ECLI:NL:PHR:2022:1089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling valsheid in geschrift bij facturering in overname energiemaatschappij
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens valsheid in geschrift met betrekking tot zeven facturen ter waarde van 1 miljoen euro, verzonden in het kader van een overname van een energiemaatschappij. Het hof stelde vast dat de facturen valselijk waren opgemaakt omdat er geen reële advieskosten of andere legitieme tegenprestatie tegenover stonden.
De zaak draaide om een zogenoemde gentleman’s agreement tussen medeverdachte 1 en medeverdachte 2, waarbij een vergoeding van circa 1 miljoen euro werd afgesproken voor medewerking aan het overnameproces, zonder dat deze vergoeding transparant werd gemaakt of schriftelijk werd vastgelegd. Na de overname werden de facturen verzonden met de omschrijving 'Honorarium voor verrichte advieskosten', terwijl geen concrete werkzaamheden werden verricht die deze kosten rechtvaardigden.
De verdediging voerde aan dat de vergoeding bedoeld was voor daadwerkelijke werkzaamheden na de overname, waaronder de ontwikkeling van een computerprogramma. Het hof verwierp deze uitleg op grond van getuigenverklaringen en het ontbreken van bewijs voor dergelijke werkzaamheden of het bestaan van het programma.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake is van intellectuele valsheid omdat de facturen niet overeenstemden met de werkelijkheid. Het cassatieberoep wordt verworpen, maar de Hoge Raad wijst op overschrijding van de redelijke termijn, wat kan leiden tot strafvermindering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens valsheid in geschrift blijft in stand.