Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat de strafoplegging onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed. De steller van het middel voert daartoe aan dat het hof de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van een taakstraf in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland heeft miskend.
NJ2019/60 overwoog de Hoge Raad – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – het volgende over de strafoplegging en het desbetreffende kaderbesluit (rov. 3.5):