Conclusie
Nummer20/00622 P
Het cassatieberoep
Het middel
middelbehelst de klacht dat de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist is, althans onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd, doordat (1) het hof bij de berekening ten onrechte de huurkosten van de twee panden en de kosten van knippers niet op het voordeel in mindering heeft gebracht, en (2) het oordeel van het hof dat de betrokkene een deel van de opbrengst van de hennepkwekerij aan de [d-straat 1] heeft verkregen omdat hij een van de ‘jongens uit Nijmegen’ is, onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
- afschrijvingskosten van gedane investeringen € 250,- per oogst;
- variabele kosten voor de aanschaf van hennepstekken ten bedrage van € 3,81 per stek;
- variabele kosten voor kweekmedium, voeding e.d. ten bedrage van € 3,88 per plant.
- Het hof volgt eveneens het proces-verbaal inzake berekening wederrechtelijk verkregen voordeel [betrokkene] voor wat betreft het aantal oogsten. Uitgangspunt is daarbij dat een gemiddelde kweekcyclus 10 weken bedraagt. De woning werd door de katvanger [betrokkene 5] per 1 juli 2016 gehuurd. De hennepkwekerij is op 31 oktober 2016 ontmanteld. Het hof leidt hieruit en uit de aangetroffen plantenresten en stof af dat er minimaal 1 eerdere oogst is geweest.
- De schatting laat zich – met waar nodig afronding van bedragen – als volgt berekenen.
34. Subsidiair: [d-straat], Almere: onbegrijpelijk waarom de rechtbank cliënt schaart onder 'de jongens uit Nijmegen' terwijl de rechtbank cliënt in diezelfde passage omschrijft als woonachtig in Amsterdam. Welke aanwijzingen de rechtbank (wel) zag om cliënt als betrokkene bij deze kwekerij aan te merken, blijkt niet. Afwijzing van dit gedeelte van de vordering.”