Conclusie
, wel of niet behoort tot de rendementsgrondslag van de blooteigenaar op de grond dat een vruchtgebruik op de bezitting rust op grond van een uiterste wilsbeschikking dan wel buitenlands wettelijk erfrecht.
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
donation entre vifs à titre de partage anticipé [8] . Volgens de daarvan opgemaakte akte is de overdracht gegrond op de bepalingen van artikel 1075 en Pro volgende van de
Code Civil(hierna:
CC). Na de overdracht is de akte niet gewijzigd, herroepen of herzien.
CC. Deze bepalingen behoren tot Boek 3, Titel II, hoofdstuk VII,
CC(artikel 1075 tot Pro en met 1080
CC) over beschikkingen tussen bloedverwanten. Dit hoofdstuk valt uiteen in een sectie over Frans schenkingsrecht (artikel 1076 tot Pro en met 1078
CC) en een sectie over Frans erfrecht (artikel 1079 en Pro artikel 1080
CC). De akte verwijst niet naar de bepalingen van artikel 1079 en Pro artikel 1080
CC, aldus de Rechtbank.
CComschrijft de wilsbeschikking (
testament) als een rechtshandeling waarbij de erflater (
testateur) bepaalt in geval van overlijden afstand te doen van zijn eigendommen en rechten, terwijl volgens artikel 894
CCde schenking tussen levenden (
donation entre vifs) een rechtshandeling is waarbij de schenker (
donateur) onmiddellijk en onherroepelijk afstand doet van de gift ten gunste van de verkrijger (
donaitaire), die de gift accepteert.
CCleidt het Hof af dat eenieder zijn bezittingen kan overdragen en verdelen onder zijn vermoedelijke erfgenamen, naar de vorm van hetzij een
donation-partagehetzij een
testament-partage. In het eerste geval vinden de bepalingen over
donations entre vifstoepassing, in het tweede geval die over
testaments. De akte verwijst naar de artikelen 1077 en 1078
CC, die deel uitmaken van de bepalingen over
donations-partages, en spreekt evenals die bepalingen steeds van
donateuren
donaitaires. Daarentegen verwijst de akte niet naar de artikelen 1079 en 1080
CC, die behoren tot de bepalingen over
testaments-partages, en spreekt in tegenstelling tot die bepalingen niet van
bénéficiaire. Daarnaast is de blote eigendom van de woning overgedragen en het vruchtgebruik daarop gevestigd bij leven van beide ouders van belanghebbende, zodat deze rechtshandelingen niet pas na het overlijden van één van beide ouders zijn ingetreden. Daarom heeft de akte naar het oordeel van het Hof het karakter van een notariële akte van schenking, en niet van een uiterste wilsbeschikking. Dit oordeel voert het Hof voorts tot de slotsom dat het vruchtgebruik niet is gevestigd op grond van Frans wettelijk erfrecht.
donation-partageis beperkt tot de kring van erflaters en hun vermoedelijke erfgenamen, dat de akte voorziet in een vruchtgebruik voor de langstlevende ouder of dat de akte niet is herroepen of herzien bij leven van de eerstoverleden ouder. Daaraan doet volgens het Hof evenmin af dat een
donation-partagewordt aangemerkt als voorschot op het erfdeel en wordt verrekend met de legitieme portie van belanghebbende bij overlijden van de langstlevende ouder.
3.Het geding in cassatie
donation entre vifs à titre de partage anticipéte hebben veronachtzaamd. Volgens belanghebbende is van belang dat naar Frans recht alleen de vermoedelijke erfgenamen mogen optreden als verkrijgers. De derde klacht verwijt het Hof een onjuiste uitleg van het toepasselijke Franse recht.
gecursiveerdegedeelte geldt sinds 1 januari 2014):
a. waarop een vruchtgebruik rust ten behoeve van de echtgenoot van een overleden ouder van de belastingplichtige op grond van een uiterste wilsbeschikking van die ouder
dan wel op grond van buitenlands wettelijk erfrecht;
b. waarop ten gevolge van de uitoefening door de belastingplichtige van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19 of 21 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek een vruchtgebruik rust ten behoeve van de langstlevende echtgenoot, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van Boek 4 van dat wetboek;
c. waarop ten behoeve van de echtgenoot van een overleden ouder van de belastingplichtige op grond van artikel 29 of Pro 30 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek een vruchtgebruik is gevestigd.
fiscaliseertdeze blote eigendom simpelweg bij een ander, namelijk bij de vruchtgebruiker in plaats van de blooteigenaar. Het ‘defiscaliseert’ het vruchtgebruik net zo min: het
fiscaliseertzulke bezittingen bij de vruchtgebruiker als ware hij de volle eigenaar. Het gaat veeleer om een toerekeningsregel tussen belastingplichtigen ter zake van bezittingen waarop een kwalificerend vruchtgebruik rust.
wettelijk erfrechtelijkeverdeling, voor een daarmee vergelijkbare
testamentaireverdeling. Het beoogt eenzelfde toerekening uitsluitend voor goederen uit de nalatenschap van een erflater met een langstlevende echtgenoot en kinderen. Het ziet dus op gevallen waarin het testament een vergelijkbare verhouding voor de nalatenschapsgoederen treft tussen de langstlevende echtgenoot en kinderen als de verhouding die daarvoor tussen hen zou zijn ontstaan bij toepassing van het wettelijke erfrecht.
recht van vruchtgebruikdat beschikking (bij de langstlevende echtgenoot) en eigendom (bij de kinderen) splitst (zie 3.3). Een ander (genots)recht kwalificeert niet, ook al bereikt het een vergelijkbare splitsing (zie ook de in 3.16 aangehaalde opmerking in de nota naar aanleiding van het verslag).
testamentairerechten dan vruchtgebruik noemt, en niet (ook) andere
non-testamentairerechten (zie 3.16).
testamentaireverdeling (zie 3.14).
van rechtswege– dus direct uit de buitenlandse erfwet, zonder een “uiterste wilsbeschikking” – voor de langstlevende echtgenoot, aangemerkt als een kwalificerend vruchtgebruik.
nietvan rechtswege op de woning en dus niet op grond van buitenlands wettelijk erfrecht als bedoeld in artikel 5.4, lid 3, onderdeel a, Wet IB 2001 (zie 3.32). Zie ik het goed, dan klaagt belanghebbende niet over het oordeel van het Hof dat dit vruchtgebruik niet op grond van buitenlands wettelijk erfrecht rust op de woning.
testamentairerechten dan vruchtgebruik, niet naar
non-testamentairerechten (zie 3.26) en naar
testamentaireverdelingen, niet naar
non-testamentaireverdelingen (zie 3.27). Het betoog van belanghebbende mist dus doel.
CCover schenkingen tussen levenden, maar niet naar de artikelen 1079 en 1080
CCover testamentaire verdelingen, (b) spreekt de akte steeds over
donateuren
donataireszoals ook de artikelen 1077 en 1078
CCdoen, maar niet over
bénéficiairezoals de artikelen 1079 en 1080
CCdoen en (c) is het in de akte verwoorde vruchtgebruik gevestigd niet pas bij overlijden van één van beide ouders. [48] Aldus is dit oordeel mijns inziens naar behoren gemotiveerd. Het is geenszins onbegrijpelijk.
donation entre vifs à titre de partage anticipé. [49] Ik merk op dat het Hof deze omstandigheid heeft betrokken in de oordeelsvorming maar onvoldoende heeft geacht voor het oordeel dat het vruchtgebruik op de woning rust op grond van “een uiterste wilsbeschikking”. [50] Dit betoog van belanghebbende treft dus evenmin doel.
donation entre vifs à titre de partage anticipéverkeerd heeft uitgelegd. Als gezegd, is de uitleg van deze bepalingen door het Hof geenszins onbegrijpelijk (zie 3.37). Ook dit betoog kan dus niet tot cassatie leiden.