Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
19 september 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een incident op 9 februari 2014 te Garrelsweer waarbij verdachte met een schroevendraaier een persoon heeft gestoken. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij handelde uit noodweerexces, veroorzaakt door hevige boosheid na een eerdere confrontatie. Het hof Arnhem-Leeuwarden verwierp dit beroep op noodweerexces.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de hevige gemoedstoestand van verdachte niet toereikend was voor een geslaagd beroep op noodweerexces. De verklaring van verdachte dat hij "zo ongelofelijk boos" was, is niet adequaat betrokken in de motivering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De zaak zal opnieuw worden berecht en afgedaan, waarbij het hof de motivering over het beroep op noodweerexces nader moet uitwerken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.