Conclusie
1.De aanleiding voor de aanvullende conclusie
2.Het middel
3.Procesverloop
- Studievertraging: € 16.300,00
- Reiskosten: € 858,65
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een aanvullende conclusie ingediend naar aanleiding van cassatieschriftuur van de benadeelde partij. De benadeelde partij had zich gevoegd in het strafproces en vorderde schadevergoeding. De rechtbank wees een deel van de vordering toe en verklaarde een ander deel niet-ontvankelijk. De verdachte stelde hoger beroep in, maar werd daarin niet-ontvankelijk verklaard door het hof, waardoor het hof niet over de schadevordering van de benadeelde partij kon beslissen.
De benadeelde partij stelde in cassatie dat zij door de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep feitelijk haar mogelijkheid tot beroep wordt ontnomen, wat een onaanvaardbare inperking van haar rechten zou zijn. De Procureur-Generaal wijst erop dat de wet geen regeling bevat die vergelijkbaar is met art. 421 lid 4 Sv Pro voor deze situatie.
De conclusie wijzigt een eerdere conclusie van 16 februari 2021, waarin werd voorgesteld het arrest van het hof te vernietigen en de zaak zelf af te doen. Nu wordt geconcludeerd dat bij vernietiging de zaak moet worden terugverwezen zodat het hof opnieuw kan beslissen over de vordering van de benadeelde partij. De inhoudelijke klachten van de benadeelde partij worden niet inhoudelijk behandeld, maar aan het hof overgelaten bij terugwijzing.
Uitkomst: De Hoge Raad moet bij vernietiging van het arrest de zaak terugverwijzen zodat het hof ook over de vordering van de benadeelde partij kan beslissen.