Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak
Psychische gevolgen
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
3.Bespreking van het middel
NJ2019/379, m.nt. W.H. Vellinga heeft de Hoge Raad in rechtsoverweging 2.3.1. overwogen dat de benadeelde partij in het strafproces vergoeding kan vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden “indien tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden”. Het antwoord op de vraag of er voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij geleden schade wordt bepaald door de concrete omstandigheden van het geval. [1] Voor het aannemen van een zodanig verband is niet vereist dat de benadeelde partij is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd. [2]
NJ2019/379, m.nt. W.H. Vellinga als het arrest HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:840 acht ik het oordeel van het hof dat de in het onderhavige geval toegewezen schadepost is aan te merken als rechtstreekse schade niet onbegrijpelijk en voldoende met redenen omkleed.