ECLI:NL:PHR:2020:917
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek aanwezigheidsrecht verdachte
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor opzettelijk gebruik van vervalst geschrift en oplichting, met een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 75 voorwaardelijk en een geldboete. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdachte om aanhouding van de behandeling vanwege ernstige lichamelijke en psychische klachten, waaronder letsel door mishandeling in detentie en de noodzaak van medisch onderzoek.
Het hof wees het aanhoudingsverzoek af met de motivering dat de medische onderbouwing onvoldoende was, zonder te oordelen dat de omstandigheden niet aannemelijk waren en zonder een belangenafweging te maken tussen het aanwezigheidsrecht van de verdachte en het belang van een spoedige berechting.
De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad het arrest te vernietigen omdat het hof niet heeft voldaan aan de vereisten van een zorgvuldige motivering en belangenafweging, zoals vereist op grond van artikel 6 EVRM Pro. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad benadrukt dat bij ziekte van de verdachte het aanhoudingsverzoek in principe moet worden ingewilligd tenzij het belang van een behoorlijke strafvordering zwaarder weegt. Het hof had ook rekening moeten houden met het feit dat de verdachte in afwachting was van medische onderzoeksresultaten. De motivering van het hof is ontoereikend en daarom wordt het arrest vernietigd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.