ECLI:NL:PHR:2001:AB0199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor verzuim tijdig cassatieberoep in faillissementsprocedure
In deze zaak staat centraal of en in welke mate de cliënt van een advocaat schade heeft geleden doordat de advocaat heeft verzuimd tijdig beroep in cassatie in te stellen tegen een arrest waarbij de cliënt in het ongelijk werd gesteld.
De curator startte in 1983 een procedure tegen twee banken over assurantiepenningen na het vergaan van een schip. Na vernietiging van een vonnis door het hof werd het beroep in cassatie door de maatschap, de advocaat, niet tijdig ingesteld, wat een beroepsfout opleverde. De curator vorderde daarop schadevergoeding van 2 miljoen gulden.
Het hof stelde vast dat het hypothetische cassatieberoep gegrond had moeten worden verklaard en dat de verwijzingsrechter de vordering van de curator had moeten toewijzen. De maatschap voerde onder meer aan dat het beroep in cassatie niet tot cassatie zou hebben geleid, maar dit werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van de schade afhangt van hoe de Hoge Raad op het hypothetische cassatieberoep had moeten beslissen en dat de Hoge Raad gebonden is aan de feiten en gronden die het hof heeft vastgesteld. Het cassatieberoep van de maatschap werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de maatschap wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor de beroepsfout wordt bevestigd.