“
Het oordeel van het hof
Ten aanzien van feit 1
Op 15 januari 2014, omstreeks 08.15 uur, vond er een ongeval plaats op de T-kruising van de John F. Kennedybaan/Beatrixweg te Lithoijen, gemeente Oss. Een donderkleurige BMW voorzien van het kenteken [kenteken 1] , kwam op de Beatrixweg in botsing met een lantaarnpaal en een taxibusje. De politie kreeg al snel hierna meldingen dat er bij dit verkeersongeval sprake was van een schietincident.
Het hof leidt uit de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] en getuige [getuige 1] af dat er op 15 januari 2014 omstreeks 08.15 uur een schietincident heeft plaatsgevonden op de John F Kennedybaan in Lithoijen, gemeente Oss. Bij dit schietincident waren drie personenauto’s betrokken, te weten een Volkswagen Jetta, een Audi A8 en een BMW.
Aangever [slachtoffer 1] was bestuurder van de BMW. Medeverdachte [slachtoffer 3] heeft bij de politie verklaard dat ook hij in de BMW zat en deze verklaring bij de raadsheer-commissaris aangevuld in die zin dat [slachtoffer 1] bestuurder was en naast hem en [slachtoffer 2] ook nog een vierde persoon in de auto heeft gezeten. Verder acht het hof genoegzaam komen vast te staan dat ook medeverdachte [slachtoffer 2] inzittende van de BMW was. Dit oordeel baseert het hof naast voormelde verklaring van [slachtoffer 3] op het opgenomen OVC-gesprek van [slachtoffer 2] van 1 april 2014 waaruit blijkt dat hij aanwezig is geweest bij een schietincident, alsook op diens verklaring bij de politie van 28 februari 2014 dat hij met vier personen in een auto zat en dat de bestuurder daarvan, een Turkse jongen, achterbleef. Deze verklaring vindt bevestiging in de verklaring van getuige Verhagen, die na de botsing drie personen uit de BMW zag stappen en wegrennen waarbij de bestuurder achterbleef, en de verklaring van getuige [getuige 1] , die na de botsing ter plaatse nog met de bestuurder van de BMW, [slachtoffer 1] , heeft gesproken. Het hof stelt aldus vast dat er vier personen in de BMW zaten, onder wie [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat er vanuit een voor hem rijdende Volkswagen Jetta een geweer op hem is gericht en vanuit een achter hem rijdende Audi A8 op zijn BMW is geschoten en dat die Audi hem ook van de weg had willen drukken. Deze verklaring wordt op essentiële onderdelen ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 1] . Zij heeft onder meer verklaard dat de bijrijder van de Volkswagen Jetta achterom gericht uit het raam van de Volkswagen Jetta hing en met een wapen – gezien de grootte ervan dacht de getuige aan een machinegeweer – op de BMW schoot: het ging poef poef poef aan een stuk door. De Volkswagen Jetta reed voorop, dan de BMW en achter de BMW nog een auto. Volgens getuige [getuige 1] leek het erop dat die laatste auto (het hof begrijpt: de Audi A8) de BMW van de weg wilde duwen. Deze auto reed zeker tweemaal met zijn voorzijde tegen de achterzijde van de bestuurderszijde van de BMW aan, duidelijk met de bedoeling om de BMW van de weg te drukken. Het was voor getuige [getuige 1] duidelijk dat de Volkswagen Jetta en de achterste auto de BMW iets wilden aandoen. Nadat de BMW tegen een lantaarnpaal en een Connexxionbusje was geklapt, gingen de Volkswagen Jetta en de derde auto er als een speer vandoor, aldus getuige [getuige 1] . De verklaring [getuige 1] en [slachtoffer 1] vindt bevestiging in het feit dat de BMW schade had aan het linker achterportier, linker achterwielkast en linker voorhoek, welke al voor de aanrijding van de BMW met de lantaarnpaal en het taxibusje aanwezig was. Bovendien is bij nader te noemen technisch onderzoek […] aan de onderzijde van de kofferdeksel aan de achterzijde van de BMW een perforatie in het plaatwerk aangetroffen, waar achter een gedeformeerde kogelmantel is aangetroffen, afkomstig van een zogenaamde volmantelpatroon.
Medeverdachte [medeverdachte] heeft als getuige op 31 oktober 2014 bij de rechter-commissaris verklaard dat hij op 15 januari 2014 tijdens een schietincident als bestuurder van de Volkswagen Jetta is opgetreden. [verdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat hij als passagier naast [medeverdachte] in de Volkswagen Jetta heeft gezeten, dat [medeverdachte] een voorwerp voor hem langs uit het raam aan de bijrijderskant heeft gegooid en dat hij, verdachte, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gepakt, in een tas heeft gedaan en de tas uit het raam heeft gegooid.
Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kregen op 15 januari 2014 om 8:16 uur een melding dat er in Lithoijen, gemeente Oss, een schietincident had plaatsgevonden. Daarbij zouden onder meer een Audi A8 en een Volkswagen met kenteken [kenteken 2] betrokken zijn geweest. Ongeveer om 8:36 uur zien verbalisanten een Volkswagen Jetta met het kenteken [kenteken 2] rijden op de Hustenweg in ’s-Hertogenbosch. Verbalisanten zien in die auto twee personen zitten en één van beiden draagt een petje. Verbalisanten hebben daarop de achtervolging ingezet. Om 08:55 uur wordt de Volkswagen Jetta waargenomen in Gameren. Om 08:57 uur krijgt verbalisant [verbalisant 3] een melding van de bewoner van [a-straat 1] in Gameren dat een Volkswagen Jetta in zijn tuin was stil gezet en dat de twee inzittenden van die auto de dijk waren opgelopen. Om 09:30 uur worden in de uiterwaarden van de Waal in Gameren twee personen aangetroffen. Dit bleken [verdachte] en [medeverdachte] te zijn. [verdachte] droeg op dat moment een petje.
Tijdens de achtervolging ziet verbalisant [verbalisant 1] op de Waterranonkel te ’s-Hertogenbosch dat er vanuit de Volkswagen Jetta een voorwerp naar buiten wordt gegooid. Verder krijgen verbalisanten tijdens de achtervolging een melding dat vanuit het raam van het rechterportier van een donkerkleurige auto een tas is gegooid op de groenstrook voor een flatwoning Durendael in ’s-Hertogenbosch. Door omstanders was tevens een zwarte afschermkap gevonden met een Volkswagenlogo die bij de Volkswagen Jetta bleek te behoren.
Het voorwerp dat op de Waterranonkel uit de Volkswagen Jetta werd gegooid en op een vuurwapen leek, bleek na onderzoek een vuurwapen te zijn, merk Glock 23 kaliber 40 S&W [veiliggesteld onder AAER0423NL]. Verder werd aangetroffen een patroonhouder merk Glock, .40 S&W [AAER0424NL],
In de tas die uit de Volkswagen Jetta werd gegooid, werden onder meer aangetroffen:
- een machinegeweer, merk Zastava AK-47 [AAER0451 NL];
- een patroonmagazijn uit voornoemd machinegeweer [AAER0450NL];
- een pistoolmitrailleur, voorzien van tekst R9-arms CORP. U.S.A. [AAER0457NL];
- een onderdeel van een vuurwapen, uit het wapen R9 [AAER0455NL];
- een patroon uit de kamer van het automatische handvuurwapen merk Sellier&Bellot Luger [AAER0456NL];
- acht patronen aangetroffen los in wapentas [AAER0454NL],
Het hof stelt verder vast dat op het weggedeelte tussen het kruisingsvlak John F Kennedybaan/Beatrixweg en de kruising John F. Kennedybaan/Osseweg, gezien vanuit de zuidelijke richting, Oss-richting Lithoijen, onder meer tien hulzen zijn aangetroffen te weten:
- twee hulzen S.W. 40 G.F.L. [AAGT3424NL en AAGT3423NL];
- acht hulzen S&B 7.62x39 [AAGT3415NL tot en met -22NL].
Voorts is in de Volkswagen Jetta op de vloermat rechtsachter een huls aangetroffen van het kaliber 7.62x39 van het merk S&B [AAGY6294NL].
Het Nederlands Forensisch Instituut heeft op 14 augustus 2014 onder meer ter zake van genoemde hulzen een vergelijkend onderzoek uitgevoerd.
Uit genoemd onderzoek is gebleken dat er aanwijzingen zijn gevonden dat de twee verschoten hulzen S.W. 40 G.F.L. [AAGT3423NL en -24NL] afkomstig zijn uit het vuurwapen, merk Glock 23, kaliber .40 S&W pistool [AAER0423NL]. De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer de hypothese, dat de hulzen verschoten zijn met dat pistool, juist is dan wanneer de hypothese, dat de hulzen zijn verschoten met één of twee andere vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het pistool, juist is.
Verder is vanuit het NFI-onderzoek gebleken dat er aanwijzingen zijn gevonden dat de negen verschoten hulzen [AAGT3415NL tot en met -22NL en AAGY6294NL] afkomstig zijn uit het aanvalsgeweer van het merk Zastava, model M70 A82 [AAER0451NL]. De bevindingen van het vergelijkend huisonderzoek zijn waarschijnlijker wanneer de hypothese, dat de hulzen zijn verschoten met het aanvalsgeweer, juist is dan wanneer de hypothese, dat de hulzen zijn verschoten met één of meer andere vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het aanvalsgeweer, juist is.
Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat met de Glock die uit de Volkswagen Jetta is gegooid en het aanvalsgeweer Zastava, dat zich in de wapentas bevond die ter hoogte van de flatwoning Durendael in ’s-Hertogenbosch eveneens uit genoemde auto is gegooid, respectievelijk (minimaal) tweemaal en achtmaal is geschoten op het weggedeelte tussen het kruisingsvlak John F. Kennedybaan/Beatrixweg en de kruising John F. Kennedybaan/Osseweg. Mede gezien de bevindingen ter zake van de in de Volkswagen Jetta aangetroffen huls [AAGY6294NL], acht het hof voldoende bewezen dat de betreffende hulzen vanuit de Volkswagen Jetta zijn verschoten.
In de onderhavige zaak heeft The Maastricht Forensic Institute (TMFI) op 8 mei 2014 een vergelijkend DNA-onderzoek uitgevoerd. De bevindingen van dit onderzoek zijn als volgt. Uit de bemonstering van de binnenzijde van de loop van de pistoolmitrailleur [AAER0457NL] is een DNA-mengprofiel van minimaal twee donoren vastgesteld, van wie zeker één man. Voor een groot aantal loci is een DNA-hoofdprofiel vastgesteld. Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van verdachte met een frequentie van één op één miljard. Voorts is verdachte niet uitgesloten als donor van celmateriaal in de bemonstering van de voorzijde van de loop, de bovenkant en zijkanten van de loop, de trekker en de kolf van genoemde pistoolmitrailleur alsook in de bemonstering van het middenstuk van een zijde van het hengsel, buitenkant gesp en onderkant uiteinde van de schouderband van de wapentas.
Op 23 december 2014 heeft TMFI een aanvullend deskundigenrapport opgesteld. De bevindingen van dit aanvullend onderzoek zijn als volgt.
Ter zake van de bemonstering van de trekker van genoemde pistoolmitrailleur is het resultaat van het vergelijkend DNA-onderzoek extreem veel waarschijnlijker wanneer de hypothese, dat de bemonstering celmateriaal van verdachte en twee onbekende donoren bevat, juist is dan wanneer de hypothese, dat de bemonstering celmateriaal van drie verschillende onbekende donoren bevat, juist is.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij met een donkere Surinamer en met [verdachte] gedetineerd gezeten heeft (het hof begrijpt: met medeverdachte [slachtoffer 2] en met verdachte), dat de Surinamer en [verdachte] elkaar herkenden, dat ze voor dezelfde zaak schenen te zitten, dat hij begrepen heeft dat er bij die zaak op elkaar geschoten is en dat zij elkaar daarvan de schuld gaven.
Het hof acht op grond van beschikbare bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat [medeverdachte] en [verdachte] als enigen in de Volkswagen Jetta zaten op het moment dat er vanuit die auto op de BMW werd geschoten.
Vervolgens zal bezien moeten worden of de ten laste gelegde deelnemingsvorm medeplegen kan worden bewezen verklaard.
In het geval van medeplegen houden de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht.
De vraag wanneer de samenwerking zou nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.