Op 23 mei 2023 vond een doorzoeking plaats in de woning van klaagster waarbij drie gegevensdragers werden in beslag genomen op basis van een Europees onderzoeksbevel (EOB) van Duitse justitiële autoriteiten. Klaagster, eigenaar van het pand sinds 2021, betwist de rechtmatigheid van het beslag omdat zij geen relatie heeft met de verdachte die op het adres stond ingeschreven.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat het klaagschrift ontvankelijk was, omdat klaagster pas op 19 juni 2023 kennisnam van het beslag, waarna zij tijdig op 29 juni 2023 klaagschrift indiende. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelast dat de officier van justitie zich inspant om de in beslag genomen goederen terug te halen uit Duitsland, zodat het klaagschrift inhoudelijk kan worden beoordeeld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de beschikking een tussenbeschikking is, omdat de rechtbank nog niet definitief heeft beslist over het klaagschrift. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk, aangezien cassatie tegen tussenbeschikkingen alleen gelijktijdig met het beroep tegen de eindbeschikking kan worden ingesteld. Tevens wordt opgemerkt dat de voortijdige overdracht van de goederen aan Duitsland onrechtmatig was.