Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbevat de klacht dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie op onjuiste gronden, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft verworpen.
tweede middelbevat de klacht dat het hof met zijn overweging dat, nu de betrokkene een veel te grote handelsvoorraad hennep heeft aangehouden in beginsel al het uit de (gedoogde) handel in softdrugs verkregen voordeel geacht moet worden wederrechtelijk verkregen te zijn, een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip “wederrechtelijk verkregen voordeel” als bedoeld in art. 36e Sr, althans zijn oordeel dat sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend heeft gemotiveerd.