Conclusie
“diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels”en 2.
“overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994”,ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van het voorarrest en ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot hechtenis voor de duur van twee weken met aftrek van het voorarrest.
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte tot een bewezenverklaring van het onder 1. primair tenlastegelegde is gekomen, omdat de tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring niet kunnen dragen.
verkopen, alsook (bewijsmiddel 6) dat zij op de zwarte markt in Beverwijk was geweest en daar spullen had
gekocht. Aangenomen dat de verdachte in deze twee verschillende mededelingen het oog had op dezelfde spullen, te weten de van de aangeefster gestolen sieraden, heeft het hof kennelijk geconcludeerd dat de verdachte niet de cognitieve inspanning heeft kunnen opbrengen om een consistent verhaal op te dissen. Het hof achtte het bovendien kennelijk (zeer) onwaarschijnlijk dat de gestolen voorwerpen, die zich omstreeks 17.55 uur nog bevonden in de woning van de aangeefster te Hilversum, via de zwarte markt te Beverwijk, omstreeks 20.20 uur in het bezit van de verdachte rijdend op de A6 ter hoogte van Muiderberg konden zijn.
tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting, klaagt dat het hof ten onrechte tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde is gekomen, op de grond dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte daadwerkelijk op de datum van 9 augustus 2015 niet in het bezit was van een geldig rijbewijs.
3 december2015 niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, maar volgt hieruit niet dat de verdachte op
9 augustus2015 niet in het bezit was van een geldig rijbewijs. Het hof heeft daarentegen geoordeeld dat uit het gebruik van de verleden tijd in het proces-verbaal van bevindingen kan worden afgeleid dat de verbalisant op 3 december 2015 heeft gecontroleerd of de verdachte op 9 augustus 2015, ten tijde van haar staandehouding, in het bezit was van een geldig rijbewijs. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en voorts toereikend gemotiveerd.