Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 30 september 2020
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [plaats 1] , de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Donateur
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende verkreeg in 2011 via een Franse notariële akte de blote eigendom van een woning in Frankrijk, met vruchtgebruik voor haar ouders. De vraag was of de waarde van deze blote eigendom buiten de rendementsgrondslag van box 3 valt op grond van artikel 5.4, derde lid, Wet IB 2001, dat een uitzondering maakt voor vruchtgebruik gevestigd krachtens uiterste wilsbeschikking of buitenlands erfrecht.
Het Hof oordeelde dat de akte een schenking bij leven betreft (donation entre vifs à titre de partage anticipé) en geen uiterste wilsbeschikking. Het vruchtgebruik is dus niet op grond van een testament of erfrecht gevestigd. Verder is geen sprake van verkrijging krachtens Frans erfrecht. De waarde van de blote eigendom behoort daarom tot de rendementsgrondslag.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de Franse schenking niet gelijk is aan een verkrijging krachtens erfrecht in Nederland. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel wordt verworpen, omdat de Inspecteur voldoende informatie heeft verstrekt. Het vertrouwensbeginsel wordt niet aangenomen omdat geen expliciete of impliciete toezegging is gedaan dat de waarde buiten de rendementsgrondslag zou blijven.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van de blote eigendom van de Franse woning wordt tot de rendementsgrondslag van box 3 gerekend.