Conclusie
Door het hof gebezigde bewijsmiddelen:
NN: 'goede morgen'
V: 'ja, dit gesprek gaat niet door'
NN: 'Het gesprek gaat wel door'
V: 'Gaat niet door'
- geroezemoes -
?: 'ik wil jou even spreken'
'nee'
NN: 'in was gistermiddag vrij'
V: 'zal wel'
NN: 'Ik wil jou spreken maar ik wil niet dat ??? daar last van krijgt'
V: 'niemand gaat hier last van krijgen'
V: 'zal d'r vast henlopen', 'kan ik ze in de gaten houden', dat ze nie een kamertje ingoan'
V: 'ja is goed', nee ik kom er zo an', hebben zo een leuke verrassing voor jou', moei even geduld , hebben', 'hoeft niet' [doelt op het aanbod van medewerkster Jeugdzorg iets uit te leggen], 'nou niet meer'.
sluit af met: 'ga maar lekker naar binnen heen.'.
V: 'muts'.
[verdachte] en [medeverdachte] lopen kennelijk samen weg. Flarden die dan te verstaan zijn:
Overweging met betrekking tot het bewijs
eerste middelklaagt over het oordeel van het hof dat de uitlatingen een bedreiging met een misdrijf tegen het leven opleveren.
tweede middelklaagt dat het in hoger beroep gevoerde verweer dat geen sprake is geweest van opzet, door het hof ontoereikend gemotiveerd is verworpen.
d) Geen sprake van het vereiste opzet
derde middelklaagt dat de bijdrage van de verdachte van onvoldoende gewicht is zodat het medeplegen niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
vierde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in cassatie is overschreden.