Conclusie
Nummer19/04623
Het cassatieberoep
Het middel
middelbehelst, mede bezien in het licht van de toelichting, de klacht dat het hof het beroep op noodweerexces ten onrechte heeft verworpen, althans dat het hof het beroep op noodweerexces heeft verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen.
NJ2016/316 tot uitgangspunt genomen. Daartoe behoort dat uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het “onmiddellijk gevolg” moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. De Hoge Raad voegt daaraan toe dat niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar dat aan het gevolgvereiste niet is voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer. Het hof lijkt aan de laatstbedoelde situatie te refereren door te overwegen dat de verdachte niet zozeer handelde in een hevige gemoedsbeweging, maar veeleer vanuit een reeds bestaande kwaadheid jegens de aangever omdat hij haar had mishandeld.