Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VORDERING TOT CASSATIE IN HET BELANG DER WET
bijde verlenging van de TBS. De voorwaardelijke beëindiging kent geen eigen termijn nu de duur van de TBS bepalend is. [20] De voorwaardelijke beëindiging kan wel ingaan op een ander tijdstip dan de verlengingstermijn. De voorwaardelijke beëindiging kan (veelal om praktische redenen) immers aanvangen op een later tijdstip dan de verlenging. Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in 2013 dat naast de verlenging van de TBS een verlenging van de ‘termijn’ van de voorwaardelijke beëindiging onjuist, immers overbodig is. [21] Deze beslissing uit 2013 van het hof acht ik juist en ik meen dat er geen aanleiding is tot een afzonderlijke verlenging van de termijn van de voorwaardelijke beëindiging. [22]