Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Koop voor mij een pakket aandelen Ahold, ING Groep, Koninklijke Olie en Unilever.”) en ook het door [eiser] "
gewenst maandbedrag" van € 45,38, maar op basis van deze informatie kon geen order worden uitgevoerd. Het formulier noemt immers niet hoeveel aandelen Ahold, ING Groep, Koninklijke Olie en Unilever moeten worden gekocht, noch of van ieder fonds een gelijk aantal dan wel van de verschillende fondsen een verschillend aantal moet worden gekocht. Ook worden geen aankoopbedragen voor de aandelen genoemd, maar slechts het maandbedrag dat [eiser] wenst te besteden, zonder vermelding waaruit dit maandbedrag is opgebouwd (Welk deel heeft betrekking op aflossing, welk deel op rente, blijft de verhouding tussen aflossing en rente gedurende de looptijd van de overeenkomst gelijk?).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onder 2.1.4 bedoelde klachtvan het cassatiemiddel.
onder 2.1.2 bedoelde klachtgaat uit van een rechtsopvatting die op twee punten afwijkt van de beoordelingsmaatstaven die zijn geformuleerd in HR 24 april 2020 ( [… 1] /Dexia).
dit formulier, waar relevant in samenhang met de gegevens die overigens tussen partijen zijn uitgewisseld”. In plaats daarvan wordt betoogd dat het gaat om het aanvraagformulier
“zo nodig in samenhang met de overige gegevens waarover partijen in het kader van hun rechtsverhouding beschikken”.
in samenhang met de gegevens die overigens tussen partijen zijn uitgewisseld" in rov. 3.5.2 van HR 24 april 2020 ( [… 1] /Dexia), maar dat dit arrest zo moet worden begrepen dat het erom gaat dat Dexia aan het aanvraagformulier genoeg had.
- (in nr. 9 van de procesinleiding) dat rechtens onjuist althans onbegrijpelijk is dat het hof heeft overwogen in rov. 4.20 dat op basis van het ondertekende aanvraagformulier geen order kon worden uitgevoerd, en voorts
- (in nr. 10 van de procesinleiding) dat onjuist althans onbegrijpelijk is de overweging dat Dexia er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [eiser] door middel van het aanvraagformulier een concrete opdracht bedoelde te geven tot aankoop van een concrete hoeveelheid aandelen in de vier fondsen, alsmede
- dat onjuist althans onbegrijpelijk is dat het hof gewicht heeft toegekend in rov. 4.22 aan het feit dat Dexia de leiding had bij de totstandkoming van de overeenkomst en de inhoud daarvan bepaalde en Alpha Emergo slechts een ondersteunende rol had en dat het feit dat Alpha Emergo het aanvraagformulier bij Dexia had ingediend en daarvoor provisie ontving niet alsnog de slotsom rechtvaardigt dat Alpha Emergo is opgetreden als orderremisier, en
- ten onrechte heeft gebagatelliseerd dat Alpha Emergo niet alleen de inhoud van de aanstaande effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en [eiser] kende maar ook, onder meer door middel van de overeenkomst cliëntenremisier en de Administratieve Routing, op de hoogte was van het proces bij Dexia van aankopen, toedeling en registratie van de aandelen en dus wist hoe de effectenleaseovereenkomst (na aankoop/registratie van de aandelen ten behoeve van [eiser] ) tot stand zou komen en wat daarvan de inhoud zou zijn en welke rol zij daarin te vervullen had, en feitelijk de enige is geweest die het contact met [eiser] heeft onderhouden dat tot de aankoop van de aandelen en de effectenleaseovereenkomst heeft geleid.
uitvoerbaar moet zijn, hetgeen meebrengt dat de inhoud daarvan zodanig specifiek is dat daarop een of meer concrete transacties in bepaalde financiële instrumenten kunnen worden gebaseerd die voor rekening van de cliënt komen” (rov. 3.4.2) en dat daartoe het aanvraagformulier “
zo nodig in samenhang met de gegevens die overigens tussen partijen zijn uitgewisseld, een voldoende duidelijke specificatie [moet] bevatten van het soort transactie dat moet worden verricht en van de effecten waarop de voorgenomen transactie betrekking heeft, zowel naar soort als naar aantal of naar het met de transactie in één bepaald effect gemoeide bedrag” (rov. 3.5.2). Uit HR 24 april 2020 ( [… 1] /Dexia) volgt dat gegevens die niet tussen partijen (dat wil zeggen Dexia en de aanvrager, later afnemer van een effectenleaseproduct) zijn gewisseld, niet relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een order. Het standpunt van [eiser] miskent dat sprake moet zijn van het ‘doorgeven van een order’. Daarvan kan slechts sprake zijn indien de order, óók voor de partij die haar inlegt, voldoende specifiek is. Indien dus bijvoorbeeld de Administratieve Routing niet bij de aanvrager bekend was, speelt deze geen rol bij de beoordeling of het aanvraagformulier een order bevat.
Naar mijn mening kan niet meer worden gesproken van een ‘voldoende duidelijke specificatie’ als bedoeld in rov. 3.5.2 van HR 24 april 2020 ( [… 1] /Dexia) indien Dexia aan de hand van het aanvraagformulier in combinatie met een niet aan de aanvrager bekende bedrijfsinterne wijze van afhandeling van aanvragen, kan bepalen
hoeveelvan welke aandelen zij voor een − met inachtneming van de dagkoersen (aankoopkoersen) − bepaalde
prijsten behoeve van de betreffende aanvrager zal aanschaffen dan wel toewijzen, en de aanvrager nog onbekend is met het resultaat van zijn aanvraag in termen van het ‘aantal of (…) het met de transactie in één bepaald effect gemoeide bedrag’ totdat hij de effectenleaseovereenkomst ontvangt. [6]
onder 2.1.3 bedoelde klachtbetrekt de hiervoor (in 2.12.1-2.12.2) besproken opvatting over een order op de combinatie van een aanvraagformulier voor een aandelenleaseproduct en de aandelenleaseovereenkomst tezamen. Afgezien van de eerder tegen deze opvatting geuite bezwaren, geldt het volgende. In dit geval (volgens de procesinleiding nr. 8) wees Dexia onmiddellijk na ontvangst van het aanvraagformulier aan [eiser] twintig aandelen van elk van de vier genoemde fondsen toe en werd daarna de effectenleaseovereenkomst opgesteld en aan de tussenpersoon toegezonden. Bij deze stand van zaken kan het retourneren van de getekende effectenleaseovereenkomst geen rol meer spelen bij de beantwoording van de vraag of het aanvraagformulier in samenhang met de gegevens die overigens tussen partijen zijn uitgewisseld, een voldoende duidelijke specificatie van de transactie (‘order’) bevat. Ik verwijs naar mijn conclusie nr. 6.36.2 in zaaknummer 21/02798.