ECLI:NL:RBDHA:2019:11206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bloot eigendom Franse woning valt onder rendementsgrondslag box 3
Eiseres verkreeg bij notariële akte het bloot eigendom van een woning in Frankrijk met voorbehoud van levenslang vruchtgebruik van haar ouders. De vader overleed in 2012, de moeder is nog in leven. De kern van het geschil is of artikel 5.4, lid 3, onderdeel a van de Wet IB 2001 van toepassing is, waardoor het bloot eigendom niet tot de rendementsgrondslag in box 3 zou behoren.
De rechtbank stelt vast dat de verkrijging volgens Frans recht een 'donation entre vifs à titre de partage anticipé' betreft, een vervroegde erfdeling waarbij de verdeling bij leven plaatsvindt. Dit betekent dat de verkrijging een schenking is en geen uiterste wilsbeschikking. Daarom is artikel 5.4, lid 3, onderdeel a niet van toepassing.
Eiseres betoogt dat zij ongelijk wordt behandeld als Franse staatsburger, maar de rechtbank wijst dit af omdat de Nederlandse wetgeving geen regeling kent voor vervroegde erfdeling en een dergelijke verkrijging in Nederland als schenking wordt belast.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat het bloot eigendom van de woning met een waarde van € 200.000 deel uitmaakt van de rendementsgrondslag in box 3.
Uitkomst: Het bloot eigendom van de Franse woning behoort tot de rendementsgrondslag in box 3 omdat geen sprake is van een uiterste wilsbeschikking.