Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod” en 2. primair “
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van honderdtwintig uren, subsidiair zestig dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Daarnaast heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als nader in het arrest omschreven.
eerste middelbehelst de klacht dat het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde niet zonder meer uit de bewijsmiddelen kan volgen.
tweede middelklaagt dat het hof het verweer van de verdediging dat – indien al sprake is van opzet – alleen medeplichtigheid kan worden bewezen ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.