Conclusie
advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg
advocaat: mr. J. van Weerden
1.Inleiding
met uitzondering vande bepaling dat voornoemde verkoop niet wordt tenuitvoergelegd indien gedaagde 6 ( [verzoeker 5] ) aan de overige erfgenamen binnen drie maanden na betekening van dit vonnis hun aandeel in de getaxeerde waarde voldoet ter verkrijging van het eigendomsrecht op het perceel. Het Hof heeft voorts de proceskosten van het hoger beroep gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
aangetoond of geblekendat [verzoeker 5] in staat is om de andere deelgenoten uit te kopen (tegen een lager bedrag dan de getaxeerde waarde waarvan het GEA is uitgegaan) niet mee dat [verzoekers] geen belang hebben bij cassatie. Met die vaststelling staat namelijk nog niet vast dat [verzoeker 5] (thans) niet in staat is om de andere erfgenamen uit te kopen of de daarvoor benodigde financiering aan te trekken. Daarbij komt dat [verzoeker 5] gedurende het hoger beroep ervan mocht uitgaan dat, indien het Hof zijn grieven zou verwerpen, hij alsnog in de gelegenheid zou worden gesteld om het perceel binnen drie maanden na betekening van het vonnis te kopen tegen de getaxeerde waarde waarvan het GEA is uitgegaan. Nu het Hof de tenuitvoerlegging van de vonnissen waarvan appel had geschorst, kon deze termijn nog niet verstreken zijn.