ECLI:NL:PHR:2021:43
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepasselijkheid Turks recht op huwelijksvermogensverdeling en incidenteel hoger beroep
Partijen, gehuwd in Turkije en woonachtig in Nederland, zijn in geschil over de verdeling van hun huwelijksvermogen na echtscheiding. De vrouw stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in tegen een beschikking van de rechtbank over de verkoop van de voormalige echtelijke woning. Het hof liet dit hoger beroep onbesproken vanwege een vermeende niet-vervulling van de voorwaarde.
De Hoge Raad stelt dat het hof de voorwaarde waaronder het incidenteel hoger beroep is ingesteld onbegrijpelijk heeft uitgelegd en onterecht onbesproken heeft gelaten. De vrouw had hoger beroep ingesteld tegen het oordeel over de verkoopopbrengst van de woning, niet beperkt tot de vermogensrechtelijke afwikkeling.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat Turks recht van toepassing is op de verdeling van het huwelijksvermogen op grond van het Haagse Huwelijksvermogensverdrag, ondanks dat Turkije geen partij is bij het verdrag en geen verklaring heeft afgelegd volgens artikel 5. De klacht dat na ontbinding van het huwelijk geen rechtskeuze meer kan worden gemaakt faalt eveneens.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en verwijzing, terwijl het incidentele cassatieberoep van de man wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen; het incidentele cassatieberoep wordt verworpen.