Conclusie
1.Inleiding
2.Bestreden uitspraak
3.Eerste middel
4.Tweede middel
5.Derde middel
Aan deze klacht is ten grondslag gelegd dat in de beschikking van 27 juni 2018 over het aanspannen en in behandeling nemen van een strafzaak wordt verwezen naar een rapport van een deskundige d.d. 25 juni 2018 waarin is vastgesteld dat de marterstaarten op 30 januari 2018 een waarde hadden van 1.225.815 roebel, in de beschikking over de opsporing van verdachte van 27 februari 2019 wordt verwezen naar een rapport van 30 november 2018 waarin dezelfde marterstaarten een waarde hebben van 3.453.000 roebel en vervolgens in de beschikking tot het uitvaardigen van een internationaal opsporingsbevel van 24 april 2019 wordt vastgesteld dat de opgeëiste persoon 3.453 marterstaarten ter waarde van 1.225.815 roebel illegaal over de grens heeft gebracht.
6.Vierde, vijfde en zesde middel
- art. 2, eerste lid, EUV:
- art. 5, eerste lid, UW:
- art. 5 Verordening Pro (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (hierna: de CITES-basisverordening: