ECLI:NL:GHARN:2005:AS5050
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Kuijck
- Dee
- Buruma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging wegens ontbreken opzet tot vreesteweegbrenging
Op 6 oktober 2002 vond op de Oude Markt te Enschede een incident plaats waarbij verdachte en twee aangevers betrokken waren. Er waren handtastelijkheden en een woordenwisseling, waarbij de aangevers een politieambtenaar aanspraken, die echter niet ingreep. Een getuige verklaarde dat verdachte bedreigende woorden had geuit richting een aangever.
Het hof oordeelt dat hoewel de bedreigende woorden op zichzelf voldoende kunnen zijn om redelijke vrees te veroorzaken, niet elke uiting van woede automatisch als bedreiging in de zin van artikel 285 Sr Pro kan worden aangemerkt. Er moet overtuigend bewijs zijn dat de verdachte de wil had om die vrees teweeg te brengen.
Het hof vond onvoldoende bewijs voor die opzet. Verdachte ontkende de bedreigingen en de relatie met de aangevers bleef normaal na het incident. De context van de uitlatingen, een nachtelijke ruzie over klanten in de verzekeringsbranche, en het ontbreken van een motief uit het verleden, ondersteunen het oordeel dat opzet niet bewezen is.
Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging bedreiging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging wegens ontbreken van bewijs voor opzet tot vreesteweegbrenging.