ECLI:NL:OGHACMB:2017:160

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
4 april 2017
Publicatiedatum
20 februari 2018
Zaaknummer
AR 23552 – H 61/16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:182 BWArt. 3:183 BWArt. 280 lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschap vereist oproeping alle erfgenamen bij ondeelbare rechtsverhouding

In deze zaak stond de verdeling van een nalatenschap centraal waarbij niet alle erfgenamen waren opgeroepen. Partijen hadden overeenstemming bereikt over de waarde van een onroerende zaak, vastgesteld op US$ 300.000, en een voorstel gedaan om deze aan één erfgenaam toe te wijzen met een escrowregeling.

Het Hof stelde echter vast dat een dergelijke verdeling een beslissing betreft over een processueel ondeelbare rechtsverhouding, waarvoor alle betrokken erfgenamen in het geding moeten zijn. Omdat niet alle erfgenamen waren opgeroepen, kon het Hof niet tot een eindvonnis overgaan. Tevens werd gewezen op het feit dat een reconventionele vordering in hoger beroep niet mogelijk is.

Het Hof gaf partijen de mogelijkheid om zelf tot verdeling te komen en een notaris te kiezen, waarna de zaak mogelijk kan worden geroyeerd. Tot die tijd werd iedere verdere beslissing aangehouden en werd de zaak verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het Hof wijst verdere beslissing aan omdat niet alle erfgenamen zijn opgeroepen voor de verdeling van de nalatenschap.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 23552 – H 61/16
Uitspraak: 4 april 2017
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in de zaak van:

1.de gezamenlijke erfgenamen van[Appellant sub 1],

2.
[Appellant sub 2],
3.
[Appellant sub 3],
4.
[Appellant sub 4],
5.
[Appellant sub 5],
6.
[Appellant sub 6],
7.
[Appellant sub 7],
8.
[Appellant sub 8]
9.
[Appellant sub 9],
allen wonende in Curaçao, Sint Maarten of Nederland,
oorspronkelijk gedaagden,
thans appellanten,
gemachtigden: mrs. H.A. Seferina en F.R. Brouwer,
tegen
[Geïntimeerde],
wonende in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. S.P. Osepa.
De partijen worden hierna [appellant sub 6] c.s. en [geïntimeerde]genoemd. Appellant onder 6 wordt [appellant sub 6] genoemd.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 16 augustus 2016.
1.2.
Op 29 november 2016 hebben partijen een akte genomen.
1.3.
Op 7 februari 2017 hebben partijen een antwoord-akte genomen.
1.4.
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1.
In de antwoord-akte van 7 februari 2017, onder 2, stelt [appellant sub 6] c.s. dat partijen elkaar hebben gevonden in de hoogte van de waarde van de onroerende zaak. Zij nemen het voorstel van het Hof over om ter besparing van extra kosten en tijd een bedrag van US$ 300.000,= te hanteren als waarde.
2.2.
In haar op dezelfde dag genomen akte zwijgt [geïntimeerde] over deze overeenstemming. Het Hof wenst dat zij zich bij akte uitlaat.
2.3. [
[Appellant sub 6] c.s. verzoekt in de akte van 7 februari 2017, onder 5, het Hof om eindvonnis te wijzen, waarbij de onroerende zaak aan [appellant sub 6] wordt toebedeeld, met diens gehoudenheid om US$ 300.000,= bij een notaris in Sint Maarten in escrow te plaatsen, waaruit de schuld uit overbedeling kan worden voldaan.
2.4.
Het probleem met dit voorstel is dat deze beslissing van het Hof een verdeling zou inhouden en dat daarvoor alle deelgenomen partij moeten zijn, hetgeen kennelijk niet het geval is (memorie van grieven, onder 2-9). Het gaat om een rechtsverhouding waarbij het rechtens noodzakelijk is dat een beslissing daarover in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen (een zogeheten processueel ondeelbare rechtsverhouding) (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:41)[moet zijn: ECLI:NL:HR:2017:411]. De overige erfgenamen dienen dus in het geding te worden geroepen. Voorts zal [geïntimeerde] haar eis moeten wijzigen (een reconventionele vordering door [appellant sub 6] c.s. in hoger beroep is, gelet op artikel 280 lid 1 Rv Pro, niet mogelijk)
2.5.
Partijen kunnen echter, indien zij het eens zijn, zelf verdelen (artikel 3:182-183 BW). Zij kunnen dan zelf een notaris in Sint Maarten kiezen. De zaak kan dan wellicht worden geroyeerd.
2.6.
Partijen krijgen de gelegenheid over het voorgaande gelijktijdig een akte te nemen.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.Beslissing

Het Hof:
- laat partijen toe gelijktijdig een akte te nemen als bedoeld in rov. 2.2 en 2.6;
- verwijst de zaak daartoe naar de rol van het Hof in Curaçao van 9 mei 2017;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, J. de Boer en T.A.M. Tijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 4 april 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.