Conclusie
Nummer20/03757
De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
NJ2010, 102, m.nt. Borgers), onder verwijzing naar de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet stroomlijnen hoger beroep. [2] In dit arrest bepaalde de Hoge Raad dat niet alleen de verdachte, maar ook de door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat op de wijze van art. 450 lid 3 Sv Pro beroep in cassatie kan instellen door middel van het verlenen van een daartoe strekkende schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker. [3] In dit arrest noemde de Hoge Raad een drietal voorwaarden waar zo’n schriftelijke voorwaarde aan moet voldoen, waarvan er één in de cassatiefase van belang is: de volmacht moet de verklaring van de advocaat inhouden dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep. [4]
NJ2016, 102), was een verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat de volmacht tot het instellen van hoger beroep niet door de raadsman zelf was ondertekend maar door diens secretaresse. De Hoge Raad casseerde en overwoog dat “zo een verzuim (…) voor gedekt [kan] worden gehouden ingeval de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.” [11] In een vergelijkbare zaak, waarin de ondertekenaar een juridisch medewerker was, is dit uitgangspunt herhaald. [12] Al met al is dus het beeld dat over het ontbreken van een juiste handtekening in de fase van hoger beroep kan worden heengestapt, al moet daarbij worden aangetekend dat ik in de jurisprudentie geen voorbeelden heb gevonden van zaken waarin in het geheel geen handtekening is gezet.
NJ2012, 426, m.nt. F.W. Bleichrodt). In dit arrest bepaalde de Hoge Raad dat in het geval de raadsman verzuimt in de volmacht op te nemen dat hij daartoe bepaaldelijk is gevolmachtigd (alsmede in geval van een van de andere voorschriften die alleen in hoger beroep gelden), dit verzuim voor gedekt kan worden gehouden indien, kort gezegd, de verdachte of zijn gemachtigde raadsman ter zitting verschijnt en hier verklaart dat het de wens van de verdachte was hoger beroep in te stellen. [13] Deze regeling werd door de Hoge Raad toen nog expliciet niet van toepassing verklaard voor gebreken in de volmacht tot het instellen van cassatie, “omdat in cassatie niet een terechtzitting plaatsvindt waarop de zaak inhoudelijk wordt behandeld en de verdachte wordt gehoord, zodat daar geen ruimte is voor het afleggen van een verklaring”. [14]
NJ2013, 416, m.nt. Borgers). In deze zaak had de advocaat van de verdachte in haar schriftelijke volmacht aan de griffie van het gerechtshof verzuimd te schrijven dat zij bepaaldelijk door de verdachte was gemachtigd beroep in cassatie in te stellen. Dit leidde echter niet tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad overwoog in dit verband dat in cassatie (weliswaar) geen terechtzitting plaatsvindt, maar het voor de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de verdachte wel een vereiste is dat door zijn raadsman een cassatieschriftuur wordt ingediend, terwijl art. 452, tweede lid, Sv bepaalt dat een dergelijke schriftuur slechts kan worden ingediend door een advocaat die verklaart daartoe door degene namens wie hij optreedt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, en het ten slotte zo is dat het Procesreglement bepaalt dat bij een verzuim op dit punt de rolraadsheer de advocaat in de gelegenheid stelt tot het alsnog afleggen van die verklaring binnen een door hem te stellen termijn. De slotsom is dat indien een cassatieschriftuur is ingediend, en in die cassatieschriftuur – al dan niet na een interventie van de rolraadsheer – wel vermeldt dat de raadsman daartoe bepaaldelijk door de verdachte is gevolmachtigd, hieruit “moet worden afgeleid dat aan een onvolkomen volmacht bij het instellen van cassatieberoep de wens van de verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die onvolkomen volmacht niet behoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring in het cassatieberoep.” [15]
De middelen
“Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-160820191430122834 van 16 augustus 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] .