ECLI:NL:HR:2019:1139

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
18/00070
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan de staat ten laste van de betrokkene, die betrokken was bij hennepteelt. Het hof had bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ook oogst meegenomen die plaatsvond vóór de bewezenverklaarde periode.

De betrokkene stelde in cassatie dat dit onterecht was, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel begrijpelijk had gemotiveerd. De lezing van het hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel ook uit andere strafbare feiten kan voortvloeien, waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene die heeft begaan, is volgens de Hoge Raad juist.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep en de Hoge Raad volgde dit advies. Het middel van cassatie leidde niet tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen en werd daarom zonder uitgebreide motivering verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het arrest van het hof, waarmee de ontnemingsvordering werd bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00070
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2017, nummer 23/003205-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de betrokkene.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.