Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
8 oktober 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld voor het telen van hennepplanten en het stelen van elektriciteit in een door hem gehuurde woning. De bewezenverklaring stelde dat verdachte opzettelijk 215 hennepplanten teelde en illegaal elektriciteit afnam door verbreking van de stroomvoorziening.
De bewijsmiddelen bestonden uit proces-verbalen van politie en fraude-inspecteur, aangifte van Stedin Netbeheer B.V., en verklaringen van de verdachte zelf. De politie trof een hennepkwekerij aan met 215 planten verdeeld over twee kamers, en constateerde een illegale aansluiting die elektriciteit onttrok aan het net van Stedin.
Verdachte verklaarde dat hij alleen huurder was en dat anderen de kwekerij hadden opgezet, waarbij hij vanwege persoonlijke problemen geen invloed had. De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte zelf de hennepplanten teelde en elektriciteit wegnam. Hierdoor was de bewezenverklaring onvoldoende onderbouwd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs.