Uitspraak
1.de gezamenlijke erfgenamen van[Appellant sub 1],
[Appellant sub 2],
[Appellant sub 3],
[Appellant sub 4],
[Appellant sub 5],
[Appellant sub 6],
[Appellant sub 7],
[Appellant sub 8]
[Appellant sub 9],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond de verdeling van een nalatenschap centraal waarbij niet alle erfgenamen waren opgeroepen. Partijen hadden overeenstemming bereikt over de waarde van een onroerende zaak, vastgesteld op US$ 300.000, en een voorstel gedaan om deze aan één erfgenaam toe te wijzen met een escrowregeling.
Het Hof stelde echter vast dat een dergelijke verdeling een beslissing betreft over een processueel ondeelbare rechtsverhouding, waarvoor alle betrokken erfgenamen in het geding moeten zijn. Omdat niet alle erfgenamen waren opgeroepen, kon het Hof niet tot een eindvonnis overgaan. Tevens werd gewezen op het feit dat een reconventionele vordering in hoger beroep niet mogelijk is.
Het Hof gaf partijen de mogelijkheid om zelf tot verdeling te komen en een notaris te kiezen, waarna de zaak mogelijk kan worden geroyeerd. Tot die tijd werd iedere verdere beslissing aangehouden en werd de zaak verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het Hof wijst verdere beslissing aan omdat niet alle erfgenamen zijn opgeroepen voor de verdeling van de nalatenschap.