Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 december 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor rijden onder invloed van alcohol. Het hof Arnhem-Leeuwarden had op 26 februari 2021 uitspraak gedaan in deze strafzaak. De verdachte stelde in cassatie klachten in tegen dit arrest, onder meer over de strikte waarborgen van artikel 6 van Pro de Regeling bloed- en urineonderzoek (oud).
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de raadsman van de verdachte schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen op 20 december 2022 door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep is verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, arrest hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.