Conclusie
first excess insureronder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering, aanspraak kunnen maken op terugbetaling c.q. vergoeding van verweer- en onderzoekskosten in verband met het onderzoek van de curatoren naar de rol van de commissarissen bij het faillissement van Imtech. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Volgens het hof is de limiet van de primaire verzekering nog niet uitgeput, zodat de commissarissen geen aanspraak kunnen maken op dekking onder de met CNA gesloten excess-verzekering. Ook verwerpt het hof het betoog van de commissarissen dat CNA is gehouden de verweer- en onderzoekskosten bij wijze van bereddingskosten te vergoeden (art. 7:957 lid 2 BW Pro). Beide oordelen worden in het principale cassatieberoep bestreden. CNA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
1.Feiten
policyholder) door tussenkomst van AON Risk Solutions een Directors & Officers-aansprakelijkheidsverzekering gesloten. De commissarissen zijn verzekerden onder deze D&O-verzekering die heeft gelopen van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 (hierna: de D&O 2013). De D&O 2013 bestaat uit verschillende
layers. De primaire verzekering is gesloten met AIG Europe Ltd (hierna: AIG) met een verzekerde limiet van € 25 miljoen (hierna: de Primary). CNA trad op als
first excess insurermet een limiet van € 15 miljoen (hierna: de excess-verzekering).
layersis als volgt:
Excess
Excess
Excess
General Conditions BusinessGuard D&O Premier BG Premier Non-SEC 2010 Imtech 2013” van AIG van toepassing (hierna: de algemene verzekeringsvoorwaarden). Op de door Imtech met CNA gesloten excess-verzekering zijn naast de algemene verzekeringsvoorwaarden specifieke algemene voorwaarden van toepassing volgens het model “
AonDANDOXS 90NL” (hierna: de excess-voorwaarden).
insuredshall not admit or assume any liability, enter into any settlement agreement, or consent any judgment or incur any covered costs and expenses (except with respect to Cover 1.7 - Emergency Costs) without the prior written consent (which shall not be unreasonably delayed or withheld) of the
insurer. Only liabilities, settlements, judgments, costs and expenses, which have been consented to by the
insurer, and only those
claimsdefended in accordance with this policy shall be recoverable as
lossunder this policy.
insurerand
insuredwill be responsible for their own costs and expense incurred in the arbitration.”
III LIMIT OF LIABILITY and DEPLETION OF UNDERLYING LIMITS OF LIABILITY
Insurer’smaximum aggregate liability for all covered loss under this policy.
Underlying policiesas result of actual payment of losses there under;
Underlying policiesas result of actual payment of losses there under. Any retention specified in the
Primary policyshall be imposed under the policy as to each claim; otherwise no retention shall be imposed under this policy.
Underlying policieswhich for any reason remains unpaid, in whole or in part, by the
insurersof the
Underlying policiesshall be retained by the
Insureds. The
Insurershall nevertheless recognise this retention by the
Insuredas contributing to the exhaustion or reduction of the limit of the
Underlying policiesand the attachment point of this policy shall not be altered as such in this respect.
opt-inzouden aansluiten bij de schikking, aan Imtech en onder meer haar raad van bestuur en raad van commissarissen finale kwijting verleend.
WHEREAS:
Agreement”). Only by executing this Agreement and under the terms of this Agreement AIG will consent with the insured entering into the VEB Shareholder Settlement Agreement as meant in article 5.4 of the AIG D&O Insurance, and with a potential settlement with other claimants including Deminor and SBGBI as foreseen therein.
2 PAYMENT BY IMTECH TO THE SETTLEMENT FUND
3 PAYMENT BY AIG TO THE SETTLEMENT FUND
6 DISCHARGE
finale kwijting) under the AIG D&O Insurance (for the avoidance of doubt: for 2013). This shall also apply If circumstances emerge which were not or could not have been known at the time that this Agreement was entered into.”
Lean Lawyers-procedure. In die procedure wordt een verklaring voor recht gevorderd dat de commissarissen onrechtmatig hebben gehandeld tegenover de aandeelhouders doordat onder andere incorrecte en incomplete uitspraken zouden zijn gedaan over de jaarcijfers van Imtech in de periode voorafgaand aan haar faillissement.
2.Procesverloop
Defense costs’) en onderzoekskosten (‘
Investigation costs’) zoals tot op heden door de commissarissen voorgeschoten;
Defense costs’) en onderzoekskosten (‘
Investigation costs’) zoals te maken door de commissarissen met betrekking tot in ieder geval de
Lean Lawyers-procedure, het Concept Feitenrapport en de Goodwill rapporten;
exhausted’). Volgens de commissarissen is CNA derhalve op grond van de D&O 2013 en meer specifiek op grond van de excess-verzekering gehouden dekking te verlenen voor de door hen gemaakte en te maken verweer- en onderzoekskosten. [10]
primairzich onbevoegd verklaart om van het geschil kennis te nemen en
subsidiairde vorderingen van de commissarissen alsnog afwijst, steeds met veroordeling van de commissarissen in de kosten van beide instanties.
in a free, lawful and unequivocal manner” (rov. 3.8). [16] Het hof komt daarop tot het oordeel dat in de enkele aanvaarding van het derdenbeding nog geen vrijwillige en ondubbelzinnige afstand besloten ligt van het fundamentele recht van de commissarissen op de beslechting van geschillen door de rechter in de door het EHRM bedoelde zin. Het stond de commissarissen derhalve vrij om het geschil bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken, aldus het hof (rov. 3.9). Nu het beroep van CNA op het arbitragebeding reeds hierom faalt, hoeft het beding volgens het hof niet meer ambtshalve te worden getoetst aan Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (rov. 3.10).
exhaustion’) van de Primary in de zin van art. III.1 van de excess-voorwaarden (rov. 3.14-3.35). Het hof stelt in dat verband voorop dat tussen partijen niet (meer) ter discussie staat dat de commissarissen verzekerden zijn onder de D&O 2013; dat onder de D&O 2013 verzekerd is schade (‘
loss’) van verzekerden en kosten gerelateerd aan
investigations; dat onder schade onder meer ook de redelijke kosten van verweer en redelijke onderzoekskosten vallen; en dat de periode waarin de commissarissen na afloop van de looptijd van de D&O 2013 dekking hebben voor een claim, niet is gelimiteerd (rov. 3.16).
actual payment of losses” als bedoeld in art. III.1 van de excess-voorwaarden (rov. 3.22-3.23). Naar het voorlopig oordeel van het hof is dit niet het geval. Daartoe overweegt het hof, samengevat (cursiveringen overgenomen):
actual payment of loss’ onder de limiet van de Primary (rov. 3.22);
verzekeraar. De limiet van de onderliggende verzekering is pas uitgeput als de onderliggende verzekeraar daadwerkelijk een bedrag heeft betaald van niet minder dan de onderliggende limiet (rov. 3.23);
naastAIG heeft verbonden een bedrag te betalen in verband met schade waarvoor verzekerden aansprakelijk werden gehouden, kan niet worden aangemerkt als een daadwerkelijke betaling
onderde Primary. Dat AIG heeft ingestemd met een eigen betaling door Imtech maakt dat niet anders (rov. 3.23);
covered loss. Op dit bedrag is de betalingsverplichting van AIG immers met een vaststellingsovereenkomst gefixeerd. Een hoger bedrag was AIG niet bereid te betalen, het meerdere dienden de verzekerden zelf te betalen en van verdere aanspraken onder de Primary hebben de verzekerden jegens AIG afstand gedaan en kwijting verleend. Daarmee kan niet worden aangenomen dat AIG voor een hoger schadebedrag dan € 12,5 miljoen daadwerkelijk dekking heeft verleend. Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft CNA het gelijk aan haar zijde: artikel III.3 van de excess-voorwaarden heeft alleen betrekking op de situatie waarin de onderliggende verzekeraar een deel van een
covered lossonbetaald laat en een verzekerde ervoor kiest dat onbetaalde deel zelf voor zijn rekening te nemen. Die situatie doet zich niet voor. Het bij wijze van schikking vastgestelde bedrag waarvoor dekking is verleend (€ 12,5 miljoen) is door AIG betaald. Dat bedrag is niet geheel of gedeeltelijk onbetaald gebleven. Met het voorgaande faalt het beroep van de commissarissen op artikel III.3 van de excess-voorwaarden met betrekking tot de eigen bijdrage aan het schikkingsfonds waartoe Imtech zich heeft verbonden.”
policy buy outheeft plaatsgevonden – inhoudende dat in ruil voor de betaling door AIG van een bedrag van € 12,5 miljoen uit hoofde van de Primary, door de verzekerden aan AIG volledige, finale en onherroepelijke kwijting is verleend voor al haar verplichtingen onder de Primary van de D&O 2013 – waarmee de volledige dekking van € 25 miljoen wegviel. Onder verwijzing naar zijn voorgaande overwegingen (“
hetgeen hiervoor is overwogen is op deze afspraak van overeenkomstige toepassing”) overweegt het hof in dit verband voorshands met CNA van oordeel te zijn dat het prijsgeven van de limiet onder de Primary in het kader van de AIG-schikking niet kan worden aangemerkt als een
actual paymentonder de Primary (vgl. art. III.1 excess-voorwaarden) en evenmin als een
covered loss retained byeen verzekerde (vgl. art. III.3 excess-voorwaarden) (rov. 3.27).
Geen proces-verbaal wordt opgemaakt van informatie die al uit de ingediende stukken blijkt”. [32] Indien er tijdens de mondelinge behandeling geen informatie naar voren is gekomen die niet ook bleek uit de ingediende stukken, kan de rechter kennelijk weigeren proces-verbaal op te maken. Echter, het kan voor discussie vatbaar zijn óf sprake is van ‘informatie die al uit de ingediende stukken blijkt’. Het lijkt mij dan ook twijfelachtig of de rechter een verzoek om afgifte van een proces-verbaal zonder meer op deze grond (‘geen nieuwe informatie naar voren gekomen’) zou mogen afwijzen.
onverwijld dient te worden voldaan, en dat het verstrekken van een afschrift van een proces-verbaal niet afhankelijk mag worden gesteld van het al dan niet zijn ingesteld van een rechtsmiddel. Daarbij werd verwezen naar het belang van een proces-verbaal bij de beslissing van een partij om een rechtsmiddel aan te wenden en zo ja, op welke gronden. [33] Deze uitspraak is echter gewezen in het kader van art. 279 lid 4 Rv Pro, dat het opmaken van een proces-verbaal verplicht stelde. De uitspraak is daarom niet één-op-één door te trekken naar art. 90 Rv Pro. Het door de Hoge Raad in de uitspraak omschreven belang van een partij bij een verzoek om afgifte van een proces-verbaal, dat een partij de inhoud van een proces-verbaal kan betrekken bij zijn beslissing of en, zo ja, op welke gronden hij een rechtsmiddel zal instellen, laat zich echter wel doortrekken. Naar mijn mening volgt hieruit dat als een partij stelt dat zij overweegt om een rechtsmiddel aan te wenden, zij daarmee
in ieder gevalin voldoende mate haar belang bij afgifte van een proces-verbaal heeft onderbouwd en de rechter verplicht is om aan dat verzoek te voldoen. Dit sluit aan bij de heersende opvatting in de literatuur, dat al snel zal zijn voldaan aan het belang-vereiste van art. 90 lid 1 Rv Pro. Algemeen wordt aangenomen dat als een partij verzoekt om het opmaken van een proces-verbaal van de mondelinge behandeling, de rechter in beginsel aan dat verzoek moet voldoen. [34]
in eerste aanleg [40] aanspraak kunnen maken op afgifte van een proces-verbaal van de mondelinge behandeling schrijft Boonenkamp (voetnoten overgenomen): [41]
hoger beroepin kort geding. Ik zie geen grond om aan te nemen dat de aard van de kortgedingprocedure zich tegen toepassing van art. 90 Rv Pro in hoger beroep zou verzetten, zodat m.i., conform het uitgangspunt dat in de appelprocedure in kort geding in beginsel de gewone procedureregels voor hoger beroep van toepassing zijn, geldt dat art. 90 Rv Pro (jo. art. 353 Rv Pro) ook in hoger beroep in kort geding toepassing kan vinden. Daarbij merk ik nog op dat in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven met betrekking tot het spoedappel in kort geding niets over het proces-verbaal van de mondelinge behandeling wordt vermeld.
3.Bespreking van het principale cassatiemiddel
actual payment’ onder de Primary en evenmin als een ‘
covered loss retained by’ een verzekerd (rov. 3.27). Kern van het onderdeel is dat het hof de eigen bijdrage van Imtech aan de VEB-schikking had moeten aanmerken als ‘
covered loss’ in de zin van art. III.3 van de exces-voorwaarden. [48] Onderdeel 2 komt op tegen de verwerping van het beroep van de commissarissen op de in art. 7:957 BW Pro vervatte bereddingsplicht (rov. 3.38).
actual payment of loss’ als bedoeld in art. III.1 van de excess-voorwaarden en aldus niet kan leiden tot uitputting of vermindering van de limiet van de Primary, staat in cassatie niet ter discussie. [49]
attachment pointvan de excess-verzekering – ondanks het uitblijven van een
actual paymentdoor de primaire verzekeraar op de voet van art. III.1 – toch bereikt, indien sprake is van een
covered lossonder de polis die niet wordt betaald door de primaire verzekeraar, maar die de verzekerden voor eigen rekening nemen (‘
shall be retained’).
layeredD&O-verzekering als de onderhavige, volgt dat niet enkel door betaling aan de verzekerde, maar ook door goedkeuring van een schikking met claimanten sprake kan zijn van een
covered lossdie, als zij om wat voor reden dan ook onbetaald blijft door de verzekeraar, behouden wordt door verzekerden en daarmee daadwerkelijk bijdraagt aan vermindering van het gedekte aansprakelijkheidsrisico, bijdraagt aan uitputting van de limiet van de Primary. Het hof zou aldus blijk hebben gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de voor een verzekering als de onderhavige geldende uitlegmaatstaf. Betoogd wordt dat in dit geval toepassing van het Haviltex-criterium tot een (meer) objectieve uitleg van art. III.3 van de excess-voorwaarden leidt, gelet op de aard van het verzekerd risico en de markt waarin de verzekering zonder bijstand van een makelaar tussen professionele partijen, zonder onderhandelingen over de in cassatie relevante bedingen, is overeengekomen. Daarin komt betekenis toe aan de tekst, de strekking en context van het beding, de objectief kenbare belangen van partijen en de aannemelijkheid van (de rechtsgevolgen van) verschillende interpretaties. Het hof heeft deze omstandigheden, “
zoals hieronder wordt uiteengezet”, ten onrechte niet betrokken in zijn uitleg van art. III.3 van de excess-voorwaarden en in elk geval is zijn oordeel onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd, aldus de procesinleiding (onder 1).
art. III.3 van de excess-voorwaarden [50] een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd. In dat verband is op te merken dat het hof zowel art. 5.4 van de algemene verzekeringsvoorwaarden (rov. 3.21) als art. III.1 van de excess-voorwaarden (rov. 3.23) heeft uitgelegd aan de hand van ‘de bewoordingen van deze bepalingen, gelezen in de context van de D&O 2013 als geheel’. Het hof verwijst daarbij in rov. 3.21 (“
vgl.”) naar het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (
Shaken baby), waarin de Hoge Raad onder verwijzing naar het arrest
Chubb/Europointuit 2008 heeft herhaald dat: [51]
alleen betrekking [heeft] op de situatie waarin de onderliggende verzekeraar een deel van een covered loss onbetaald laat en een verzekerde ervoor kiest dat onbetaalde deel zelf voor zijn rekening te nemen” (rov. 3.26).
(…) de markt waarin de verzekering met bijstand van een makelaar tussen professionele partijen, zonder onderhandelingen over de in cassatie relevante bedingen, is overeengekomen.” CNA stelt in haar schriftelijke toelichting (onder 4.2) dat het hof bij de uitleg van de polisvoorwaarden terecht is uitgegaan van de maatstaf die de Hoge Raad heeft geformuleerd in (onder meer) de onder 3.5 genoemde arresten. Bij die stand van zaken is er geen grond voor de klacht dat het hof bij de uitleg van art. III.3 van de excess-voorwaarden blijk zou hebben gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de toepasselijke uitlegmaatstaf. [53]
covered lossvormt in de zin van art. III.3 van de excess-voorwaarden. Volgens het subonderdeel hebben de commissarissen in het kader van hun stelling dat de limiet onder de Primary is uitgeput kenbaar een beroep gedaan op het verband tussen voornoemde artikelen 5.4 en III.3, en heeft het hof ten onrechte nagelaten op dit betoog te responderen. Het hof zou hebben verzuimd in te gaan op de essentiële stelling dat AIG’s goedkeuring van de VEB-schikking ertoe leidt dat de door Imtech betaalde helft van de schikking heeft te gelden als
covered loss. Zoals de commissarissen hebben gesteld en het hof niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen, duidt AIG’s goedkeuring van de VEB-schikking erop dat AIG het integrale schikkingsbedrag wél als in beginsel gedekte schade beschouwde, zo besluit het subonderdeel.
covered lossin de zin van art. III.3 van de excess-voorwaarden vormt, wil klagen dat het hof in rov. 3.24-3.27 een onjuiste uitleg heeft gegeven aan art. III.3 van de excess-voorwaarden, [54] is op te merken dat de uitleg van die bepaling van feitelijke aard is. Dit uitlegoordeel kan in cassatie, anders dan met een klacht over de juistheid van de (wijze van toepassing van de) gehanteerde uitlegmaatstaf, niet met een rechtsklacht worden bestreden.
covered loss.
de schikking die de verzekerden met de VEB en de aandeelhouders hebben gesloten de instemming heeft gekregen van AIG, zodat de schikking volgens hen heeft te gelden als een covered loss in de zin van artikel 5.4 van de algemene verzekeringsvoorwaarden”. Het hof heeft derhalve onder ogen gezien dat de commissarissen hebben gesteld dat de goedkeuring die AIG ex art. 5.4 van de algemene verzekeringsvoorwaarden aan de VEB-schikking heeft gegeven, maakt dat de bijdrage van Imtech aan de schikking kwalificeert als
covered loss(zij het dat het hof niet, zoals het subonderdeel, verwijst naar art. III.3 van de excess-voorwaarden, maar spreekt van ‘covered loss in de zin van artikel 5.4 van de algemene verzekeringsvoorwaarden’).
in beginselgedekte schade. CNA gaat daar ook vanuit. (…).”
covered lossgeldt, en dus de door het subonderdeel bedoelde stelling verwerpt. Dat het hof de commissarissen niet volgt in hun stelling, volgt ook uit het feit dat het hof bij de kwalificatie van de VEB-schikking als schikking in de zin van art. 5.4 van de algemene verzekeringsvoorwaarden spreekt van een schikking die is gesloten met het oog op aansprakelijkheid van verzekerden voor
in beginselgedekte schade (rov. 3.22; zie onder 3.12), om vervolgens in rov. 3.26 te beoordelen voor welk bedrag AIG
daadwerkelijkdekking heeft verleend. Aldus heeft het hof met zijn onder 3.12 genoemde overwegingen voldoende op de door het subonderdeel bedoelde stelling gerespondeerd.
dekkingbestaat. Art. 5.4 beperkt de bevoegdheid van verzekerden bij de afwikkeling van een schade, door hen te verplichten alleen met “
consent” van de verzekeraar te handelen. De kosten en schade zijn niet verhaalbaar als die verplichting niet wordt nageleefd. Andere gronden waarop dekking zou ontbreken, worden met dit toestemmingsvereiste niet overboord gezet. Het vereiste van
consentin art. 5.4 is met andere woorden slechts één van de vereisten voor uitkering (“
recoverable” is “verhaalbaar”), aldus steeds CNA. [55]
die een verzekerde met een wederpartij en met toestemming van AIG heeft gesloten”. Deze overweging laat zich niet anders lezen dan dat de toestemming van AIG naar het oordeel van het hof de volledige VEB-schikking betrof. [56] Uit rov. 3.22 is niet op te maken dat het hof de toestemming van AIG in de door het subonderdeel bedoelde beperkte zin heeft opgevat. Een dergelijk oordeel ligt ook overigens niet in de bestreden rechtsoverwegingen besloten. Hierop stuit het subonderdeel af.
goedkeuring (art. 5.4) en betalingsverplichting”.
covered lossmoet worden beschouwd niet afhankelijk is van – en is gegeven met – de goedkeuring door AIG dan wel (impliciet) zou hebben geoordeeld dat AIG’s goedkeuring slechts zag op de door AIG betaalde helft van het bedrag van de VEB-schikking, het hof zelfstandig behoorde vast te stellen of het door Imtech betaalde deel van de VEB-schikking onder de polis gedekte schade betrof. Gesteld wordt dat het hof dat ten onrechte heeft nagelaten en in het bijzonder heeft miskend dat ook als AIG slechts dekking zou hebben verleend voor een bedrag van € 12,5 miljoen, nog steeds moet worden vastgesteld of het door Imtech zelf betaalde bedrag
covered lossis, zulks mede gelet op subonderdeel 1.3 en het (veronderstellenderwijs vaststaande) gegeven dat AIG geen (relevante) dekkingsverweren had jegens de commissarissen. Het subonderdeel voegt toe dat dit te meer klemt, nu uit ’s hofs uitleg van overweging I van de AIG-schikking volgt dat AIG zich volgens het hof niet erover heeft uitgesproken of de bijdrage van Imtech ‘
covered’ is onder de Primary.
covered loss(rov. 3.24-3.26). Voor zover het subonderdeel zo moet worden begrepen dat het hof
zélf, aan de hand van de polisvoorwaardenhad moeten vaststellen of de bijdrage van Imtech aan de VEB-schikking moet worden aangemerkt als onder de Primary gedekte schade, slaagt het evenmin. In de feitelijke instanties is niet gediscussieerd over de vraag of de bijdrage van Imtech aan de VEB-schikking
volgens de polisvoorwaardengeldt als onder de Primary gedekte schade. Het subonderdeel verwijst ook niet naar vindplaatsen in de processtukken waaruit volgt dat aan de hand van de polisvoorwaarden een nadere discussie over de dekking onder de Primary is gevoerd. Bij die stand van zaken kan het hof niet het verwijt worden gemaakt dat het niet zelfstandig heeft beoordeeld of de bijdrage van Imtech volgens de polisvoorwaarden geldt als een
covered loss.
covered’ is onder de Primary, stuit op het voorgaande af.
het (veronderstellenderwijs vaststaande) gegeven dat, zoals in subonderdeel 1.4 hieronder wordt uiteengezet,AIGgeen (relevante) dekkingsverweren had jegens de RvC 2013” (mijn onderstreping). Bedoelde kwestie wordt aangesneden door subonderdeel 1.4.2, dat onder verwijzing naar enkele vindplaatsen in de processtukken in feitelijke instanties aanvoert dat het AIG, evenals CNA, ontbrak aan relevante dekkingsverweren. [57] De vindplaatsen waarnaar subonderdeel 1.4.2 verwijst staan echter – met uitzondering van punt 26 van de memorie van antwoord in principaal appel, dat een algemeen karakter heeft – in het teken van de stelling dat CNA de commissarissen (op dit moment) geen dekking kan ontzeggen (op grond van art. 3.1 en 7.1 van de algemene verzekeringsvoorwaarden).
first excessverzekeraar wordt belast met het onder de Primary gedekte risico. Het subonderdeel voert daartoe aan dat de VEB-schikking, mede door betaling van het door Imtech voor eigen rekening genomen schikkingsbedrag, resulteerde in een daadwerkelijke vermindering van het aansprakelijkheidsrisico. [58] Er was sprake van een redelijke schikking van een omvangrijke claim en deze claim viel (mede) door de betaling van Imtech weg, niet alleen voor AIG maar ook voor alle excess-verzekeraars (waaronder CNA). CNA is niet benadeeld door een kwijting waardoor AIG als primaire verzekeraar in feite dekking voor een nog vervolgbare claim (van de VEB) afwentelde op CNA. [59] Het is dan, naar het hof heeft miskend, in overeenstemming met de beschermingsratio van art. III.1 en (de zogenoemde
drop down clausein) art. III.3 van de excess-voorwaarden, dat het door Imtech ingevolge de VEB-schikking betaalde bedrag als (
retained)
covered lossgeldt, die in mindering komt op de limiet van de Primary, aldus steeds het subonderdeel. [60]
beschermingsratio” van art. III.1 en III.3 van de excess-voorwaarden hebben de commissarissen in de pleitaantekeningen in eerste aanleg onder meer het volgende gesteld (cursiveringen overgenomen):
zogenaamd ‘veto’”. CNA heeft hooguit de mogelijkheid zich te verweren tegen, zoals de door CNA geciteerde Amerikaanse rechter het zegt: “
collusive settlements with underlying insurers of claimants” (CvA, part. 6.24). Het belang en de ratio dat de onderliggende polis moet zijn uitgeput (art. III) is gelegen in het feit dat CNA alleen het
werkelijke excessrisico heeft geaccepteerd. Deze bepaling beoogt te vermijden dat Imtech en AIG het op een akkoordje gooien met als gevolg dat CNA een
excessrisico krijgt gepresenteerd wat niet echt een
excessrisico is, maar veeleer een “
bottom up” schade, die door AIG gedragen moet worden. In die lezing zou AIG’s bijdrage van EUR 12,5 miljoen aan de Schikking 2014 voortvloeien uit vrijgevigheid en/of zou de door Imtech aan AIG verleende, volledige kwijting wanprestatie opleveren jegens CNA onder de
excessverzekering.
kunst en vliegwerk” tussen Imtech en de VEB in die zin dat tussen Imtech en VEB wel een schikking is overeengekomen “
om vervolgens af te spreken een deel (vanuit de commerciële relatie) niet te hoeven betalen” (CvA, par. 6.41), ten einde CNA nu met een oneigenlijk risico of een oneigenlijke schade te belasten.”
excessaansprakelijkheidsrisico van EUR 15.000.000 wordt geconfronteerd.
In casuligt een ander gevalstype voor. Aan de orde is of CNA als
first excessverzekeraar onder het D&O 2013 programma gehouden is tot vergoeding van verweerkosten (randnr. 125 hiervoor) daar waar vast staat dat de primary verzekeraar AIG vanwege een verleende kwijting daartoe niet meer aangesproken kan worden. In alinea 3.6.2-3.6.3 is uiteengezet waarom CNA als redelijk handelend verzekeraar daar wettelijk en contractueel toe verplicht is. De uitwerking van de 2014 Schikking is irrelevant.”
first excessverzekeraar wordt belast met het onder de Primary gedekte risico, is op zichzelf geen grond om de bijdrage van Imtech aan de VEB-schikking als
(retained) covered lossin de zin van art. III.3 van de excess-voorwaarden aan te merken, zoals het subonderdeel lijkt voor te staan. Zou dat anders zijn, dan zou in dergelijke situaties steeds (zonder meer) sprake zijn van
covered lossin de zin van art. III.3. Voor een dergelijke verstrekkende opvatting biedt art. III.3 geen ruimte.
in het licht van de in onderdeel 1 vermelde maatstaf” althans onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd is. De subonderdelen 1.4.1-1.4.3 voeren daartoe het volgende aan.
(I)The settlement between the Parties is made under the assumption that in the event liability of one or more Insureds would be established the amounts claimed by the claimants should be covered under the AIG D&O Insurance, up to an amount equal to the total sum insured under the AIG D&O Insurance.”
geen twijfel over [bestaat] dat de schikking met AIG geen bevestiging inhield dat er (zonder meer) sprake was van een onder de polis gedekte aanspraak (van de VEB)”, en dat de dekkingsverweren juist zijn meegenomen in de schikking, reden waarom slechts de helft van de verzekerde som is uitgekeerd (tegen finale kwijting); de zinsnede “should be covered” (die nota bene alleen in de overwegingen van de overeenkomst staat) maakt dit niet anders. [63]
covered lossmoet worden aangemerkt. Het subonderdeel stelt in dat verband dat uit overweging I jo. art. 2.1.3 en 2.1.4 van de AIG-schikking de niet voor misverstand vatbare intentie van partijen volgt dat de limiet van de Primary door betaling van het integrale bedrag van de AIG-schikking zou zijn uitgeput, en dat AIG met het verzoek om en het geven van goedkeuring erkende dekking te verlenen voor zowel de VEB-claim, als een gedekt voorval, als de VEB-schikking, waar het de omvang van de schade betreft. Het subonderdeel vervolgt dat het hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op het betoog van de commissarissen dat AIG dus uiteindelijk, bij het treffen van haar schikking, eieren voor haar geld koos.
covered” aan te merken onder de Primary. De VEB-schikking holde in één keer de verzekerde limiet van de Primary uit;
onder ais, voor zover hier van belang, slechts terug te lezen dat de
AIG-schikking een ‘
policy buy out’ was, dat AIG in ruil voor betaling uit hoofde van de Primary kwijting werd verleend voor haar verplichtingen uit de Primary en dat de volledige dekking van € 25 miljoen van de Primary daarmee wegviel. [66] De stelling dat AIG er geen belang bij had het door Imtech betaalde deel niet als
coveredaan te merken onder de Primary, is daar niet betrokken. Genoemde vindplaatsen maken bovendien onderdeel uit van de feitenweergave in de inleidende dagvaarding respectievelijk de memorie van antwoord in principaal appel, zodat daaruit als zodanig niet kan worden opgemaakt dat de commissarissen de onder a genoemde stellingen hebben betrokken in het kader van de door hen voorgestane uitleg van de AIG-schikking of art. III.3 van de excess-voorwaarden.
onder bgevoerde betoog geldt het volgende. Uit de vindplaatsen in de processtukken waarnaar het subonderdeel verwijst, is niet op te maken dat de commissarissen in feitelijke instanties, in het kader van hun betoog dat sprake is van
covered loss, hebben aangevoerd dat Imtech en zijzelf er een bijzonder groot belang bij hadden om zeker te stellen dat de limiet onder de Primary zou zijn uitgeput, juist met het oog op potentiële toekomstige claims. Voor de eveneens onder b opgenomen stelling dat het bijzonder onaannemelijk zou zijn dat de commissarissen door het verlenen van kwijting aan AIG zouden hebben geaccepteerd daarmee hetzij alle dekking van onder de excess-verzekeringen weg te geven, hetzij ten minste een eigen behoud van € 12,5 miljoen te accepteren, worden door het subonderdeel geen vindplaatsen genoemd. [67]
onder cweergegeven betoog heeft betrekking op het belang van de excess-verzekeraars bij de VEB-schikking en op de omstandigheid dat in het betoog van de commissarissen besloten zou liggen dat de excess-verzekeraars ongerechtvaardigd voordeel toevalt als zij bevrijd zouden zijn van al hun verplichtingen onder de excess-verzekeringen, terwijl de commissarissen ernstig worden benadeeld. Zonder toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk waarom het hof dit betoog in zijn oordeel had moeten betrekken. Evenmin wordt duidelijk gemaakt dat, en waarom, dit het hof tot een andere uitleg van de AIG-schikking had moeten nopen. Het subonderdeel licht ook niet toe waarom of in welk opzicht het bestreden oordeel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zou zijn in het licht hetgeen onder c is aangevoerd. Hierop strandt dit deel van het subonderdeel.
het betoog” van de commissarissen, waarin besloten zou liggen dat – kort gezegd – de excess-verzekeraars ongerechtvaardigd voordeel zou toevallen, terwijl de commissarissen ernstig worden benadeeld, zonder daarbij te verwijzen naar vindplaatsen in de processtukken. Wellicht dat het subonderdeel doelt op de eveneens onder c genoemde stelling dat ook de excess-verzekeraars groot belang hadden bij de VEB-schikking. Voor zover de vindplaatsen die voor deze stelling worden genoemd betrekking hebben op dit belang van de excess-verzekeraars, ligt in hetgeen daar – enkel in het kader van de feitenweergave (vgl. onder 3.39) – is aangevoerd echter niet een dergelijk betoog besloten. [68]
onder dgevoerde betoog is dat ’s hofs uitleg van de AIG-schikking niet te verenigen is met de wijze waarop de CNA-schikking door CNA is overeengekomen en evenmin met de wijze van schadeafhandeling door CNA in het onderhavige geval. De beoordeling van dit betoog vergt een feitelijke beoordeling, waarvoor in cassatie geen plaats is. Dit deel van het subonderdeel kan reeds hierom geen doel treffen.
niet voorshands kan worden aangenomen dat dekking bestaat onder de excess-verzekering ten aanzien van de claims waartegen de commissarissen zich verweren” rechtens onjuist, onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd tegen de achtergrond van:
obligation to defend and contest any claim made against them” en de gehoudenheid informatie te verstrekken;
meebrengt dater onvoldoende basis is om de vorderingen van de commissarissen op grond van de bereddingsplicht toe te wijzen, als zodanig niet wordt bestreden.
nog” niet aan de orde is respectievelijk “
nog” niet in beeld is “
op dit moment”. [69] CNA liet dus open dat dekking op een later moment wél aan de orde kon komen, hetgeen aansluit bij enerzijds haar verspreide stellingen dat de limiet van de Primary nog niet was uitgeput en anderzijds bij de door CNA consequent benadrukte verplichting van de commissarissen om hun contractuele verplichtingen na te komen, welke verplichtingen alleen aan de orde kunnen zijn als er dekking is, aldus het subonderdeel.
eerstescenario houdt in dat de commissarissen met de AIG-schikking álle dekking van € 50 miljoen onder de excess-verzekeringen (voor toekomstige claims) zouden hebben verspeeld. [70] Volgens de commissarissen is dit scenario door geen van beide partijen verdedigd, maar zou het hof hier wel van zijn uitgegaan. [71] Het
tweedescenario is dat
alsde commissarissen onder de Primary alsnog € 12,5 miljoen voor eigen rekening nemen ten aanzien van nieuwe claims (door de commissarissen in de procesinleiding aangeduid als het ‘eigen behoud’), CNA alsnog gehouden zal zijn om dekking te verlenen. [72]
immers” overweegt dat “
de gevorderde kosten geen onder de verzekering gedekt belang dienen, omdat niet kan worden aangenomen dat dekking bestaat onder de excess-verzekering ten aanzien van de claims waartegen de commissarissen zich verweren”.
nog” niet is uitgeput. Het hof verwerpt daarna de stelling van de commissarissen, dat het standpunt van CNA dat de Primary niet is uitgeput onverenigbaar is met de Deminor-schikking en de bijdrage van CNA aan die schikking (rov. 3.29-3.33).
arising out of, derived from or attributable to the events having led up to Imtech’s press release on 4 February 2013 and the subsequent Notification”.
arising out of, derived from or attributable to the events having led up to Imtech’s press release on 4 February 2013 and the subsequent Notification”. Deze overweging houdt in de kern in dat tussen partijen niet ter discussie staat dat de gevorderde verweer- en onderzoekskosten onder het bereik van art. 6 van Pro de AIG-schikking vallen. Gelet op rov. 3.34, waarin het hof overweegt dat “
het prijsgeven van de dekking onder de Primary in het kader van de AIG schikking en de kwijting aan AIG is opgenomen in artikel 6 daarvan Pro”, ligt in deze eerste volzin het oordeel besloten dat de commissarissen voor díe kosten géén aanspraak (meer) kunnen maken op vergoeding door AIG onder de Primary, zodat die kosten ook niet tot uitputting van de limiet van de Primary kunnen leiden. Dit volgt ook
a contrariouit het feit dat het hof niet volstaat met de eerste volzin, maar vervolgens nog overweegt dat de commissarissen niet concreet hebben gemaakt dat in deze zaak een vordering is ingesteld in verband met (verweer- en onderzoekskosten voor)
een claim die valt buiten het bereikvan art. 6 van Pro de AIG-schikking. Het hof komt ook pas ná het bespreken van dit punt tot de (definitieve) slotsom dat de vorderingen van de commissarissen niet toewijsbaar zijn, omdat niet is voldaan aan de dekkingsomschrijving van art. III van de excess-voorwaarden (rov. 3.35).
gevorderdeverweer- en onderzoekskosten, die betrekking hebben op, kort gezegd, claims die verband houden met “
the events having led up to Imtech’s press release on 4 February 2013 and the subsequent Notification”, op grond van het bepaalde in art. 6 van Pro de AIG-schikking géén dekking bestaat onder de Primary; terwijl (ii) het hof niet lijkt uit te sluiten dat verweer- en onderzoekskosten die betrekking hebben op
andere,buiten het bereik van art. 6 vallende Pro claims wél tot uitputting van de nog resterende limiet Primary zouden kunnen leiden. Voor deze lezing is ook steun te vinden in rov. 3.39, waarin het hof overweegt dat “
de commissarissen (…) niet concreet [hebben] gemaakt dat de vorderingen die in dit geding zijn ingesteld betrekking hebben op een claim die valt buiten het bereik van de door hen gesloten policy buyout, in de zin dat de vorderingen geen verband houden met ‘Imtech’s press release on 4 February 2013 and the subsequent Notification’ als bedoeld in artikel 6 van Pro de AIG schikking. Daarmee is niet aannemelijk gemaakt dat de limiet van de Primary in verband met de vorderingen die in dit geding zijn ingesteld alsnog zou kunnen vollopen en de commissarissen met het oog daarop onder de excess-verzekering een medewerkings- en informatieverplichting jegens CNA zouden moeten nakomen.” Nu het hof in rov. 3.35 expliciet refereert aan (vorderingen met betrekking tot verweer- en onderzoekskosten voor)
claimsdie vallen buiten het bereik van art. 6 van Pro de AIG-schikking en gelet op het feit dat deze bepaling volgens het hof ziet op het prijsgeven van de dekking onder de Primary en de kwijting aan AIG (rov. 3.34), ligt m.i. in ’s hofs oordeel in rov. 3.35 tevens besloten dat (i) voor
claimsdie verband houden met “
the events having led up to Imtech’s press release on 4 February 2013 and the subsequent Notification”, en dus door het bepaalde in art. 6 van Pro de AIG-schikking worden bestreken, ingevolge art. 6 van Pro de AIG-schikking géén dekking bestaat onder de Primary; terwijl (ii) door het hof niet lijkt te worden uitgesloten dat dit wel het geval is met betrekking tot
claimswaarop dit artikel 6 niet Pro ziet. Uit rov. 3.35 kan worden afgeleid dat de claims waartegen de commissarissen zich verweren (en waarmee de gevorderde verweer- en onderzoekskosten verband houden) naar het oordeel van het hof onder de eerste categorie vallen.
in het geheel geendekking (meer) bestaat onder de excess-verzekeringen. Voor zover het subonderdeel in het kader van het eerste scenario (de commissarissen zijn alle dekking van € 50 miljoen onder de excess-verzekeringen verloren; zie onder 3.52-3.53) ervan uitgaat dat dit wel het geval is, berust het derhalve op een onjuiste lezing van het bestreden arrest.
met betrekking tot claims die vallen onder het bereik van art. 6 van Pro de AIG-schikking, waaronder de claims in verband waarmee de commissarissen in deze kortgedingzaak vergoeding van verweer- en onderzoekskosten vorderen.
het prijsgeven van de dekking onder de Primary in het kader van de AIG-schikking en de kwijting aan AIG is opgenomen”.
aan AIG volledige, finale en onherroepelijke kwijting is verleend voor al haar verplichtingen onder de Primary van de D&O 2013”. [75] Aan het voorgaande voeg ik volledigheidshalve toe dat voor zover subonderdeel 2.1 zou inhouden dat het hof had moeten bezien of er na een ‘eigen behoud’ van de
gevorderde verweer- en onderzoekskostendekking zou bestaan onder de excess-verzekering, er evenmin reden is voor cassatie op de door het subonderdeel genoemde gronden. [76] De door de commissarissen ingestelde vorderingen kunnen volgens het in cassatie onbestreden oordeel van het hof niet tot uitputting van de limiet van de Primary leiden. Naar ’s hofs kennelijke oordeel bestaat op grond van art. 6 van Pro de AIG-schikking (ook) voor de gevorderde verweer- en onderzoekskosten immers geen dekking onder de Primary en is aan AIG kwijting verleend. Het oordeel van het hof sluit dus ook hier het scenario van het ‘eigen behoud’ uit.
CNA’s ontoelaatbare ambiguïteit”).
up front’ tegen het risico van aansprakelijkstelling, in welk kader de verzekeraars gehouden zijn verweerkosten te vergoeden. Dit kan echter geen afbreuk doen aan (de begrijpelijkheid van) het oordeel van het hof. Het enkele feit dat de D&O 2013 ook ziet op het risico van aansprakelijkstelling, betekent immers niet dat ook bij het ontbreken van dekking een verplichting zou bestaan voor de (excess-)verzekeraars tot vergoeding van verweer- en onderzoekskosten. Indien het door de procesinleiding gevoerde betoog zo zou moeten worden opgevat dat de excess-verzekeraars
op grond vande aard en beschermingsstrekking van de D&O 2013 gehouden zijn tot vergoeding van verweer- en onderzoekskosten (aard en strekking als
grondslagvoor vergoeding), geldt dat, zoals reeds uit het voorgaande volgt, een dergelijke stelling niet (voldoende duidelijk) op de in de procesinleiding genoemde vindplaatsen is terug te lezen, noch in het kader van het beroep van de commissarissen op art. 7:957 BW Pro, noch overigens.
total loss’-risico.
Allebetrokken verzekeraars op het D&O 2013 programma hebben er dus belang bij dat de RvC (oud 2013) verweer voert, en zullen dekking ontzeggen als de RvC (oud 2013) dat nalaat. Het staat de RvC (oud 2013) daarom vrij in haar verhouding tot de (
excess) verzekeraars te kiezen wie zij aanspreekt voor vergoeding van de gemaakte verweerkosten (vgl. art. 7:961 lid 3 BW Pro). De aangesproken verzekeraar (
in casuCNA) kan deze kosten in de
interneverhouding mogelijk weer verhalen. (…).”
obligation to defend and contest any claim made against them”) en de verplichting om informatie te verstrekken worden genoemd. [79] Verder houdt het subonderdeel de klacht in dat het hof heeft miskend (de stelling van de commissarissen) dat het gelet op dat standpunt onredelijk is dat CNA dekking weigert. Het is mij niet zonder meer duidelijk waarom ’s hofs afwijzing van het beroep op de (
wettelijke) bereddingsplicht – gestoeld op het ontbreken van dekking onder de excess-verzekering ten aanzien van de claims waartegen de commissarissen zich verweren – onjuist, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zou zijn in het licht van het litigieuze standpunt van CNA met betrekking tot de contractuele verplichtingen van de commissarissen. Het subonderdeel licht dit echter niet toe. Zonder nadere toelichting is evenmin duidelijk in welk opzicht het hof in rov. 3.38 zou hebben miskend dat nu CNA benadrukt dat de commissarissen hun contractuele verplichtingen moeten nakomen, het onredelijk is dat zij dekking weigert.
de limiet van de Primary in verband met de vorderingen die in dit geding zijn ingesteld alsnog zou kunnen vollopen en de commissarissen met het oog daarop onder de excess-verzekering een medewerkings- en informatieverplichting jegens CNA zouden moeten nakomen”. In deze overweging, waartegen in cassatie niet wordt opgekomen, ligt besloten dat het hof van oordeel is dat een informatie- en medewerkingsverplichting van de commissarissen jegens CNA pas aan de orde kan zijn op het moment dat de limiet van de Primary is uitgeput en de (eerste) excess-verzekering in beeld komt. Waar het subonderdeel betrekking heeft op de contractuele verplichting om informatie te verstrekken, geldt gelet op dit oordeel eens te meer dat niet zonder meer duidelijk is waarom ’s hofs afwijzing van het beroep op de bereddingsplicht
vanwege het ontbreken van dekking onder de excess-verzekeringten aanzien van de claims waartegen de commissarissen zich verweren, onjuist, onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd zou zijn in verband met het standpunt van CNA dat de commissarissen hun contractuele informatieverplichtingen moeten nakomen.