmiddel (en is op geen enkele wijze te verifiëren); cliënt ontkent dat hij oogcontact heeft gehad met [slachtoffer 2]. Hij zag hem pas op het moment nadat hij de koers tussen de bussen had ingezet en kon hem niet ontwijken. Daarop strandt reeds de poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel.