[medeverdachte] heeft tijdens het derde verhoor, afgelegd op 10 juni 2008, onder andere verklaard dat hij vanaf 2005 misschien een half jaartje af en toe weekenden geholpen had bij een klusjesman genaamd [betrokkene 1] te Den Bosch en dat hij voor een dag helpen ongeveer € 100,- kreeg.
[medeverdachte] heeft tijdens het vierde verhoor onder andere verklaard dat hij sinds de geboorte van zijn zoon op 2 februari 2004 niet meer heeft gewerkt, dat hij wel wat geklust heeft voor [betrokkene 1] maar geen vast inkomen meer heeft gehad.
Uit bovenstaande informatie, inclusief hetgeen hiervoor terzake van het vonnis van 5 juli 2012 is overwogen, is aannemelijk geworden dat [medeverdachte] in de periode van 2000 t/m 2008 nagenoeg geen legale inkomsten heeft genoten.
Leenovereenkomsten
[betrokkene] en [medeverdachte] hebben op 23 januari 2001 de woning gekocht aan de [a-straat 1] te [plaats] voor in totaal (inclusief bijkomende kosten) een bedrag van fl. 623.821,04, waarbij zij beiden eigenaar van de woning zijn geworden. Ter financiering van de woning hebben zij bij de SNS Bank (hierna: SNS) een hypothecaire lening afgesloten ten bedrage van fl. 304.000,- (het ontvangen bedrag was fl. 300.960,-) met vorenbedoelde woning als zekerheidsstelling. Het resterende deel van de koopsom, te weten een bedrag van fl. 322.861,04 (€ 146.507,95) hebben zij contant voldaan.
Tijdens de doorzoeking in het perceel aan de [a-straat 1] zijn kasbewijzen aangetroffen, afkomstig van notariskantoor [H] . Uit deze bewijzen is gebleken dat in de periode van 12 maart 2001 tot en met 9 april 2001 een totaalbedrag van fl. 322.887,- (€ 146.519,37) contant was betaald aan dit notariskantoor.
Tevens zijn bij de doorzoeking 27 ingevulde en ondertekende Duitse “Darlehns Vertragen” ofwel leenovereenkomsten uit 2000 en 2001 aangetroffen. De aangetroffen leenovereenkomsten zijn gedateerd gedurende de periode van 12 juli 2000 tot en met 27 januari 2001. Hiernaast werden 49 blanco exemplaren van deze leenovereenkomsten aangetroffen.
Het totale bedrag dat volgens deze overeenkomsten door diverse personen, woonachtig in Duitsland, aan [betrokkene] was beleend bedroeg DM 305.500,- (omgerekend een bedrag van € 156.199,-.) Uit de tekst is af te leiden, hetgeen door [betrokkene] is bevestigd, dat als [betrokkene] het huis aan de [a-straat 1] weer zou verkopen, hij het geleende bedrag zonder rente of kosten diende terug te betalen.
De bedragen die zijn genoemd in de leenovereenkomsten zijn door de verbalisanten niet overgenomen in de kasopstelling omdat uit het onderzoek zou zijn gebleken dat deze overeenkomsten kennelijk valselijk zijn opgemaakt en deze leningen geen legale inkomstenbron betreffen.
De rechtbank neemt het hiervoor bedoelde standpunt van de verbalisanten op grond van het volgende over:
- de stelling van [betrokkene] en [medeverdachte] dat zij de bedragen die op de leenovereenkomsten zijn vermeld hebben ontvangen van de personen die op deze leenovereenkomsten worden genoemd, wordt niet door de verklaringen van een aantal van die personen, die door de politie dan wel de rechter-commissaris zijn gehoord, ondersteund;
- bij [betrokkene] en [medeverdachte] is in de woning aan de [a-straat 1] een groot aantal blanco leenovereenkomsten aangetroffen;
- op de leenovereenkomsten is een stempel van het adviesbureau ‘ [A] ’ aangebracht, terwijl de eigenaar van [A] , [betrokkene 2] , heeft verklaard de leenovereenkomsten niet te kennen en nog nooit dergelijke schuldbekentenissen te hebben opgemaakt. Daarbij heeft [betrokkene 2] verklaard dat hij [betrokkene] helemaal niet kent;
- de verdediging heeft aangegeven dat het bedrag van de leningen in totaal € 156.199,- bedroeg, terwijl dit in strijd is met de door [betrokkene] en [medeverdachte] bij de politie afgelegde verklaringen. [betrokkene] heeft tijdens zijn eerste verhoor verklaard dat hij geen schulden heeft, en bij zijn tweede verhoor dat hij misschien fl. 80.000,- of fl. 90.000,- heeft geleend van zigeuners. [medeverdachte] heeft bij de politie op de vraag of hij wel eens geld van iemand had geleend ‘nee’ geantwoord;
- de omstandigheid dat in de leenovereenkomsten geen zekerheden worden bedongen, er geen rente wordt vergoed en dat een aflossingsschema ontbreekt maakt dat de overeenkomsten kunnen worden aangeduid als een typologie van witwassen.
Aangezien niet aannemelijk is geworden dat het aan de notaris betaalde contante bedrag van fl. 322.887,- (€ 146.519,37) van geldleenovereenkomsten afkomstig is en [betrokkene] en [medeverdachte] geen andere, aannemelijke, herkomst voor vorenbedoeld bedrag hebben gegeven, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.
De rechtbank zal aldus vorenbedoeld bedrag niet als legale inkomsten in de kasopstelling opnemen.
Casino
Het standpunt van de verdediging dat [betrokkene] legale inkomsten uit casino’s zou hebben, is op geen enkele wijze nader onderbouwd en wordt niet gesteund door de verklaring van [betrokkene 3] , bedrijfsleider van casino ‘ [B] ’ te ‘s -Hertogenbosch.
[betrokkene] heeft verklaard dat hij per avond in het casino € 50,- inlegde. Het is weinig aannemelijk dat [betrokkene] met het spelen van roulette en een inleg van € 50,- per keer, elke keer een bedrag aan winst van € 500,- tot € 5000,- heeft verkregen. Het kan als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat bij het spelen van roulette de kans op verlies groter is dan de kans op winst en dat naarmate men vaker speelt de kans op een positief totaalresultaat steeds onwaarschijnlijker wordt. De rechtbank zal derhalve het veronderstelde bedrag aan winst niet als legale inkomsten in de kasopstelling meenemen.
c) de uitgaven.
Contante betalingen aan het notariskantoor [H] .
Uit de bij de doorzoeking in de woning aan de [a-straat 1] aangetroffen kasbewijzen, is gebleken dat in de periode van 12 maart 2001 tot en met 9 april 2001 een totaalbedrag van fl. 322.887,- (€ 146.519.73) contant was betaald aan boven bedoeld notariskantoor.
Hypotheek SNS
De aankoop van de woning aan de [a-straat] is gedeeltelijk gefinancierd met een hypothecaire lening. Een groot deel van de te betalen rente en premies werd eerst contant gestort op bankrekeningnummer [001] ten name van [betrokkene] en [medeverdachte] en vervolgens afgeschreven om de rente en premies te voldoen.
Uit de informatie met betrekking tot het bankrekeningnummer [001] blijkt dat er in de periode van 25-05-2001 tot en met 30-05-2003 contante geldstortingen zijn gedaan op deze bankrekening van in totaal € 19.931,04. In dit bedrag zijn ook drie stortingen meegenomen op bankrekeningnummer [002] , welke eveneens op naam van [betrokkene] en [medeverdachte] staat en een hypotheekrekening betreft.
Hypotheek ABNAMRO
[betrokkene] en [medeverdachte] hebben op 1 juli 2003 een hypothecaire lening bij de ABN AMRO bank (hierna: ABN) afgesloten ten bedrage van € 200.000, met als onderpand de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] . Met deze lening is het restant van de hiervoor bedoelde hypothecaire lening van de SNS Bank afbetaald waarna een bedrag van € 42.495,64 op de bankrekening van [betrokkene] , nummer [003] , is gestort.
Uit de door de Postbank aangeleverde informatie met betrekking tot laatstbedoeld rekeningnummer blijkt dat er in de periode van 18 juli 2003 tot en met 2 november 2007 contante geldstortingen (uitgaven) zijn gedaan van in totaal € 41.578,- op dit rekeningnummer. In diezelfde periode werd een bedrag van € 93.591,28 contant opgenomen (ontvangst) van diezelfde bankrekening.
Uit de door de Postbank aangeleverde informatie ter zake van de rekening van [medeverdachte] , nummer [004] , is gebleken dat er van bedoelde bankrekening in de periode van 28 april 2004 tot en met 27 juli 2007 contante geldopnamen zijn gedaan van in totaal € 4.520,-.
Verbouwing woning [a-straat 1] te [plaats]
Uit onderzoek door de gemeente ’s-Hertogenbosch is gebleken dat er in totaal 5 sloop- en bouwvergunningen waren aangevraagd voor perceel [a-straat 1] te [plaats] en dat al deze aanvragen werden gedaan door [betrokkene] en aanvragen betreffen in het jaar 2001, 2002, 2004 en 2006. Blijkens de aanvragen van deze bouwvergunningen werden de totale kosten op € 177.600,- beraamd.
Uit het onderzoek is gebleken dat er bouwmaterialen zijn aangeschaft bij diverse bedrijven. De aankoopprijzen werden veelal contant betaald. Gedurende het onderzoek zijn onderstaande uitgaven bekend geworden:
a) Intrastone, Aalsmeer;
b) Leges Gemeente ’s-Hertogenbosch;
c) [C] BV te Rosmalen;
d) [D] te Gemert;
e) [E] te Rosmalen;
f) [F] te Schayk;
g) [G] te Nuland;
h) Safe verhuur te ’s-Hertogenbosch.
Ad a)
Er is in de woning van [betrokkene] en [medeverdachte] een aankoopfactuur aangetroffen van Intrastone te Aalsmeer, d.d. 10 september 2001, betreffende een natuurstenen vloer voor een totaalbedrag van fl. 7307,- (€ 3.315,77). Een deel van dit bedrag werd direct aanbetaald en het restantbedrag werd voldaan na levering.
Ad b)
Uit het overzicht van de gemeente ’s-Hertogenbosch van alle betaalde legeskosten met betrekking tot het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] , is gebleken dat er in totaal 7 betalingen hebben plaatsgevonden, waarvan er zes met een acceptgiro zijn betaald en 1 via kasbetaling. Alle nota’s waren op naam gesteld van [betrokkene] . In totaal werd een bedrag betaald van € 4.368,58.
Ad c)
Bij de doorzoeking in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] waren er betalingsbewijzen aangetroffen betreffende contante betalingen aan [C] BV te [plaats] in de periode van 26 februari 2007 tot en met 17 juli 2007 voor een totaalbedrag van € 23.790,-.
Uit het overzicht van alle op naam gedane contante aankopen in de periode 3 oktober 2006 tot en met 22 februari 2008, op naam van [medeverdachte] , is gebleken dat het totaalbedrag voor deze aankopen € 23.950,- incl BTW bedroeg. Hieruit blijkt dat er voor een bedrag van € 160,- meer is aangekocht dan er als betalingsbewijzen zijn gevonden. Derhalve vindt er aan het einde van de kasopstelling een correctie plaats van € 160,-.
Door de directeur van [C] , [betrokkene 4] is verklaard dat er naast bovenbedoelde aankopen, nog aankopen zijn gedaan die direct contant werden afgerekend. Deze bedragen zouden niet meer uit de administratie zijn te filteren. Naar schatting zouden dit aankopen betreffen voor een totaalbedrag liggend tussen € 8000,- en € 10.000,-. Derhalve vindt er aan het einde van de kasopstelling een correctie plaats van € 8000,-.
Ad d)
Uit het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 5] , eigenaar van [D] te Gemert, en de door hem aangeleverde documenten blijkt dat er in de periode van oktober 2006 tot oktober 2007 kunststof kozijnen en deuren zijn aangekocht voor de [a-straat 1] te [plaats] voor een totaalbedrag van € 16.344,-.
Ad e)
Architect [betrokkene 6] heeft verklaard dat hem door [betrokkene] op 28 januari 2008 een bedrag van € 976,- is betaald. [betrokkene] heeft bij de politie verklaard dat hij de aanvragen voor de bouwvergunning samen met architect [betrokkene 6] heeft gedaan.
Ad f)
Bij de doorzoeking in de woning aan de [a-straat 1] werden onder andere facturen aangetroffen van [F] d.d. 3 februari 2005 voor een bedrag van € 410,55.
Ad g)
Tijdens de doorzoeking werden facturen aangetroffen van [G] te Nuland. Het betreffen facturen voor het huren van afvalcontainers voor een totaalbedrag van € 348,-.
Ad h)
Tijdens de doorzoeking werden onder andere 6 facturen aangetroffen van Safe ruimteverhuur te ‘s-Hertogenbosch. De factuurnummers beginnend met DB 07/4951 waren voorzien van de volgnummers 2, 5, 6, 7, 8 en p. Hieruit bleek dat er drie facturen met de volgnummers 1, 3 en 4 niet waren aangetroffen. Hiervoor werd onder nummer 292 een correctie gemaakt van € 868,23 (3 x € 289,41.) De totale uitgave aan Safe ruimteverhuur bedroeg derhalve € 2.573,87.
Voor de in de voetnoten vermelde facturen geldt over het algemeen dat daarop het adres [a-straat 1] te [plaats] en/of de naam van [betrokkene] en/of van [medeverdachte] is vermeld. Tevens is over het algemeen op de facturen aangegeven dat deze (contant) zijn voldaan.
Op grond van het onder a t/m e overwogene is aannemelijk geworden dat er voor de verbouwingen een totaalbedrag van
€ 56.953,-(€ 3.315,- + € 4.368,- + € 23.950,- + € 8000,- + € 16.344,- en € 976,-) aan bouwmaterialen is uitgegeven. Deze bedragen zijn contant door [betrokkene] en [medeverdachte] voldaan.
Op grond van het onder f t/m h overwogene is aannemelijk geworden dat er aan indirecte (verbouwings)kosten een totaalbedrag is uitgegeven van € 3.331,- (€ 410,55 + € 348,- en € 2.573,87.) Deze bedragen werden contant door [betrokkene] en [medeverdachte] voldaan.
Depotstorting in verband met civiele procedure
Tijdens het onderzoek is gebleken dat door de aannemer [betrokkene 7] te Sint Michielsgestel bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd in/aan de woning aan de [a-straat 1] . Door deze [betrokkene 7] is een civiele procedure tegen [betrokkene] en [medeverdachte] gestart omdat hij niet voor zijn werkzaamheden zou zijn betaald. Uit het onderzoek is gebleken dat door [betrokkene] en [medeverdachte] een bedrag van € 22.200,65 is overgemaakt op een depotrekening van de advocaat van [betrokkene 7] in verband met de aangespannen civiele procedure.
Stadsbank van Lening
Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [a-straat 1] zijn betalingsbewijzen aangetroffen van de Stadsbank van lening te Amsterdam. Deze betalingsbewijzen hadden een klantcode en waren niet op naam gesteld.
Met betrekking tot [betrokkene] en [medeverdachte] is gebleken dat in de periode gelegen tussen 10 december 2001 en 14 januari 2008 gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot belenen bij de Stadsbank te Amsterdam. Uit de stukken is gebleken dat in deze periode voor een bedrag van € 24.310,48 is beleend en dat in deze periode een bedrag aan beleenrente is betaald van € 6.570,23. [betrokkene] en [medeverdachte] hebben verklaard dat zij inderdaad sieraden bij de Stadsbank hebben beleend en dat zij daarvoor geld hebben ontvangen.
In het overzicht zijn de bedragen opgenomen die [betrokkene] en [medeverdachte] van de Stadsbank van lening hebben ontvangen en weer hebben terugbetaald. Het verschil tussen het bedrag aan inkomsten en uitgaven is een bedrag van € 6.570,23 dat aan beleenrente is betaald.
Money Transfers
Uit een tijdens de doorzoeking aangetroffen document, zijnde een document van de Postbank betreffende de aankoop van buitenlandse valuta, zijnde 3000 Duitse Mark, is aannemelijk geworden dat hiervoor, inclusief kosten een bedrag van fl. 3447,82 (€ 1.564,55) betaald is. Uit informatie afkomstig uit Verdachte Transacties is gebleken dat [medeverdachte] de moneytransfers, bedoeld onder de nummers 55 en 61 van het overzicht, heeft uitgevoerd. De totale uitgave bedroeg € 6.697,-.
Uit de eenvoudige kasopstelling blijkt dat het minimale bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel van [medeverdachte] en [betrokkene]
€ 207.236,63bedraagt. Dit is het bedrag dat niet kan worden verantwoord uit legale inkomstenbronnen.
Contante uitgaven voor kosten levensonderhoud
In de periode betrekking hebbend op de ontnemingsvordering stonden volgens het GBA, behalve [betrokkene] en [medeverdachte] tevens de navolgende personen op het adres [a-straat 1] te [plaats] ingeschreven:
- [betrokkene 8] (geboren op [geboortedatum] 1987);
- [betrokkene 9] (geboren op [geboortedatum] 1962);
- [betrokkene 10] , geboren op [geboortedatum] 1999.
[betrokkene] en [medeverdachte] hebben omtrent de gezinssamenstelling en hun inkomen, onder andere, als hierna omschreven verklaard.
[betrokkene] heeft in zijn tweede verhoor verklaard dat hij met zijn broertjes [betrokkene 8] , [medeverdachte] , [betrokkene 12] , zijn moeder, zusje [betrokkene 10] en schoonzus [betrokkene 13] woonde. Over de bijdrage van deze personen in de gemeenschappelijke huishouding heeft hij verklaard dat:
- [medeverdachte] ook werkte en de helft van het huis betaalde;
- hij het inkomen van [medeverdachte] niet wist;
- ieder voor het huishouden zijn eigen regelde;
- zijn moeder een uitkering had en voor zichzelf zorgde;
- [betrokkene 8] geen inkomen had;
- alles van zijn rekening werd afgeschreven;
- de anderen geen bronnen van inkomsten hadden.
[medeverdachte] heeft tijdens zijn eerste verhoor verklaard dat hij op het adres [a-straat 1] te [plaats] woonde en dat zijn moeder bij hem woonde. Daarnaast had hij drie broers, [betrokkene] , [betrokkene 8] en [betrokkene 12] , en een zusje [betrokkene 10] . [medeverdachte] was volgens de Roma-wijze met [betrokkene 14] getrouwd; [betrokkene 14] en de kinderen woonden niet op de [a-straat] .
[medeverdachte] heeft tijdens zijn tweede verhoor verklaard dat hij op het adres [a-straat 1] samenwoonde met zijn broer, [betrokkene] , zijn moeder [betrokkene 9] en als het goed was zijn broertje [betrokkene 8] , maar dit wist hij niet zeker. Dit moest aan [betrokkene] gevraagd worden.
Verder heeft hij onder meer verklaard dat:
- hij op dat moment geen inkomen had;
- zijn moeder een uitkering had;
- [betrokkene 8] werkte. [betrokkene] moest dat weten want die had [betrokkene 8] en [betrokkene 12] onder controle;
- hij nu niet rond kon komen;
- als hij geld had, hij meebetaalde aan [betrokkene 14] ;
- ze gezamenlijk met de familie aten en dat hem dat dus geen geld kostte;
- hij samen met zijn broer [betrokkene] eigenaar was van de woning aan de [a-straat 1] .
In de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen verwijst hij bij vragen met een financiële achtergrond, veelal naar zijn broer, [betrokkene] .
Op grond van de bovenstaande verklaringen, alsmede het gegeven dat de meeste uitgaven, zoals in de berekening aangegeven, gedaan zijn ten behoeve van, dan wel in samenhang met, de woning aan de [a-straat 1] , wordt er bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van het gegeven dat [betrokkene] en [medeverdachte] als een economische eenheid dienen te worden beschouwd. Derhalve heeft er geen splitsing van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel plaatsgevonden.
De inkomsten en de uitgaven van de overige op het adres [a-straat 1] wonende dan wel verblijvende personen, werden niet meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uit de opgevraagde gegevens met betrekking tot de bankrekeningen [002] en [005] , [001] , [003] en [004] ten name van beide verdachten is gebleken dat er regelmatig afschrijvingen voorkomen waaruit blijkt dat er betalingen zijn verricht betreffende gas/water/elektriciteit, benzinekosten, kosten hypotheek en kosten verzekeringen.
Er komen weinig afschrijvingen voor waaruit blijkt dat de aankoop van de eerste levensbehoeften (eten, drinken) middels pintransactie zijn betaald. Dit impliceert dat deze betalingen veelal contant zijn verricht.
In het aanvullend proces-verbaal is de berekening van het contante bedrag dat [medeverdachte] en [betrokkene] over de periode van 2001 t/m 2008 aan voeding hebben uitgegeven, gebaseerd op de gegevens die via www.cbs.nl en www.nibud.nl zijn verkregen.
Op grond van deze gegevens is berekend dat [betrokkene] en [medeverdachte] in de periode van 2001 tot en met 2008 samen in totaal een bedrag van
€ 27.241,40aan voeding hebben uitgegeven. De rechtbank neemt deze berekening, mede nu daarop geen verweer is gevoerd, over.
d) de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Door het bedrag aan contante uitgaven voor kosten van levensonderhoud als wederrechtelijk verkregen voordeel aan te merken, zal het hiervoor vastgestelde bedrag van
€ 207.236,63met het hiervoor bedoelde bedrag van
€ 27.241,40worden verhoogd, waardoor de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel van [medeverdachte] en [betrokkene] gezamenlijk wordt geschat op
€ 234,478,03. Het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt voor [betrokkene] aldus berekend op (€ 234.478,03 : 2 =)
€ 117.239,-.