ECLI:NL:HR:2012:BW2488

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03724
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WWMArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verbetert kwalificatie handelen in strijd met Wet wapens en munitie

In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had het voorhanden hebben van munitie meermalen gekwalificeerd als meerdere overtredingen van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM). De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van deze kwalificatie en verbetering daarvan.

De Hoge Raad oordeelt dat het bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie slechts één overtreding van artikel 26, eerste lid, WWM oplevert en dat het hof ten onrechte meerdere overtredingen heeft aangenomen. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor wat betreft de kwalificatie en verbetert deze.

Voor het overige wordt het beroep verworpen omdat de overige middelen niet tot cassatie kunnen leiden. De uitspraak van het hof blijft in stand, behoudens de verbetering van de kwalificatie. De Hoge Raad bevestigt hiermee de juiste toepassing van de strafrechtelijke kwalificatie in zaken betreffende de Wet wapens en munitie.

Uitkomst: Kwalificatie van het voorhanden hebben van munitie wordt verbeterd tot één enkele overtreding van artikel 26, eerste lid, WWM; beroep voor het overige verworpen.

Uitspraak

17 april 2012
Strafkamer
nr. S 11/03724
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 april 2011, nummer 22/002457-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden, locatie Zoetermeer" te Zoetermeer.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de kwalificatie, tot verbetering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het derde middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof het bewezenverklaarde onder 2, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als "handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd", aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in art. 26, eerste lid, WWM vervatte verbod oplevert.
3.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 15 tot en met 19 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de kwalificatie verbeteren.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie;
kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie als "handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie";
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 april 2012.