Conclusie
Nummer 19/02754
Het eerste middel
eerstemiddel bevat de klacht dat het onder 1 en 3 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Voordat ik dit middel bespreek, geef ik de bewezenverklaring van beide feiten, delen van de bewijsmiddelen en de op deze feiten betrekking hebbende bewijsoverwegingen van het hof weer.
1. Het eindprocesverbaal relaas van verbalisanten, op 31 mei 2013 opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdinspecteur, en [verbalisant 2] , brigadier, en [verbalisant 3] , hoofdinspecteur, politie Oost-Brabant, Afdeling Districtelijke Opsporing, voor zover inhoudend als relaas van verbalisanten (…):
WITWASSEN ZWARTE MERCEDES, KENTEKEN [kenteken] (LUXEMBURG)
Tijdens de doorzoeking op 24 december 2009 werd in het pand [a-straat 1-2] een computer in beslag genomen. Op deze computer kwam een document voor betreffende een uitspraak op een bezwaarschrift tegen een afwijzende beschikking op een verzoek om vrijstelling van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) door [mededader] . De uitspraak was gedateerd 4 september 2008 en was gericht aan [verdachte] , [plaats] .
Volgens de feiten genoemd in deze uitspraak heeft [mededader] verzocht om vrijstelling BPM voor het gebruik van een Mercedes E320D met Luxemburgs kenteken [kenteken] op naam van de Luxemburgse vennootschap [A] . [mededader] verzoekt om vrijstelling omdat hij aangegeven heeft dat hij met ingang van 26 oktober 2004 is gaan werken voor [A] waarbij hij belast zou zijn met de acquisitie van auto’s en leasecontracten voor [A] De belastinginspecteur wijst het verzet af op de volgende gronden:
- [A] is niet meer economisch actief op het moment van indiensttreding van [mededader] .
- [A] heeft sedert haar oprichting geen werknemers in dienst gehad.
- De Inspecteur verwijst bovendien in zijn uitspraak naar een arrest van het Hof Den Bosch d.d. 5 juni 2008 voor een soortgelijk geval van een [A] -werknemer waarbij het Hof oordeelde dat niet aannemelijk was gemaakt dat betrokkene ooit werkelijk als werknemer in dienst is geweest van [A]
1.5 tenaamstelling kenteken [kenteken] (LUX)
Op 20 januari 2010 werd informatie verkregen van het Luxemburgse kenteken [kenteken] . Dit kenteken blijkt op naam te staan van [A] te Luxemburg. Dit is een bedrijf van verdachte [verdachte] .
Op naam van [mededader] en verdachte [verdachte] staan geen voertuigen geregistreerd.
1.9 verklaring getuige [betrokkene 2]
- de auto, een zwarte Mercedes, met het Luxemburgse kenteken, [kenteken] , van haar is.
- [betrokkene 3] deze auto gekocht heeft, maar zij er altijd in reed
- zij een gezin waren en zij deze auto gebruikte.
- de afgelopen zomer zij voor het eerst de autoverzekering van deze auto betaald heeft
- de auto verzekerd is via een Luxemburgse verzekeringsmaatschappij.
- de auto staat op [betrokkene 3] en haar naam staat voor de verzekering.
- het kenteken volgens haar ook op [betrokkene 3] en haar naam staat.
- zij verder alleen de belasting en verzekering voor deze auto betaalt.
1.11 nader onderzoek inbeslaggenomen bescheiden in verband met dienstverband [A] .
Contrat d'emploi, Franstalige arbeidsovereenkomst tussen [A] . en [mededader] d.d. 1 oktober 2004 met watermerk "Copie".
Contrat d'emploi, getekend exemplaar Franstalige arbeidsovereenkomst tussen [A] . en [mededader] d.d. 1 oktober 2004 met een salaris van € 1.300,- per maand. Het bewuste contract is volgens de aanmaakdatum pas op 9 november 2004 aangemaakt. De getekende versie krijgt als datum 1 oktober 2004.
Engelstalige verklaring van [A] d.d. 21 december 2004 dat [mededader] met ingang van 26 oktober 2004 werkzaam is voor [A]
noot verbalisanten: voor de jaren 2004 en/of 2005 zijn door verdachte [mededader] ook geen salarisinkomsten van [A] aangegeven voor de inkomstenbelasting.).
Noot verbalisanten: voor het gebruik van het voertuig door [mededader] en/of [betrokkene 2] werden dus geen huurcontracten, leasecontracten, facturen voor jaarlijkse vergoeding, aankoop-en verkoopfactuur voertuig, en facturen voor belasting, onderhoudskosten en verzekeringskosten aangetroffen. Het voertuig [kenteken] bleek over de periode van 12 oktober 2004 tot 12 oktober 2011 wel verzekerd te zijn bij een Luxemburgse maatschappij op naam van [A] ; zie hierna.)
€ 1.637,30 (credit)
De premiebetalingen voor deze nota’s zijn slechts gedeeltelijk te volgen en geven het volgende beeld:
betaalde bedrag
De betaling van 29-10-2007 is gedaan vanaf de privérekening van [verdachte] bij de Deutsche Bank, konto-nr. […] . (zie paragraaf 1.10: AACD8616NL-01 en 02).
1.21 samenvatting delict witwassen-valsheid in geschrift
Verdachte [mededader] heeft nimmer arbeidsinkomsten van [A] aangegeven voor de inkomstenbelasting.
Uit de inkomensgegevens van [mededader] blijkt dat hij over onvoldoende inkomen en/of vermogen beschikt om een dergelijke grote uitgaaf voor de aanschaf van dit voertuig te kunnen doen.
De verdachte [mededader] is op 16 juli 2010 veroordeeld voor overtreding van de artikelen 2 (onder B) en 10 van de Opiumwet.
Antecedenten 1/32 waaronder de volgende:
MIB-gegevens [mededader]Blijkens de gegevens van het politiesysteem MIB wordt de verdachte [mededader] ook nog genoemd in diverse processen waarbij betrokkenheid bij andere strafbare feiten blijkt waaronder de volgende:
Pleegperiode Rol Incident Pleegplaats
Internetsearch
Uit onderzoek op de website http://www. [website] /2004/C/Pdf/c0243013.pdf bleek dat [A] was opgericht op 7 januari 2004 met o.a. de volgende gegevens:
[plaats] .
mede-oprichter [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1940 te [geboorteplaats] en wonende te [plaats] , [l-straat 1] .
Legaal inkomen [mededader]Uit een vordering 126nd WvSv ontvangen gegevens van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor ‘s-Hertogenbosch blijkt dat verdachte [mededader] in de jaren 2004 t/m 2007 de volgende looninkomsten heeft genoten:
Indien er vanuit gegaan wordt dat de voorbelasting op de inkopen in dezelfde verhouding staat als de verhouding tussen de omzet hoog tarief en omzet laag tarief, zou dit betekenen dat de inkopen voor 2008 en 2009 berekend kunnen worden op respectievelijk € 38.101 (2008) en € 98.575. Op basis hiervan kan geconstateerd worden dat de gedane inkopen/kosten hoger zijn dan de behaalde omzetten. Zie onderstaand overzicht:
Geachte [verdachte] ,
In verband met de samenhang van deze zaak met een beroepszaak met betrekking tot een andere werknemer van [A] , in welke zaak u eveneens als gemachtigde optreedt, hebben wij in juni 2006 afgesproken om de verdere behandeling van dit bezwaar aan te houden in afwachting van de laatste, onherroepelijke, uitspraak van de hoogste nationale rechterlijke instantie (eventueel na een prejudiciële verwijzing) in genoemde beroepszaak.
2.3 Bij het onder 2.2 vermelde formulier is als bijlage onder meer een door de belanghebbende en [A] ondertekend stuk gevoegd volgens hetwelk tussen hen met ingang van 1 augustus 2004 een arbeidsovereenkomst is gesloten. Volgens dit stuk bedraagt het basissalaris van de belanghebbende “€1.200,- (EURO mille deux cent cinquante)” bruto per maand.
"This is to certify that Mr. ... of ... is employed as a salesman by our company as of August 1st. 2004, his task primarily being the acquisition of sales contracts of both cars and lease agreements in Belgium and Germany, although sales activities in the Netherlands should not be excluded.
Mr (
Hof: kennelijk is bedoeld de belanghebbende) has been given the use of a Mercedes Benz SLK200, with the (Luxemburg) license plates nr. ….
Although the above mentioned vehicle mainly serves the purpose of Mr. ... commercial activities on our behalf, private use is also allowed and does not incur private expense, other than petrol on longer distances. The same applies for Mr. ... family members.”.
(ohne die Schätzung für das Jahr 2005) beträgt € 35.941,65.
gemaakt dat hij ooit werkelijk als werknemer in dienst is geweest van [A] . Veeleer acht het Hof aannemelijk dat de onder 2.3 en 2.4 bedoelde stukken uitsluitend zijn vervaardigd teneinde de belanghebbende in staat te stellen in Nederland gebruik te maken van een (dure) personenauto waarop geen BPM rust.
Transport 1 » Rechtspersonen 1
Bijgaande notitie van [verdachte] bij het toesturen van de groene kaart aan [mededader] :
Bijgaand nog je groene kaart, met mijn excuses voor de vertraagde toezending.
1. Carte internationale d’assurance automobile
2. Emise sous l’autorité du bureau luxembourgeois des assureurs contre les accidents d’automobile.
3. Valable: du 12-10-09 au 12-10-10
5. No. du chassis ou moteur; [kenteken]
6. Catégorie et marque du véhicule: Mercedes
7. Nom et adresse du souscripteur du contrat d’assurance (ou de l’utillisateur du véhicule): [A]
[h-straat 1]
[plaats]
Mutatie rapport opmaakdatum woensdag 30 maart 2011 (document 633B)
Vandaag op 30-03-11 omstreeks 08.45 uur reden wij, rapporteurs, over de [i-straat] te [plaats] . Aldaar troffen wij bovengenoemd voertuig. Ons is bekend dat dit voertuig al een lange tijd hier staat geparkeerd. Op navragen bij de meldkamer, infodesk en N—Sis bleek na lang onderzoek het volgende:
Het voertuig stond als gestolen gesignaleerd. De aangever is woonachtig op het adres [i-straat 1] . Het voertuig zou vanuit Luxemburg gesignaleerd zijn.
Wij zijn ter plaatse gegaan op het adres [i-straat 1] . Aldaar spraken wij [betrokkene 2] . Deze gaf aan dat de auto al sinds 7 jaar hun eigendom is. [betrokkene 2] gaf aan dat haar ex-man ( [betrokkene 3] ) het voertuig in Luxemburg zou huren/leasen. [betrokkene 3] zou vervolgens op dit moment alweer 1 jaar gedetineerd zijn. [betrokkene 2] gaf aan dat zij niet wist dat er iets mis was met het voertuig en dat zij iedere maand haar verzekeringen en dergelijke betaalt.
Op 2 februari 2010 te 12:55 uur hoorde ik, verbalisant [verbalisant 1] , in de hoekwoning [i-straat 1] te [plaats] , als getuige:
Voornamen [betrokkene 2]
hof: [mededader]) heeft deze auto gekocht, maar ik reed er altijd in. Wij waren een gezin en ik gebruikte deze auto. Afgelopen zomer heb ik voor het eerst de autoverzekering van deze auto betaald. De auto is verzekerd via een Luxemburgse verzekeringsmaatschappij. Ik betaal verder alleen de belasting en verzekering voor deze auto."
- map: vindplaats waar computerbestand is opgeslagen
- auteur:
- aanmaakdatum: aanmaakdatum bestand
Op
11 november 2010is de beschikking van huiszoeking en inbeslagneming betekend en uitgevoerd op het adres van de vennootschap [B] , [plaats] , [k-straat 1] .
Betreffende punt 3 van de beschikking heeft [betrokkene 4] ons een dossier overhandigd, getiteld
'Salarissen [A] ', met daarin verschillende stukken met informatie over de relaties tussen [mededader] en [A] , met name arbeidsovereenkomsten, salarisstrookjes, handgeschreven aantekeningen, geprinte mails.
er zijn nooit betalingen opgenomen in de boeken voor deze salarissen.
' [A] 'en
'MKN'.
Op 10-01-2003 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan, omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 10-01-2003.
Op 10-01-2003 is de inschrijving wegens opheffing van de onderneming ambtshalve doorgehaald.
Ik heb (
het hof begrijpt: [A]) opgericht namens onder andere [mededader] ; hij was er een van. Ik was de oprichter en [mededader] had geen inbreng.
Ik doe alles in b.v. vorm. [mededader] en [betrokkene 6] werden geen aandeelhouders en ook geen directeur. Ik ging werken als rechtspersoon [A] ; [betrokkene 6] en [mededader] zouden voor eigen rekening werken.
Uit dien hoofde ken ik de naam [mededader] en van [betrokkene 6] uit [plaats] zonder hem ooit te hebben ontmoet.
- een Franstalige arbeidsovereenkomst tussen [A] en [mededader] d.d. 1 oktober 2004; deze arbeidsovereenkomst vermeldt dat [mededader] vanaf 26 oktober 2004 in loondienst is bij [A] tegen een salaris van € 1.300,- per maand en is door [mededader] als werknemer en verdachte als werkgever ondertekend;
- een factuur van [A] aan [mededader] betrekking hebbende op de auto ten bedrage van € 1.500,- en als omschrijving “An Jahresbeitrag”
- een Engelstalige verklaring van [A] d.d. 21 december 2004 dat [mededader] met ingang van 26 oktober 2004 werkzaam is voor [A] .
• het BTW-nummer van [A] is per 30 juni 2004 ingetrokken omdat zij niet over een geldige zetel of geldige “Handelgenehmigung” kon beschikken en niet meer economisch actief was;
• [A] heeft sinds de oprichting geen werknemers in dienst gehad;
• [mededader] heeft bij zijn aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2004 tot en met 2007 niet vermeld inkomsten uit dienstbetrekking bij [A] te hebben gehad;
• van loonbetalingen aan [mededader] is niet gebleken.
• er geen sprake is geweest van medeplegen;
• het aankoopbedrag van de auto niet van misdrijf afkomstig was en voor het geval dat anders zou zijn verdachte daarvan geen wetenschap heeft gehad;
• er geen sprake is geweest van verbergen of verhullen van de betreffende auto.
Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.
Indien de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
• de vrouw van [mededader] heeft gebruik gemaakt van deze auto; voor het gebruik van die auto door de vrouw van [mededader] is geen economische grondslag gevonden;
• de verzekeringspremies en andere vaste lasten van de auto zijn door verdachte in privé dan wel door een aan verdachte gelieerd bedrijf ( [D] B.V.) betaald;
• [mededader] beschikte niet over het (legale) inkomen en (legale) vermogen om een dergelijke auto te kunnen kopen;
• [mededader] werd in 1997 veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie tot een langdurige gevangenisstraf.
Het vierde, vijfde en zesde middel
1. Het eindprocesverbaal relaas van verbalisanten, op 31 mei 2013 opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdinspecteur, en [verbalisant 2] , brigadier, en [verbalisant 3] , hoofdinspecteur, politie Oost-Brabant, Afdeling Districtelijke Opsporing, voor zover inhoudend als relaas van verbalisanten (…):
[G] B.V., [m-straat 1] te [plaats] . Haar netto maandsalaris bedroeg in deze periode:
Dec. ‘04: EUR 1.257,30
Jan. ‘05: EUR 1.254,14
Feb. ‘05: EUR 1.239,01
Mrt. 05: EUR 1.182,39
Apr. ‘05: EUR 1.248,59
Totaal brutoloon over 2005: EUR 17.748,- (van [G] B.V.)
Totale reiskostenvergoeding over 2005: EUR 1.392,- (van [G] B.V.)
VERMOGENHet vermogen van [betrokkene 7] bedroeg op 01-01-2005 EUR 42.263,75 (negatief).
Vermogensbestanddeel Waarde per 01-01-2005
Eigen woningschuld EUR - 236.391,00
ABN-AMRO [rekeningnummer 10] (privérekening) EUR 1.325,92
ABN-AMRO 60.16.05.187 (Riant spaarrekening) EUR 45,37
ABN-AMRO 47.60.10.675 (internetplus spaarrek.) EUR 0,00
Deutsche Bank BausparAG [rekeningnummer 9] -01 EUR 1.033,96
Totaal EUR - 42.263,75
2.2 onderzoek Kadaster
Uit bevraging bij het Kadaster op het adres [a-straat 1-2] te ’ [plaats] blijkt tevens dat er een tweetal hypotheken is afgesloten. Op 15 maart 2005 werd een hypotheek afgesloten bij DEUTSCHE BANK PRIVAT UND GESCHÄFTSKUNDEN AG te Essen (D). Daarnaast werd er een tweede hypotheek afgesloten bij [M] te Kleve (D). Deze tweede hypotheek werd afgesloten op 26 juni 2008 (noot verbalisant: bij deze tweede hypotheek blijken er geen gelden verstrekt te zijn, behoudens een betaling van € 10.000,- door [M] d.d. 2 december 2004. De eerste hypotheek betrof een bedrag van € 210.000,- en de tweede hypotheek betrof een bedrag van € 222.000,-.).
2.12 Overgelegde bescheiden verdachte [verdachte]
(…)
2.17 aanvullend verhoor getuige [betrokkene 9] (makelaar)
- hij nog wel weet dat [verdachte] gezegd heeft dat hij iemand had die het pand zou gaan gebruiken;
- [verdachte] vertelde dat men een soort Makro voor diervoeders en dierbenodigdheden wilde gaan vestigen in dit pand.
2.29 bevindingen financiering aankoop [a-straat 1-2]
2.31 bevindingen betaling [K] aan [betrokkene 7]
Voorafgaande aan de overboeking van bovengenoemde € 9.000-, heeft met boekdatum 18-02-2005 een
kasstortingad € 9.500,- op de ABN-AMRO rekening [rekeningnummer 6] op naam van [K] plaatsgevonden.
Een rekeningoverzicht van Deutsche Bank rekening [rekeningnummer 7] op naam van [betrokkene 7] (Gebuchte Umsätze) betreffende de periode 22-02-2005 tot en met 01-03-2005, waaruit blijkt dat [verdachte] op boekdatum 25-02-2005 een bedrag van € 9.500,- heeft verstrekt aan [betrokkene 7] . De vermelding bij de transactie luidt als volgt: ' [a-straat ] [betrokkene 7] .' Vanaf welke rekening van [verdachte] dit bedrag afkomstig is blijkt niet uit het overzicht.
contante stortingad € 12.500,- op de Deutsche Bank rekening [rekeningnummer 8] op naam van [betrokkene 15] plaatsgevonden.
Een kopie van het bankafschrift (Einzahlung) is als bijlage 6 bij dit proces-verbaal gevoegd.
Op 21-02-2005 heeft een
contante stortingad € 10.000,- op de Deutsche Bank rekening [plaats] op naam van [verdachte] plaatsgevonden.
2.45 gegevens belastingdossier [verdachte] - [F] S.A.
222.326,42 von [F] SA Luxemburg (via W.F.M.)"
Het verschil is het bedrag van € 222.326,42. Vermoedelijk wordt hierbij aangegeven dat het verschil afkomstig is van [F] S.A. De afkorting W.F.M. is een afkorting die verdachte [verdachte] vaker gebruikt als afkorting voor zijn naam. De onderneming [F] S.A. betreft een Luxemburgse vennootschap die gelieerd is aan [verdachte] .
2.47 Criminele activiteiten [verdachte]
Uit een uitdraai van dit bestand voor de pagina's 1 t/m 10 (…) wordt het feitencomplex beschreven van een witwasdelict en valsheid in geschrift delicten. Dit bescheid is als bijlage 25 gevoegd bij het PV Financiering nr. 29-867254.40
2.49 bevindingen huurconstructie PV huur-verhuur
In 1e instantie (huurcontract van 15 maart 2005) betaalde [E] B.V. een huur van € 2.000,- per maand aan [betrokkene 7] . [E] B.V. ontving maandelijks echter een bedrag van [L] B.V. van € 600,- omdat deze b.v. per dezelfde datum ( 15 maart 2005) een gedeelte (garage en buitenterrein) van het bedrijfsgedeelte terughuurde van [E] B.V.. De netto-huurlasten in die periode bedroegen daardoor slechts € 1.400,- per maand.
[L] B.V. is een onderneming die gelieerd is aan [verdachte] , de vader van [betrokkene 7] . Vanaf juni 2008 betaalt [L] B.V. echter geen vergoeding meer aan [E] B.V., hoewel de contractperiode nog liep tot 31 maart 2010. Vanaf die periode betaalt [E] B.V. echter ook geen € 2.000,- meer aan [betrokkene 7] maar betaalt zij slechts nog een huurvergoeding van € 1.400,- per maand.
Uit het financiële onderzoek blijkt bovendien dat in de periode dat er nog een huur betaald wordt van € 2.000,- per maand er van de bankrekening van [betrokkene 7] regelmatig worden afgeboekt naar [verdachte] , [betrokkene 15] (partner [verdachte] ) en [D] B.V. (een reeds in 2003 ontbonden vennootschap gelieerd aan [verdachte] ). Bij deze overboekingen, die regelmatig een omvang hadden van € 600,-, werden omschrijvingen gebruikt als "spesen", "anteil [plaats] ", "anteil [a-straat ] " en "winstaandeel". Bij de doorzoekingen zijn geen bescheiden aangetroffen die de grondslag van deze betalingen kunnen staven.
[E] B.V. zou haar activiteiten per 01-01-2008 beëindigd hebben maar genoemde betalingen lopen nog wel via de bankrekening van [E] B.V. Per 1 januari 2008 gaat [betrokkene 3] verder met zijn eenmanszaak Dierenspeciaalzaak [betrokkene 3] . Deze eenmanszaak draagt hij per 1 augustus 2008 over aan [betrokkene 16] . In de computer van [verdachte] wordt hierbij een huurcontract aangetroffen tussen [betrokkene 7] en [betrokkene 16] waarbij [betrokkene 16] de bedrijfsruimte zou huren tegen een huurprijs van € 2.150,- per maand. Een getekend exemplaar hiervan wordt ook aangetroffen bij de doorzoeking van het pand [a-straat 1-2] .
In deze periode (01-08-2008 tot 09-03-2009) ontvangt [mededader] € 2.150,- per maand en betaalt slechts € 1.500,- per maand door aan [betrokkene 7] . Vanaf 1 juli 2009 zet [betrokkene 3] de onderneming voort als eenmanszaak onder de naam [E] . Ook in deze periode betaalt [betrokkene 3] slechts € 1.500,- per maand aan [betrokkene 7] .
[verdachte] reageert hierop weer met de mededeling: "Als je het nodig vindt "verrassingen" te moeten verbinden aan mijn suggestie om maar te gaan verkopen, mocht dit nodig zijn, het zij zo".
beëindigt zijn correspondentie met de mededeling dat hij dit schrijven niet per fax stuurt omdat hij niet weet wie er nog meer toegang hebben tot dat apparaat en bovendien de vijand soms wel eens meeleest en derhalve wel eens op verkeerde ideeën zou kunnen komen.
Het woninggedeelte is in het tijdvak tussen 15 maart 2005 tot eind 2009 voor een bepaalde periode verhuurd geweest aan derden en voor een bepaalde periode in gebruik geweest van de verdachte [mededader] en/of zijn partner en/of familieleden.
De woning is feitelijk gehuurd door [betrokkene 19] en [betrokkene 20] . Getuige [betrokkene 19] (werkneemster [dagblad] ) verklaart dat [betrokkene 3] bij haar kwam om een advertentie te plaatsen voor de verhuur van deze woning. De vraagprijs was € 800,- per maand en zij had afgedongen tot € 750,- per maand. Na overleg met zijn vrouw was [mededader] akkoord gegaan. Zij gaf verder aan dat de naam [verdachte] haar niets zei en dat [betrokkene 3] zich gedroeg als de eigenaar van de woning. Voorts gaf zij aan dat er bij het huurcontract een Luxemburgse koopakte van het pand had gezeten die zij teruggegeven had aan [mededader] . Door getuige [betrokkene 20] , de medehuurster, werd een gelijkluidende verklaring afgelegd. Door verdachte [mededader] werd verklaard dat hij het woninggedeelte de eerste 2 à 3 jaar verhuurd heeft aan 2 meisjes en dat hij in 2007 bij de scheiding met [betrokkene 2] er zelf is gaan wonen. Daarna kwam zijn dochter [betrokkene 8] erbij wonen en nog later zijn andere dochter [betrokkene 21] . Ook hebben er de 2 vrienden van zijn dochters in gewoond en nog later, in 2009, zijn huidige vrouw [betrokkene 22] .
vertaling: contanten en banktegoeden). Uit het geldstromenonderzoek is echter gebleken dat dit geen eigen middelen van [betrokkene 7] zijn. (
Opmerking verbalisanten: Vermoedelijk heeft verdachte [betrokkene 7] bij de aanvraag valsheid in geschrift gepleegd door voor te wenden dat zij beschikte over eigen middelen terwijl daar in werkelijkheid geen sprake van was.)
Volgens de belastinggegevens van 2004/2005 van [betrokkene 7] had zij ook geen eigen middelen van een dergelijke omvang tot haar beschikking. Uit het geldstromenonderzoek is verder naar voren gekomen dat er voor een bedrag van € 222.500,- aan gelden van derden, niet zijnde de hypotheekhouder Deutsche Bank, zijn ingebracht om de aankoop van dit pand te financieren.
Het bedrag van € 222.500,- bestaat uit een tweetal aanbetalingen van respectievelijk € 10.000,- d.d. 07-12-2004 plus € 40.000,- d.d. 08-12-2004 plus een bedrag van € 172.500,- dat het totaal is van de bedragen die door diverse partijen overgeboekt c.q. gestort zijn op de Duitse bankrekening van [betrokkene 7] .
Deze diverse partijen bestonden uit een viertal rechtspersonen die gelieerd zijn aan [verdachte] zelf, zijn partner [betrokkene 15] en [betrokkene 7] . De vier rechtspersonen waren [M] (Duitsland), [D] B.V. (Nederland, hierna: [D] B.V.), [K] ( [K] ) en [A] (Luxemburg). Volgens het handelsregister blijkt [D] B.V. al vanaf januari 2003 ontbonden te zijn en volgens in beslag genomen bescheiden geven de Luxemburgse autoriteiten aan dat [A] . al vanaf 30 juni 2004 geen economische activiteiten meer mocht uitvoeren.
De handelingen die plaatsgevonden hebben ten aanzien van de diverse overboekingen (…) dienen gelet op de beschikbare informatie ook geen redelijk bedrijfseconomisch doel. Ten aanzien van de financiering van deze in totaal € 222.500,- is verder nog een aantal ongebruikelijke condities te constateren zoals geen betaling van rentevergoedingen, geen afspraken omtrent terugbetaling/aflossing en geen zekerheidstelling voor de geleende bedragen.
(
noot verbalisanten: bij deze tweede hypotheek blijken er geen gelden verstrekt te zijn, behoudens een rechtstreekse betaling van € 10. 000 door [M]).
De eerste hypotheek betrof een bedrag van € 210.000 en de tweede hypotheek betrof een bedrag van €222.000.
Hij verklaarde verder dat hij [mededader] kende in verband met een justitiële zaak uit 1996 waarin hij ( [verdachte] ) ten onrechte in verband was gebracht met een criminele organisatie die zich bezig hield met omkatten. Verdachte wilde geen antwoord geven op de vraag of deze contante gelden waren aangegeven bij de belastingdienst.
Uit een in beslag genomen aantekening in het belastingdossier van [verdachte] (…) kan het vermoeden ontleend worden dat als mogelijke verklaring voor de herkomst van eigen middelen deze afkomstig zouden zijn van de Luxemburgse rechtspersoon [F] S.A. Uit het geldstromenonderzoek komt echter naar voren dat er geen bedragen zijn ontvangen van [F] S.A. te Luxemburg.
Opmerking verbalisanten: Verdachte [verdachte] treedt op als vertegenwoordiger van [K] Ook maakt deze Limited gebruik van het [postbus] , te [plaats] , dat tevens in gebruik is bij andere ondernemingen van [verdachte].
Bovendien staan de gedane investeringen in geen enkele verhouding tot de legale inkomsten van verdachte [betrokkene 7] die slechts beschikte over een netto-maandsalaris van ongeveer € 1.300,-.
4.9 vierde verhoor verdachte [verdachte]
- de eerste contacten betreffende de aankoop zijn gelegd sinds eind 2004
- hij werd geattendeerd op het pand door [betrokkene 3]
- hij heeft met de verkoper van het pand onderhandeld
- hij schat dat eind november, begin december 2004 de koopakte werd ondertekend
- het is mogelijk dat [mededader] bij de ondertekening aanwezig was
- [mededader] was alleen daarbij uit interesse
- hij ( [verdachte] ) wilde een belegging kopen voor zijn dochter
- via de bank betaalde hij rechtstreeks een bedrag van € 50.000,-
- de panden zijn maart 2005 geleverd
- hij dacht dat de akte van levering plaatsvond bij notaris [J] in [plaats]
- zijn dochter had geen gelden om te beleggen maar hij wel
- hij weet niet meer wat precies de aankoopprijs was
- hij weet dat hij een bedrag van € 440.000,- all-in betaalde
- zijn dochter betaalde de helft van de Deutsche Bank en de andere helft betaalde hij
- hij heeft op enig moment alle bankrekeningen in Luxemburg leeggemaakt en overgeboekt naar zijn bankrekening in Duitsland
- hij had in de periode december 2004-maart 2005 grote contante bedragen in bezit maar dat was ander geld
- hij wil niet zeggen waar dat geld vandaan kwam
- hij geeft geen antwoord op de vraag of dat geld is opgegeven aan de belasting
- hij wijst er nadrukkelijk op dat het eigen geld voor de aankoop van de [a-straat ] niet contant maar giraal was.
BEVINDINGEN
- Burgerservicenummer (bsn): [bsn] ;
- Persoonsadres: [j-straat 1] , [plaats] ;
- [betrokkene 7] heeft samen met [betrokkene 23] (geboortedatum [geboortedatum] 1975) twee kinderen.
2005 [G] B.V. € 17.748 € 3.021
2006 [G] B.V. € 18.669 € 3.162
2007 [G] B.V. € 18.848 € 3.039
2008 [G] B.V. € 25.049 € 5.506
2009 [G] B.V. € 22.618 € 4.495
2005 € 1.392
2006 € 2.292
2007 € 2.292
2008 € 4.768
2009 € 2.291
[G] B.V. (KvK nr. [nummer] ) is gevestigd op het adres [m-straat 1] , [plaats] . De bedrijfsomschrijving volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel luidt: bereiding van ijs en andere consumptie artikelen.
2005 € 237.350 € 9.615
2006 € 475.075 € 9.489
2007 € 466.016 € 10.516
2006 € 243.000 € 392.000
2007 € 400.001 € 550.000
2008 € 550.000 € 560.000
Jaar [a-straat 1] [a-straat 2] Totaal2005 € 247.000 € 145.000 € 392.0002006 € 247.000 € 145.000 € 392.0002007 € 256.000 € 154.000 € 410.0002008 € 273.000 € 166.000 € 439.000
2005 € 1.325 € 3.208
2006 € 3.208 € 5.996
2008 € 9.147 € 21.244
• ABN AMRO 476010675 (met een saldo per 31 december 2008 ad € 20.543);
• ABN AMRO 559440995 (met een saldo per 31 december 2008 ad € 701).
Overige SchuldenVerder geeft [betrokkene 7] , naast de eigenwoningschuld, nog de volgende schulden aan:
2006 € 382.375 € 380.004
2007 € 380.004 € 379.990
2008 € 379.990 € 376.999
Overige gegevensIn 2005 en 2006 had [betrokkene 7] een bankrekening bij de Deutsche Bank BausparAG, [o-straat 1] te Frankfurt am Main. Deze bankrekening heeft IBAN-nummer [rekeningnummer 9] . Saldi zijn niet bekend. Wel werden over de jaren 2005 en 2006 rentes uitgekeerd van respectievelijk €34 en €108.
- [rekeningnummer 10] (ABN AMRO Bank N.V.).
U zegt mij dat mevrouw [betrokkene 12] verklaard heeft dat de makelaar pas later aansloot in dit gesprek. Dit zou kunnen. Ik weet nog dat het een haastklus was en dat het allemaal heel snel ging. Ook de onderhandelingen zijn heel snel gegaan. Wij hadden tot dan toe een hoogste bod van 370.000 euro op dit pand. Ik denk dat het eerste bod van [verdachte] op 400.000 euro gelegen heeft waarna wij een tegenbod van 410.000 euro gedaan hebben en wij per saldo op 405.000 euro zijn uitgekomen.
Diverse kosten en provisies
€ 9.253
Hypotheek
€ 210.000
Eigen middelen
€ 224.000Saldo € 7.579
Retour notaris
€ 50
08-12-2004 € 40.000,- [rekeningnummer 11] [verdachte] 02
09-03-2005
€ 382.375,85[rekeningnummer 7] [betrokkene 7] 03
Totaal: € 432.375,85
(Opmerking: [verdachte] is gemachtigd ten aanzien van de bankrekening [rekeningnummer 3] van [M] .)
Bedrag Bankleitzahl Kontonummer Rekeninghouder Nr22-02-2005 € 10.000 contante storting [betrokkene 7] 04
23-02-2005 € 12.500 [rekeningnummer 12] [verdachte] 05
23-02-2005 € 12.500 [rekeningnummer 12] [verdachte] 06
23-02-2005 € 12.500 ABN-AMRO [rekeningnummer 13] [D] BV 07
24-02-2005 € 9.000 ABN-AMRO [rekeningnummer 6] [K] Ltd 08
25-02-2005 € 9.500 [rekeningnummer 11] [verdachte] 09
25-02-2005 € 6.000 ABN-AMRO [rekeningnummer 13] [D] BV 10
28-02-2005 € 12.500 LU3600 [rekeningnummer 14] [A] 11
01-03-2005 € 5.000 ABN-AMRO [rekeningnummer 13] [D] BV 12
08-03-2005 € 20.000 [rekeningnummer 11] [verdachte] 13
08-03-2005 € 18.000 [rekeningnummer 11] [verdachte] 14
08-03-2005 € 22.000 [rekeningnummer 8] [betrokkene 15] 15
08-03-2005 € 23.000 [rekeningnummer 8] [betrokkene 15] 16
09-03-2005 € 105.000 hypothecaire lening
09-03-2005
€ 1.313(-)ingehouden provisie/kosten
09-03-2005 € 103.687 [rekeningnummer 15] Deutsche Bank AG 17
09-03-2005 € 105.000 hypothecaire lening
09-03-2005
€ 1.300(-) ingehouden provisie/kosten
09-03-2005 € 103.700 [rekeningnummer 16] Deutsche.Bank AG 18
Rente lening 1 € 336,00
Rente lening 2 € 437,50
Spaarpremie € 600,00
Totaal: € 1.373,50
• Ten tijde van de aankoop van het pand [a-straat 1-2] (december 2004 t/m maart 2005) was het gemiddelde nettosalaris van [betrokkene 7] slechts € 1.233,21 per maand.
• [betrokkene 15] (= moeder van [betrokkene 7] );
• [betrokkene 7] zelf
• [M] te Kleve, Duitsland. {Geschäftsführer = [verdachte] + Einzelprokura = [betrokkene 15] );
• [D] ) B.V. (in januari 2003 al opgeheven)
• [K] Ltd, [K] { [K] Ltd heeft als [postbus] , [plaats] . Dit postadres gebruikt [verdachte] voor zijn ondernemingen. Bij het aangaan van een overeenkomst in 1999 werd [K] , vertegenwoordigd door [verdachte] );
• [A] te Luxembur (Geschäftsführer = [verdachte] ).
2.5. Geldstromenonderzoek
Opmerking hof: bijgevoegd alsbijlage 1) waarin de grote kasstortingen en grote overboekingen in beeld zijn gebracht. In dit totaaloverzicht zijn de volgende kolommen opgenomen:
23-02-2005 € 12.500,- [rekeningnummer 12] [verdachte] G17
16-02-2005 € 6.000
18-02-2005 € 10.000
15-02-2005 € 9.000,-
17-02-2005 € 9.500,-.
23-02-2005 € 10.000,-
23-02-2005 € 3.000,-
08-03-2005 € 18.000,- [rekeningnummer 11] [verdachte] G27
08-03-2005 € 23.000,- [rekeningnummer 8] [betrokkene 15] G29
08-03-2005 € 103.700,- [rekeningnummer 16] Deutsche Bank AG G31
afsluitprovisie € 1.313,- (-) Netto € 103.687,-
€ 1.300,- (-)Netto € 103.700,-
Deutsche Bank [verdachte] [plaats] € 23.500 -/-/meer belast
Deutsche Bank [M] [rekeningnummer 3] € 28.000 -/-/meer belast
Deutsche Bank [betrokkene 15] [rekeningnummer 8] € 11.500 -/-/meer belast
BGL Luxemburg [verdachte] [rekeningnummer 12] € 1.000 +/+/minder belast
ABN-AMRO[K] [rekeningnummer 6] € 500 +/+/minder belast
BGL Luxemburg [A] [rekeningnummer 14] € 500 +/+/minder belast
Onbekend Onbekend Onbekend € 60.000 +/+/minder belast
Totaal verschil € 400 -/-/minder belast
04-11-2004€ 12.500,- G03 zie bijlage 12
04-11-2004€ 12.500,- G04 zie bijlage 12
30-11-2004€ 12.500,- G06 zie bijlage 12
03-12-2004€ 12.500,- G08 zie bijlage 12
02-11-2004 K02 8.000 ABN [plaats] [rekeningnummer 13] [D] BV
03-11-2004 K03 7.000 Deutsche Bank [plaats] [verdachte]
25-11-2004 K04 8.000 Deutsche Bank [plaats] [verdachte]
02-12-2004 K05 5.000 Deutsche Bank [plaats] [verdachte]
02-12-2004 K06 10.000 Deutsche Bank [rekeningnummer 3] [M]
06-12-2004 K07 7.500 ABN [plaats] [rekeningnummer 13] [D] BV
06-12-2004 K08 20.000 Deutsche Bank [plaats] [verdachte]
08-02-2005 K10 9.000 ABN [plaats] [rekeningnummer 13] [D] BV
08-02-2005 K11 8.000 Deutsche Bank [rekeningnummer 8] [betrokkene 15]
08-02-2005 K12 8.000 Deutsche Bank [plaats]
14-02-2005 K13 12.500 Deutsche Bank [rekeningnummer 8] [betrokkene 15]
15-02-2005 K14 9.000 ABN [plaats] [rekeningnummer 13] [D] BV
17-02-2005 K15 9.500 ABN [plaats] [rekeningnummer 13] [D] BV
18-02-2005 K16 9.500 ABN [plaats] [rekeningnummer 6] [K] Ud
18-02-2005 K17 10.000 Deutsche Bank [rekeningnummer 8] [betrokkene 15]
21-02-2005 K18 8.000 ABN [plaats] [rekeningnummer 13] [D] BV
21-02-2005 K19 10.000 Deutsche Bank [plaats]
22-02-2005 K20 10.000 Deutsche Bank [rekeningnummer 7] [betrokkene 7]
Totaal stortingen 222.100
Eigen financiering 222.500
Verschil -400
14-12-2004 € 2.000,-
03-01-2005 € 1.000,-
06-01-2005 € 1.350,-
17-01-2005 € 1.000,-
18-01-2005 € 750,-
26-01-2005 € 1.650,-
09-02-2005 € 1.700,-
18-02-2005 € 1.750,-
23-03-2005 € 3.000,-Totaal € 14.200,-
- er zijn geen leenovereenkomsten aangetroffen;
- van een aflossingsplan, aflossingen of terugbetalingen van de € 222.500,- is niet gebleken;
- van zekerheidstelling van de geleende bedragen van in totaal € 222.500,- is niet gebleken;
- van rentevergoeding inzake de geleende bedragen van in totaal € 222.500,- is niet gebleken;
de overige financiering kan nog het volgende vermeld worden
In een bestand genaamd Zaakdossier [naam] .pdf betreffende een delictsdossier van het onderzoek Mercurius werd op de pagina's 60 t/m 67 een verklaring aangetroffen van [verdachte] . De verklaring is van 24 mei 2007. [verdachte] verklaart hierin onder andere:
- dat dit bedrijf al een paar jaar niet meer bestaat.
Dit bestand bevat een document betreffende een uitspraak op een bezwaarschrift tegen een afwijzende beschikking op een verzoek om vrijstelling van belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) door [mededader] . De uitspraak was gedateerd 4 september 2008 en was gericht aan [verdachte] , [plaats] .
V: Je hebt gisteren wel een bedrag genoemd waarvoor de panden zijn aangekocht. Kun je je nog herinneren welk bedrag je hebt genoemd?
A: Ja 485.000 euro geloof ik.
het hof begrijpt: opgebouwd).
A: Er is een financiering van de Deutsche Bank van 210.000 euro en van een lening van mijn vader.
A: 175.000 euro geloof ik uit mijn hoofd.
A: Ja inderdaad. Het is 210 van de Deutsche Bank, het is 192.000 van mijn vader. Als je dit optelt
kom ik op een kleine 400.000.
A: Dat ik het pand niet heb gekocht voor 485.000 maar voor 402.000 euro.
[verdachte]
V: Wie is [verdachte] ?
Zo ja, hoeveel bedroeg(en) deze ontvangst (en)?
A: Ik heb een lening van hem gekregen. Deze was 192.000 euro.
A: Dat is gelijk naar een notaris gestort en zo naar de verkoper; ik heb dat niet zelf gehad.
A: Nee.
A: Nee.
A: Dat is een b.v.
V: Kun je er iets meer over vertellen?
A: Die b.v. is van mijn vader geweest.
V: Heeft u betalingen van [D] B.V. ontvangen? Zo ja, in welk verband?
En hoeveel bedroeg(en) deze ontvangst (en)?
A: Ik heb een tijd in loondienst gezeten bij dat reclamebureau wat viel onder die b.v. maar verder niet. Niet dan ik me kan herinneren.
A: Nee.
A: Weet ik niet, weet ik niets van.
[K] Ltd
V: Wat zegt [K] Ltd u?
A: Heb ik thuis wel eens horen vallen, maar verder weet ik daar niets van.
Zo ja, in welk verband?
En hoeveel bedroeg(en) deze ontvangst(en)?
A: Nee.
A: Nee.
[A]
Zo ja, in welk verband?
En hoeveel bedroeg(en) deze ontvangst(en)?
A: Nee.
Zo ja, in welk verband?
En hoeveel bedroeg(en) deze ontvangst(en)?
A: Nee.
A: Nee.
A: Als je het hebt over mijn privérekening dan heb ik daar nooit geld van gehad. Naar de Deutsche Bank weet ik niet. Ik weet dat mijn vader met deze bedrijven gemoeid is en hij is degene die mijn zakelijke belangen behartigt en die weet er dus meer van. Ik weet niet of er geldstromen daar vandaan naar de Deutsche Bank zijn gegaan. Van [D] zijn er in de tijd dat ik het reclamebureau had bedragen overgemaakt naar mijn privérekening en dit was dan mijn salaris.
V: Wat kunt u vertellen over de aankoop van de panden [a-straat 1-2] in [plaats] ?
A: Wat wilt u weten? Het is gekocht door mijn dochter. Het is notarieel getransporteerd op naam van mijn dochter.
A: Dat is u bekend.
A: Eind 2004; in maart 2005 getransporteerd als ik me goed herinner.
A: Ik ben geattendeerd op het pand door [betrokkene 3] met de bedoeling dat hij een groothandel wilde beginnen, een dierenspeciaalzaak. Hij had het pand gevonden. Hij kon het niet realiseren. Hij had geen cijfers en wat moet je dan bij een bank; of ik geïnteresseerd was om het aan te kopen.
A: Ik schat eind november, begin december 2004; ik weet niet meer waar het getekend werd; ik denk bij de man, [betrokkene 10] zelf. Ik twijfel of er een makelaar bij was, ik dacht dat [familie] een makelaar bij de hand had genomen. Misschien is de ondertekening op kantoor van de makelaar geweest. Ik weet het niet meer.
A: Zou mogelijk kunnen zijn; weet ik niet meer.
V: We hebben de makelaar gehoord en hij verklaarde dat er een man bij was met tatoeages en gouden kettingen. Weet u wie dat was?
A: Dat zou dan [betrokkene 3] wel geweest zijn.
A: Geïnteresseerd; als ik het niet rond kreeg had hij pech.
A: Weet ik niet meer; ik denk dat ik het getekend heb in naam van mijn dochter. Het punt was: ik wilde voor mijn dochter een belegging kopen. Ik heb het zeker niet in haar naam getekend. De bedoeling was dat ik het voor mijn dochter wilde kopen.
A: Ik heb een rechtstreeks bedrag overgemaakt aan [familie] , via de bank. Het was halve ton; ik bedoel hiermee 50.000 euro.
A: Via de bank, van mijn eigen bankrekening.
A: Ben ik.
V: Voor hoeveel heeft u het pand [a-straat 1-2] gekocht?
A: Totale stichtingskosten 440.000 euro.
A: Geen idee. Weet ik niet; weet dat ik 440.000 euro all in betaalde.
A: Wat ze van mij had gekregen, wat door mij ter beschikking zou worden gesteld aan haar.
V: Heeft [M] 224.000 euro geleverd aan uw dochter?
A: Nee, het is allemaal giraal geld geweest. De Luxemburgse activiteiten dateerden van ver voor de tijd dat ik [betrokkene 3] leerde kennen, dus met andere woorden: hij had hier niets mee te maken.
A: O jee, begin negentiger jaren had ik deze bedragen al.’
- verdachte als “twintiger” kapitaal in Spanje had vergaard;
Datzelfde heeft te gelden voor een bedrag van € 600.000,- dat verdachte nog uit de strafzaak “Centurion” voorhanden zou hebben gehad.
vierdemiddel houdt in dat het onder 2 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het verweer dat de chartale gelden niet (on)middellijk een criminele herkomst hebben zou (voorts) verworpen zijn op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. De steller van het middel voert in dit verband aan dat ’s hofs oordeel dat sprake is van een ‘te ver verwijderd (tijds)verband’ tussen de contante opnamen van bankrekeningen in de jaren 1999 t/m 2003 met de contante stortingen eind 2004/begin 2005 niet zonder meer begrijpelijk is, aangezien de bewezenverklaarde pleegperiode zeer ruim is, te weten van 1 december 2004 tot en met 7 juli 2012 en sprake is van ruim 2 miljoen euro aan contante opnamen, afkomstig uit 3,4 miljoen euro girale inkomsten.
vijfdemiddel bevat de klacht dat het hof de onderzoekswens van de verdachte inhoudend het opvragen van alle in het onderzoek betrokken bankafschriften van alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen in Nederland, België, Duitsland en Luxemburg over alle transacties van 1998 tot aan de datum van aankoop van de beslagen panden heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
Herhaling eerdere onderzoekswensen
Om de herkomst der gelden, zowel als de onderlinge samenhang e.d. van stortingen versus opnames, subs, overmakingen, te kunnen bepalen zijn nodig:
• de volledige ‘jaargangen aan bankafschriften' van alle door de HH rechercheurs in het onderzoek betrokken (deels op de vragenlijst vermelde) bankrekeningen van eveneens alle natuurlijke- en rechtspersonen in Nederland, België, Duitsland, Luxemburg over alle door de genoemde transacties bestreken jaren, teruggaande tot 1998 (jaar van vertrek [verdachte] uit Nederland).
• Met name zijn (in Duitsland) van belang de rekeningen bij de Deutsche Bank t.n.v. [M] , [verdachte] privé en [verdachte] .’
Standpunt van de verdediging is dat de gelden waarmee de ten laste gelegde Mercedes (feit 1) en het ten laste gelegde pand aan de [a-straat ] te [plaats] (feit 2) zijn gefinancierd een legale herkomst hebben. Client heeft dit geld met hard werken verdiend.
De reactie van het openbaar ministerie op de appelschriftuur is op papier gesteld. Ik verzoek een korte onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting teneinde daarvan kopieën voor iedereen te doen maken.
De raadsman repliceert en deelt mede:
Ik persisteer bij wat ik eerder naar voren heb gebracht.
Er is inmiddels onwaarschijnlijk veel onderzoek gedaan naar de legale herkomst van het vermogen - waaronder het vervolg onderzoek door de politie naar aanleiding van de documenten die door verdachte in de procedure bij de rechtbank alsnog in het geding zijn gebracht.
4.Herhaling eerdere onderzoekwensen
NJ2019/310 m.nt. Rozemond heeft beslist dat noch art. 6 EVRM Pro, noch art. 6 Richtlijn Pro 2016/343/EU eraan in de weg staat dat de rechter bij zijn bewijsoordeel in aanmerking neemt dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het van hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. De afwijzing van de onderzoekswens door het hof zou erop neerkomen dat aan de verdachte een mogelijkheid wordt onthouden zich te wapenen tegen een op deze rechtspraak gebaseerde bewijsconstructie. Onder deze omstandigheden kan volgens de steller van het middel niet meer gesproken worden van een eerlijk proces als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM.
zesdemiddel houdt in dat het onder 2 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid voor zover bewezen is verklaard dat de verdachte de werkelijke aard en/of de herkomst van (contante) geldbedragen heeft verborgen en/of verhuld terwijl hij telkens wist dat die geldbedragen (on)middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
Het tweede en derde middel
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof heeft overwogen dat het de vaststelling van de verbalisanten heeft gecontroleerd aan de hand van de bijgevoegde bijlage en heeft geconstateerd dat die vaststellingen juist zijn. Volgens de steller van het middel had het hof ‘de inhoud van de bewijsmiddelen – de bijgevoegde bijlagen – zijnde bewijsmiddelen houdende redengevende feiten en omstandigheden’ in het arrest dienen op te nemen.
derdemiddel bevat in de eerste plaats de klacht dat het hof het beroep op strafmatiging wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
Voor deze schriftelijke conclusiewisseling worden de hierna te melden termijnen gesteld.’