Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de betrokkene door middel van of uit de baten van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.
door middel van of uit baten van het[onder 1 primair]
bewezenverklaarde feit”. Het bewezenverklaarde handelen heeft plaatsgevonden in de periode van 15 februari 2014 tot en met 19 maart 2014. Bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft de politierechter één oogst betrokken, die is voorafgegaan aan de teelt van de inbeslaggenomen hoeveelheid hennepplanten. Dat die oogst heeft plaatsgehad binnen de bewezenverklaarde periode vloeit echter niet zonder meer uit de bewijsvoering voort. Daarover klaagt het middel terecht.
door middel van of uit baten van het[onder 1 primair]
bewezenverklaarde feit”, in plaats van dat de betrokkene “
uit het[onder 1 primair]
bewezenverklaarde handelen en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan, financieel voordeel heeft genoten”.
“dat de betrokkene slechts één oogst heeft gehad die grotendeels is mislukt en waarvan hij slechts een halve kilo heeft kunnen verkopen voor € 1.500,”ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.