Conclusie
middelklaagt over de motivering van het oordeel van het hof dat de verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
1.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het besturen van een motorvoertuig terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder het proces-verbaal van de politie, een schriftelijk bescheid van het CBR en verklaringen van verdachte zelf.
Het hof stelde vast dat het rijbewijs van verdachte sinds 2004 ongeldig was verklaard vanwege ongeschiktheid, dat bezwaar van verdachte tegen deze ongeldigverklaring was afgewezen, en dat deze ongeldigverklaring nog steeds van kracht was op het moment van het rijden in 2016. Verdachte had tijdens zijn verhoor erkend op de hoogte te zijn van de ongeldigverklaring.
De verdediging voerde aan dat het oordeel van het hof dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk was. De Hoge Raad verwierp deze klacht en oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het middel faalde. Er waren geen gronden voor vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt veroordeling voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs.