Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde (omkoping [medeverdachte] ), het
tweede middelklaagt over de motivering van het onder 2 bewezenverklaarde (omkoping [betrokkene 1] ). De klachten bevatten overlappingen. Het
derde middelklaagt over motivering van het bewezenverklaarde ‘in strijd met zijn plicht’ onder 1 en 2. Het
vierde middel [2] klaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde, in het bijzonder over een innerlijke tegenstrijdigheid daarin.
De feiten 1 en 2
Feit 1 omkoping [medeverdachte]
Giften
Oogmerk en opzet
het hof begrijpt: de verdachte) wil ook [medeverdachte] op de hoogte stellen, zodat er misschien ook vanuit het gemeentebestuur een brief naar Zara kan worden verzonden.”
Verweer: vriendschap
Feit 2: omkoping [betrokkene 1]
Partiële vrijspraken
Giften
Oogmerk en opzet
Verweer: giften in privésfeer
eerste middeldat zich tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 1 richt valt in een aantal klachten uiteen.
business as usualgaat. Soms zal bij een ontmoeting het zakelijke karakter ontbreken, maar ook dan kan sprake zijn van het versterken van de bodem om een ander te bewegen iets te doen of na te laten of van een gift voor een verleende dienst.
‘going concern’. Het middel licht niet toe waarop die veronderstelling is gebaseerd en ik volg de veronderstelling niet. Tijdens lopende projecten en daarmee gedurende de periode van zakelijk contact en nauwe samenwerking werd [medeverdachte] tussentijds beloond voor zijn gedrag (en de giften legden eveneens een bodem voor voorzetting van dat gedrag).
19.Het eerste middelfaalt in alle onderdelen.
tweede middeldat zich tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 2 richt valt eveneens in een aantal klachten uiteen. Die klachten zijn deels dezelfde als bij het eerste middel en ik tracht voor zover mogelijk herhaling door verwijzing te voorkomen.
28.Het tweede middelfaalt in alle onderdelen.
derde middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 voor zover deze inhouden dat verdachte heeft gehandeld in strijd met zijn plicht.
38.Het derde middelfaalt in alle onderdelen.
vierde middelklaagt dat bewezenverklaring van feit 1 voor wat betreft de financiële bijdrage aan de verkiezingscampagne innerlijk tegenstrijdig is. De datum in de bewezenverklaring vermeld bij die bijdrage te weten 9 november 2012 valt immers buiten de bewezenverklaarde pleegperiode tussen 10 april 2004 en 23 oktober 2012.