ECLI:NL:PHR:2022:1105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor rijden onder invloed ondanks gebreken in bloedonderzoek
De verdachte werd bij arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 665 microgram per liter uitgeademde lucht. Hij kreeg een geldboete en een voorwaardelijk rijontzegging opgelegd. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat het bloedonderzoek, uitgevoerd als tegenonderzoek, gebreken vertoonde die de uitsluiting van het bewijs en vrijspraak rechtvaardigden.
Het hof stelde vast dat bij het bloedonderzoek twee tekortkomingen waren geconstateerd: het ontbreken van de SIN met RFID-chip op de verpakking en onjuiste SIN-stickers op de aanvraagformulieren, wat niet voldeed aan de toen geldende Regeling bloed- en urineonderzoek. Desondanks concludeerde het hof dat het bloed onomstotelijk herleidbaar was tot de verdachte en dat de strikte waarborgen voldoende waren gewaarborgd.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof niet onbegrijpelijk of ontoereikend heeft gemotiveerd waarom ondanks de gebreken het onderzoek als voldoende waarborgen omkleed kan worden beschouwd. De klacht over een kennelijke misslag in de procedure wordt verworpen, evenals de overige bezwaren tegen de motivering van het hof. De conclusie is dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor rijden onder invloed blijft in stand.